Is er maar één naam?
1996-10-18
Een van de uitdagingen die onze tijd aan het adres van de Kerk stelt is die van het zgn. ‘pluralisme’. In de woorden van dr. Os Guinness: “Het Pluralisme vormt een enorme uitdaging voor de samenleving en doet dat op verschillende niveaus. Veel Amerikaanse christenen doen alsof ‘pluralisme’ synoniem is met ‘relativisme’. Denk echter eens nauwkeurig na: pluralisme is een maatschappelijk feit. In de moderne wereld kom je de meest uiteenlopende mensen tegen, die in de meest diverse zaken geloven. Of we dat nu betreuren of niet, de samenleving zal vandaag of morgen pluraal zijn. Er is echter een groot verschil tussen pluralisme als maatschappelijk gegeven en relativisme als een filosofische conclusie. Ik erken de aanwezigheid van pluralisme om me heen, maar aanvaard niet de juistheid van relativisme.” - Jaargang 40
- nummer 21
Wat wel en wat niet?
Wat 'pluralisme' in het spraakgebruik meestal inhoudt, weten we inmiddels wel. Dat komt inderdaad in de buurt van relativisme. Veel mensen spreken ongeveer als volgt: "Wij leven in een wereld waarin uiteenlopende heilswegen worden aangetroffen. De verschillende 'waarheidsclaims' geven vaak (steeds vaker?) ook aanleiding tot (uiterst gewelddadige) conflicten; overal zien we dan ook 'fundamentalisme' ontstaan, dat zich in toenemende onverdraagzaamheid ten opzichte van 'andersgelovigen' uit. De wereld wordt door dat fundamentalisme steeds onveiliger! De aanhangers van wereldreligies moeten in onze steeds kleiner wordende wereld daarom meer aandacht aan elkaar gaan geven, hoffelijker en toleranter zijn ten opzichte van elkaar en ook beseffen dat ze zeer veel gemeenschappelijks hebben." Er zijn in die zienswijze elementen die gewoon juist zijn; we moeten echter wel bedenken dat bij deze mensen de vooronderstelling leeft dat alle religie hoe dan ook 'van onderen' komt. Religie is
natuurlijk een zaak van ménselijke ervaring van het Heilige! In dat 'piuraie' beleven van de religie speelt uiteraard ook het opleven van de grote wereldreligies een belangrijke rol. Nadat de religies van het Oosten eeuwenlang zich zeer tolerant hebben opgesteld, en zich nauwelijks wervend naar Westerlingen hebben opgesteld, zijn ze in onze eeuw nadrukkelijk missionair geworden. Hindoes (goeroes) zijn sinds het midden van de jaren '60 in het Westen te zien en vanaf de jaren '80 hebben ook de zendelingen van diverse Boeddhistische stromingen zich in onze steden gemeld. Moslimse gastarbeiders of asielzoekers zijn uit onze samenleving niet meer weg te denken. De veelvormigheid op het geestelijk erf is door dit alles navenant toegenomen.
Pluralisme in het Christelijk kamp
In het (brede) 'Christelijke kamp' zien we daarom een zekere neiging tot 'universalisme', een geloof dat "God alles en in allen is"; Hij heeft zich in de verschillende religies "niet onbetuigd gelaten". Steeds worden in deze kring de preek/rede die Paulus voor een heidens gehoor in Lystra (Handelingen 14) en Athene (Handelingen 17) gehouden heeft cruciaal geacht. De woorden "Wij zijn van Gods geslacht", "Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij" en "God heeft zich niet onbetuigd gelaten" zijn richtinggevende woorden in de Schrift, naar hun mening. God is immers met alle religies herkenbaar bezig. Twee verwante ontwikkelingen lijken te zijn: 1. De grote openheid naar andere religies in Rooms-Katholieke kring, Na het Tweede Vaticaanse Concilie (1960-1965) lijkt daar een geheel nieuwe kijk op het verschijnsel religie te zijn gekomen. In meerdere of mindere mate zeggen theologen die de toon aangeven: Christus is centrum van elke religie en Zijn invloed is te vinden in alle religies, zij het dat het soms om vluchtige schaduwen gaat. Enkele 'pluralisten' in de Kerk van Rome zijn Aloys Pieris, afkomstig van Sri Lanka, en de Indiër Raymondo Panikkar, schrijver van een geruchtmakend boek The unknown Christ of Hinduism. Zonder het veelal zelf te beseffen hebben ook Hindoes 'een lijn' naar die 'onbekende' Christus. 2. De opkomst van een aantal nadrukkelijke pluralisten die in mijn opvatting bewust definities van belangrijke begrippen willen verleggen; ik denk daarbij aan de Britse theoloog John Hick en de Amerikaan Paul Knitter. John Hick heeft in eerste instantie gezegd dat we niet altijd zo over Jezus moeten spreken, maar veel meer over 'God'. Het woord 'God' werd echter te weinig concreet gedefinieerd; in dat vacuüm kon iedere wereld religie zelf het Godsbegrip invullen. Toen ook dat feitelijk niet genoeg was (Boeddhisten geloven vaak niet in God; met name de aanhangers van het zgn. Theravada Boeddhisme zijn praktisch 'atheïst', zeggen deskundigen, hoewel anderen dat weer bestrijden), sprak hij graag over 'de pluraliteit van heilswegen'. Die definitie is zo ruim - daar past bijna alles onder! Dat was ook de bedoeling, naar te vermoeden is. Opvallend in dit alles (en dan gaat om een heel brede beweging die op vele plaatsen waar te nemen is) is dat concreet de plek die Christus in de heilshistorie inneemt sterk gerelativeerd of zelfs buiten beschouwing gelaten wordt! Op het terrein van de 'oecumene der religies' brengt Hij immers verdeeldheid! In contact van Christenen met Joden en Moslims is niet zozeer de Eérste Persoon van de Goddelijke Drievuldigheid de inzet, maar de Twééde! "Wat dunkt u van de Christus, Wiens Zoon is Hij?" is nog steeds de vraag die scheiding teweegbrengt en waarin de overleggingen van vele harten openbaar worden.
Progressief en conservatief
Zoals gezegd, is dat niet alleen een vraag in de ontmoeting van Joden en Christenen, Moslims en Christenen, Hindoes en Christenen, maar ook een 'binnenkerkelijke vraag'. Het is een vraag die in zendingskringen besproken wordt en natuurlijk ook nadrukkelijk besproken moet worden. Steeds meer lijkt in dezen 't verschil niet te liggen tussen Roomskatholiek en Protestant.
De scheiding tussen (theologisch) conservatief of progressief (aangaande het unieke van Jezus Christus) loopt in de meeste gevallen niet tussen de Wereldraad en bv de Lausanne-beweging, de 'evangelicale tegenhanger' van Geneve! In de Wereldraad van Kerken meen ik een groeiende spanning op merken tussen mensen als de Indiër Stanley Samartha en de Sri Lankees Wesley Ariarajah (beiden fervente pluralisten) aan de ene kant en aan de andere kant mensen als Lesslie Newbiggin die jaren bisschop geweest is van de Kerk van Noord-India en de laatste jaren een paar fabelachtige boeken geschreven heeft over de noodzaak om principieel de Ene Naam te blijven hooghouden. Ook de Oosters-Orthodoxen, lid van de Wereldraad, staan op een 'conservatief' standpunt aangaande de Christologie. De lijnen lijken ook niet te lopen tussen Rome en Reformatie, maar dwars door de Kerk van Rome en dwars door Protestantse denominaties. (Ziende hoe gemakkelijk kennelijk 'pluralisten' uit diverse kerken elkaar vinden, vraag ik me af of de andere groep zich ook niet meer realiseren moet dat er geestverwante mensen in andere kerken kunnen zitten, maar dat terzijde.) De verschillende standpunten ten opzichte van de vraag 'Wie is Christus?' lijken uiterst principieel!
Het is een existentiële kloof. Ik herinner me te hebben gelezen over een Hervormde predikant aan het begin van de eeuw, die geboeid raakte door het spiritisme en op dat punt veel verder ging dan menigeen vond dat toelaatbaar was. Op een gegeven dag schrok hij echter van de consequenties van 't spiritisme en brak van het ene op het andere moment met die leer! "Hier raak ik mijn Verlosser kwijt!", was zijn gedenkwaardige uitspraak. Ook hier, bij de vraag over de Christus, staat, naar ik meen, onze verlossing concreet op het spel.
Het centrale van de Incarnatie
Terug naar het onderwerp. Is het juist, of nodig, om met John Hick 'een Copernicaanse wending' in de theologie voor te staan waaruit we concluderen dat het vooral om 'God' gaat en dus niet allereerst om Christus? Ik zou zeggen van niet. Meer nog: waar de Christus verwaarloosd wordt, als ongemakkelijk ervaren wordt in de omgang met andersgelovigen, moeten we uitermate op onze hoede zijn! Juist daar heeft in de Kerkhistorie immers steeds de spits van de aanval gelegen: bij de Incarnatie. Is God echt mens geworden? Heeft God in de volheid des tijds zijn Zoon gestuurd? Hebben we een Hogepriester die in alles aan ons gelijk geworden is, uitgenomen de zonde? Van het antwoord op die vraag hangt het af of we, met de schrijver van de Brief aan de Hebreeën, "met vrijmoedigheid kunnen gaan tot de troon der genade" of niet. Dat is voor ons hier en nu van 't hoogste belang! De Incarnatie, Christus' Menswording is cruciaal. De Duitse theoloog Helmut Echternach schreef in de jaren '60 een indringend boek: Kerkvaders, Ketters en Concilies, waarin hij onder andere dit schreef: "In het middelpunt van heel het Christenzijn staat het grote mysterie van de Incarnatie. Van God in de hemel weten ook de heidenen; het Nieuwe Testament verkondigt God die op aarde kwam. Aan God in de hemel geloven is gemakkelijk, want het is tamelijk vrijblijvend. Het geloof in God die in de aardse werkelijkheid kwam, vereist alle krachten. Want dat God in het lichaam van een mens inging, dat Hij verder tegenwoordig is in het doopwater, in brood en wijn duidt er immers op, dat Hij de hele aardse werkelijkheid doordringen en verlossen wil; dat Hij deze daarmee ook als Zijn eigendom opeist.
God die in de aardse werkelijkheid inging, legt Zijn hand op alles - Hij maakt niet alleen aanspraak op wat des geestes is, maar ook op het lichaam, op het bezit, op alle gedachten en wensen. Slechts wie zich zo door Hem laat overmeesteren, kan de grote beloften verstaan: de opstanding van het vlees, het herstel van de gehele lichamelijke werkelijkheid.
Daarom berusten eigenlijk alle haeresiën (ketterijen) van alle tijden op de miskenning van het grote geheim der incarnatie.
Of men Christus alleen maar voor een mens houdt, of Hem slechts als een goddelijk wezen beschouwt, of men de heilsdaden tot symbolen vervluchtigen laat, of de sacramenten voor zinnebeeldige handelingen houdt - in al die gevallen wil men God stilletjes op een hoffelijke manier uit de wereld doen vertrekken. Alle ketterijen zeggen uiteindelijk: voor Hem de hemel, voor ons de aarde."2
De Weg en de wegen
Die vraag of Christus uniek is raakt rechtstreeks de vraag of Hij 'de Weg' is, de Enige Weg. Heeft Hij "de enige Naam onder de hemel waardoor we behouden moeten worden" of heeft Hij die niet? Is Hij een van de vele godsdienststichters of is Hij een categorie apart? Is Hij volstrekt uniek? Hangt het als altijd maar af van waar je zelf staat, tot welke religieuze traditie je zelf behoort? Daarom is ook het verhaal dat uit het Oosten tot ons gekomen is, van groot belang. Er zijn verschillende heilswegen, zegt dat verhaal, die, vanuit ons begrip gezien, elkaar volledig uitsluiten. Deze situatie lijkt op die van mensen die vanuit verschillende dalen en langs verschillende paden, de top van een machtige berg proberen te bereiken. Ze klimmen vanuit heel verschillende startpunten omhoog en hun wegen kruisen nergens, komen zelfs helemaal niet bij elkaar in de buurt. Of ze komen elkaar ergens tegen en gaan in tegengestelde richting! Dat kan natuurlijk nooit allemaal even goed zijn, zeggen wij. Boven op de berg, in Gods Werkelijkheid, komen die verschillende wegen echter samen en zal blijken dat we, ongeweten, naar hetzelfde op zoek waren, naar dezelfde Transcendente Werkelijkheid die ons begrip verre te boven gaat. In Gods eeuwigheid komen alle wegen samen. Dat is een mooi verhaal, maar toch zijn er twee vragen bij te stellen. In de eerste plaats: hoe wéten we dat die wegen daar bij elkaar komen? Wie heeft (wat per definitie onmogelijk werd geacht!) boven 'de Top' kunnen zweven en kunnen waarnemen dat 'in God' alle (tegenstrijdige) wegen verenigd worden?
In de tweede plaats: wat doe je met 'een weg' die zegt dat de andere onjuist of vals zijn? Moeten aanhangers van dit zo 'tolerante' standpunt dan geen actie ondernemen tegen 'exclusivisten', die in 'Eén Naam' geloven? Als dat dan gebeurt, 'fundamentalisten' worden geweerd uit naam van 'de vele namen', is dat dat niet de ene 'intolerante waarheid' tegenover de andere? Is m.a.w. het 'geloof in de vele geloven' zélf niet nadrukkelijk een geloof, een sterk 'Hindoe-achtig geloof', om precies te zijn? Zo roept ook het geloof van de 'pluralisten' de nodige vragen op.
Noten:
1. Os Guinness. 'De Plurale Samenleving'. Geciteerd in red. Pieter van Kampen. Wit begint, zwart wint? Buyten en Schipperheyn, Amsterdam, 1993, pp. 66, 67.
2. Helmut Echtemach. Kerkvaders, Ketters en Concilies. Ten Have, Amsterdam, 1965, pp. 15,16.