Van je voetstuk af!
1996-10-18
Als de discipelen met elkaar bekvechten over de vraag wie van hen de belangrijkste is, reageert Jezus op hun gewichtigdoenerij door een kind bij de hand te nemen en binnen hun kring te brengen (Luc. 9:47,48). Een kind. Een rabbi die zich met een kind bemoeit. Voor joodse begrippen was dat belachelijk. Rabbijnen hielden zich niet met kinderen op. Dat was immers tijdverspilling.- Jaargang 40
- nummer 21
Een kind legde geen gewicht in de schaal en telde niet mee. Zeker als je in een verhit debat verwikkeld was over de vraag wie de voornaamste was, was een kind helemaal te verwaarlozen. Jezus denkt daar heel anders over.
Juist mensen die zo vol zijn van hun eigen gewichtigheid, moeten met zo'n onbelangrijk kind geconfronteerd worden om van hun waan verlost te worden. Want hun gevoel van eigen belangrijkheid en hun gevecht om de belangrijkste plaats staan hen in de weg, maken hen blind en doof voor wat er werkelijk aan de hand is en sluiten hen af voor Christus. Ik ben alleen te bereiken, zegt Christus, als je van je voetstuk, waar je jezelf op geplaatst hebt, wilt afstappen en als je je wilt inlaten met wat onaanzienlijk is en niet meetelt. Een ieder die dit kind ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij. Dat is een ontzaglijk diep en ingrijpend woord. Het gaat dwars tegen de normale menselijke gedragspatronen in. Als iemand carrière wil maken en omhoog wil klimmen, zoekt hij het gezelschap van hen die maatschappelijk net even iets boven hem staan. Als hij in die kring geaccepteerd is, probeert hij binnen te dringen in de laag die daar weer boven zit. En zo gaat hij door tot hij de toplaag bereikt heeft. En terwijl hij daarmee bezig is, past hij er wel voor op zich in te laten met mensen die hij achter zich gelaten heeft en die nu beneden zijn stand zijn. Als hij met hen bleef omgaan, zou dat zijn carrière schaden. Het contact met zulke mensen ziet hij als schadelijk. Dat is het patroon van deze wereld. Maar Christus zegt: wie Mij bereiken wil - en via Mij God - en werkelijk groot wil zijn, moet open willen staan voor alles wat maatschappelijk niet meetelt. Dat deed Christus zelf ook. Hij stond open voor tollenaars, zondaars, en hoeren, voor het uitschot van de maatschappij en de kneusjes. Het kostte Hem wel zijn carrière als rabbi. De deftige eno zo nette Farizeeën hadden het al gauw gezien. Stel je voor, zeg! Een man die met dergelijk minderwaardig slag volk omging, kon nooit een goede rabbi zijn. Ze sloten hun gelederen voor Hem. Bij hen maakte Hij geen kans meer. Zijn wij vrij van dat denken? Hebben wij aandacht voor het uitschot van de maatschappij, voor mensen die hun leven vergooid hebben en die liggen te creperen in hun eigen vuil? Of halen we bij voorbaat onze neus voor hen op, willen we geen hand naar hen uitsteken en worden we veel te veel in beslag genomen door onze eigen gewichtigheid en superioriteit? Christus zegt: wie een kind ontvangt in mijn naam en openstaat voor wat maatschappelijk niet meetelt, ontvangt Mij en via Mij God. Ach ja, onze carrière. Daar kunnen we zo vol van zijn en zo door geabsorbeerd worden, dat we nergens anders nog aandacht en tijd voor hebben. En zo zijn we dan bezig de deur voor Christus te sluiten.
Er zijn er die hun carrière zo belangrijk vinden, dat ze geen aandacht meer hebben voor hun gezin en hun huwelijk erop laten stuklopen. Maar dan gaat er meer stuk dan dat alleen. Want hoe zou iemand die zijn vrouwen zijn kinderen die hij gezien heeft, achterstelt bij zijn carrière, God die hij niet gezien heeft, belangrijker vinden dan zijn carrière? Zoiets kan gewoon niet. Wie zich afsluit voor zijn naaste, sluit zich af voor God.