Optimisme en vriendschap
1996-10-18
Onlangs las ik iets in een boek over het aangaan van vriendschappen met ongelovige mensen. De schrijver (een evangelist) was hier een warm voorstander van aangezien dat volgens hem de beste manier was om mensen in aanraking te brengen met het evangelie. Hij ging zelfs zover dat hij 's zondags soms in plaats van naar de kerk te gaan, zijn ongelovige buren opzocht omdat hij hen door de week niet te pakken kon krijgen. Binnen zijn gemeente hadden ze daar begrip voor.- Jaargang 40
- nummer 21
Dat doet me denken aan een kennis van me die vertelde dat ze samen met haar (ongelovige) buren op dansles was gegaan omdat dat 'waarschijnlijk een heel goede manier was om hen als christen te bereiken'.
Het is voor ons niet ongewoon (meer) om ongelovige vrienden te hebben.
Toen ik opgroeide werd daar anders over gedacht. Ik zat op een christelijk Lyceum waar ook toen al veel niet- of nauwelijks kerkelijke jongeren zaten. Het was dus logisch dat je vrienden bestonden uit een mengelmoes van beiden.
Thuis was dat geen punt maar daarbuiten werd ik geregeld gewaarschuwd om me toch niet teveel in te laten met die ongelovigen want hun invloed zou weleens verderfelijk kunnen zijn. Een deel van onze familie vond het zelfs kwalijk dat mijn beste vriendin Nederlands Hervormd was.
Datzelfde familiedeel vindt het nu nog steeds een voorwaarde dat de kinderen ten minste tot en met de middelbare school naar een school van eigen signatuur gaan. Ik wil hier niet denigrerend over doen omdat ieder recht heeft op een eigen manier in dezen. Wat ik wel steeds vaker denk is dat we hier te maken hebben met een positieve en een negatieve levensopvatting. Als je, onder andere door je geloof in de Here, optimistisch in het leven staat, straal je dat uit op je omgeving. Ook al is die omgeving niet christelijk, dat zal jou niet tot een ongelovige maken. Ben je pessimistisch, dan zie je overal leeuwen en beren op de weg en vrees je de invloed van de 'wereld'.
Geldt dit ook voor kinderen? Ja. Ze zullen wel met meer vragen komen over de aard van het geloof. Dat is althans mijn eigen ervaring. Des te beter. Hoe meer ze ervan weten, hoe beter ze bewapend zijn. Daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Want optimistisch betekent niet: naïef. Mijn vele ongelovige vrienden hebben mij nog nooit doen twijfelen aan mijn geloof, eerder het tegenovergestelde, zij bevestigden vaak dat het leven zonder God een stuk minder mooi is. Dat zie ik ook bij mijn kinderen.
Alleen vrienden binnen je eigen kring hebben, kan ook een verarming betekenen op geloofsgebied. Iedereen denkt ongeveer hetzelfde, er is geen uitdaging. En tenslotte, wat doen wij met de zendingsopdracht?
Wat doen we met de geschiedenis van Petrus en het visioen van het kleed dat uit de hemel kwam. Wat doen we met de instelling 'van de eerste gemeenten die Paulus uitzonden. Hoe namen zij mensen in hun kring op. Door zich verder af te sluiten en als het een buitenstaander toevallig lukte om met hen in contact te komen iets over hun geloof te vertellen?
De vraag stellen is haar beantwoorden.