Hoe gaan wij met rouwenden om?

1996-10-18
  • Jaargang 40
  • nummer 21
Ook de vraag 'Hoe gaan we om met de rouw van anderen?' is een heel moeilijke vraag. Laten we maar eerlijk erkennen dat we vaak helemaal niet weten wat we moeten zeggen. Soms zeggen we dan ook maar wat. We kunnen zelfs heel domme dingen zeggen. Bijvoorbeeld: "Je zult wel dankbaar zijn dat ze uit haar lijden verlost is". Of, bij de dood van een kind: "Gelukkig dat u nog andere kinderen hebt." We kunnen soms ook hele domme gelóvige dingen zeggen, in een wanhopige poging om wat troost te bieden. Zoals: "Je mag toch geloven dat ze het nu veel beter heeft. " Of: "Wat heerlijk dat we mogen weten dat ze nu bij haar Heer is. " Dat zal allemaal wel waar zijn, maar zijn het op dat moment echt wel de goede woorden? Soms helpt het veel meer dat we zwijgen. Iemand schreef eens een brief aan een man die zijn vrouw verloren had. Hij begon boven aan de bladzij, maar kwam niet verder dan één regel: "Ik weet eigenlijk niet wat ik schrijven moet. " Juist die ene regel had de man heel diep getroost. Er zijn veel mensen die gewoonweg niet weten hoe ze moeten reageren op het verdriet en de rouw van de ander.
Het komt dan nogal eens voor dat ze dus maar niets doen. Ze blijven weg. Ze vermijden alle contact. Als ze de rouwende in de supermarkt zien, schieten ze gauw een ander gangetje in. Als ze hem of haar in de verte op straat zien, gaan ze gauw een zijstraat in of keren om en gaan weer naar huis. En als ze de persoon later toch ontmoeten, vermijden ze angstvallig het onderwerp. Wat ze dan blijkbaar niet begrijpen, is dat de ander er juist graag over wil praten. Verdriet is vaak gemakkelijker te dragen, als men het kwijt kan aan een ander. Het gewoon met de ander kunnen praten over de overledene enwie hij of zij was, kan al een soort troost of therapie zijn.

Lange weg
Zijn er bepaalde dingen die we misschien zouden kunnen doen? Ik denk dat het allerbelangrijkste vaak is dat je er bent! Gewoon present zijn bij de ander en haar verdriet. Gewoon er naar vragen. En dan vooral: luisteren, echt luisteren. Èr is hier één wet, die eigenlijk altijd opgaat: luisteren, en nog eens luisteren. Er is een oude joodse traditie die zegt: Als je het huis van een rouwende binnenkomt, moet je zwijgend gaan zitten. Je moet niet gaan spreken voordat de rouwende zelf het zwijgen doorbreekt. En ook dan nog geldt die ene wet: dat je allereerst luistert naar de ander.

Dit is een gedeelte van een lezing, die door Prof. Dr. K. Runia voor de radio werd gehouden en later werd gepubliceerd in: 'Rondom het Woord' (uitgave van de NCRV). Het is goed, dat Runia ons wijst op onze roeping om hen, die in rouw zijn op een verantwoorde manier te benaderen. De rouwende broeder of zuster is in een uiterst kwetsbare situatie komen te verkeren waardoor ettelijke woorden verkeerd kunnen overkomen. Het rammelen met Bijbelteksten heeft helemaal geen zin, omdat het op dat moment alleen maar ernstige frustraties oproept en een effect sorteert, dat men niet beoogt!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief