Is er maar één Naam?

1996-11-01
  • Jaargang 40
  • nummer 22
Is er inderdaad ons maar één Naam gegeven waardoor wij moeten behouden worden, zoals Handelingen 4:12 zegt? Kun je die visie vasthouden in onze hedendaagse plurale wereld? Nadat we in het eerste artikel hebben opgemerkt dat die vraag van groot belang is, kwam in het tweede artikel iets van het ‘plurale geloof’ in beeld dat op onze samenleving bepaalde invloed heeft. In dit derde en laatste artikel graag een paar notities over de wijze waarop wij met dit alles moeten omgaan. Op voorhand echter de opmerking dat er veel meer van te zeggen is en dat de Kerk van Christus er ook wezenlijke studie van moet maken.

Al eens eerder
Het is misschien goed om hier op te merken dat onze situatie, waarin de samenleving door 'pluralisme' gekenmerkt wordt, niet volstrekt uniek is. Het is een voor ons unieke situatie, omdat de menging van volkeren, culturen en religies zonder weerga is en ook het tempo waarin die ontwikkeling zich voltrekt in de wereldhistorie niet eerder is voorgekomen. We beleven in onze tijd de grootste Volksverhuizing die ooit in de historie heeft plaatsgevonden!
Toch, heb ik van diverse kanten gehoord, is de situatie van pluralisme/ pluraliteit éénmaal eerder voorgekomen en dat was in het Romeinse Rijk, vanaf de regering van keizer Augustus. Dat is dus precies de tijd waarin de Vroege Kerk tot ontwikkeling kwam! Die culturele en religieuze schakering vond toen stellig op een kleinere schaal plaats dan wij die op dit moment meemaken, maar het was een vergelijkbare ontwikkeling. Als dat juist is, moeten we constateren dat de situatie van de Jonge Kerk daarmee vergelijkbaar was met de onze. De uitdaging waar wij voor staan hebben zij, op hun eigen wijze en in eigen leefverbanden, ook al meegemaakt. Daarbij is het misschien goed om op te merken dat de Eerste Christenen nadrukkelijk de plaats van de confrontatie hebben opgezocht: de Grote Steden. Waar in de westerse wereld de Christenen de steden grotendeels lijken te verlaten, zeker de binnensteden allengs 'christenvrij' worden, gold dat in die eerste periode niet! Wie het boek Handelingen leest, merkt dat de apostel Paulus en zijn metgezellen duidelijk een strategie kennen, waarin ze langs de grote wegen trekken, de steden gaan bezoeken, daar preken en een (vaak kleine) gemeente stichten, die 'het achterland' bereiken moet, en verdertrekken. Voor de apostelen en eerste evangelisten zijn de steden niet plaatsen om te mijden, maar om op te zoeken! Dat lijkt een wezenlijke keuze te zijn geweest, zoals het verlaten van onze binnenstad door christenen ook een keuze lijkt te zijn, maar een heel andere, een die in een aantal gevallen 'terugtrekken' en soms 'desertie' kan betekenen ...

Aan 'plurale strategie'
Het tweede is dat de Christenen die zich voor een gigantische uitdaging geplaatst wisten, beseften dat ze 'pluraai' moesten denken, in die zin dat ze de verschillende bevolkingsgroepen, die tegelijk vaak verschillende geloofsgemeenschappen waren, op hun eigen wijze moesten bejegenen. Iets van die houding treffen we aan bij de apostel Paulus, op diverse plaatsen, zoals in 1 Korinthiërs 9:19-23. De brief aan die gemeente in Griekenland geeft duidelijk zijn bedoeling weer: zijn doel is om mensen te winnen! Zijn programma ziet er als volgt uit:
- Hij wil er zovelen bereiken als maar mogelijk is
- Hij past zich bij de Joodse cultuur aan om Joden te winnen
- Hij past zich bij mensen die onder de wet zijn aan om hen te bereiken (in onze tijd zijn dat b.v. ook de Moslims in ons midden) - Hij is vrij van de Wet om hen te bereiken die vrij zijn van de wet; hij kent echter zelf wel een wet, die van Christus.
- Hij is 'zwak' geworden om 'zwakken' te bereiken
- Hij wil alle dingen zijn voor allen om althans sommigen te winnen
- Hij wil allen laten delen in de zegen van het Evangelie

Vijf maal komt het woord 'winnen' voor en éénmaal het woord 'redden'. We kunnen daarmee vermoeden dat de apostel minstens vijf verschillende soorten aanpak of zendingsstrategie heeft. Toch heeft hij uiteindelijk maar één doel. Variëteit en ook flexibiliteit in methoden en strategie trekken onze aandacht; Paulus blijkt soepel in benadering van de meest uiteenlopende problemen. Hij blijkt op meer dan één manier het Evangelie te kunnen brengen. Hij kan uit diverse aanvliegroutes kiezen, al 'landt' hij wel altijd op dezelfde plaats en is verkondiging van Christus als 'het Antwoord' ten diepste gelijkluidend. De apostel blijkt steeds soepel in het opzoeken van heel diverse groepen mensen, past zich qua eetgewoonten en samenzijn steeds bij die verschillende mensen aan die toch - ieder op hun eigen wijze - het verhaal moeten horen van Jezus Christus en van de Ene Naam! Hier vinden we tegelijk een mijns inziens wezenlijk verschil tussen het Christelijk geloof en de Islam. De Profeet van de Islam, Mohammed, verabsoluteerde in zijn wetgeving Arabische geschiedenis, Arabische normen en Arabische cultuur. Voor alle erop volgende eeuwen en voor de hele mensheid wordt de wil van God vastgelegd binnen een Arabische context! Alle moslims, van West-Europa tot Indonesië, moeten het Arabisch van de zevende eeuw, dat van de Koran, leren, om Gods Woord te kennen. (Daar zijn speciale Koranscholen voor.) De Here Jezus Christus doet dat echter helemaal niet! De Heilige Geest spreekt Zélf alle talen! De beloofde 'Trooster' wil dichtbij iedereen komen en in iedere cultuur en etnische groep bij de mensen 'aan boord komen'. Op de Eerste Pinksterdag blijkt dat, als de mensen die van overal gekomen zijn, de apostelen "ieder in zijn eigen taal" horen spreken over wat God gedaan heeft. Daarom heb je nu wel Wycliffe Bijbelvertalers en geen herkenbare tegenhanger van vertalers van de Koran. Dat verschil heeft meer dan een oppervlakkige betekenis!
De apostel Paulus doorziet wat de Heilige Geest daarin wil; op zijn menselijk niveau past hij zich daarbij aan.
Hij past zich aan aan allerlei culturen en allerlei menstypen, allemaal binnen de grenzen van het haalbare, natuurlijk.
Hij gelooft dat er maar één Naam gepredikt moet worden, maar doet dat 'cultureel gevoelig', op een manier die in onze eigen tijd heel goed kan worden nagevolgd. Het gaat echter ook om moed, wezenlijke durf om in gezelschap van (de meest uiteenlopende) andersgelovigen toch manieren te vinden aan te geven dat we ons leven hebben gewijd aan een Heer die exclusieve gehoorzaamheid eist, zoals Hij ook de pretentie voert dat Hij de Enige Heer is. Er zijn inderdaad "goden in menigte en heren in menigte - voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit Wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Heer,
Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem." (1 Korinthiërs 8:5,6)

Lijden
Toch was Paulus een integer Visser van Mensen en was hij nooit bereid om op een onwaardige wijze zich bij andersgelovigen aan te passen. Er kan ook een bedenkelijke of onjuiste manier zijn om je aan te passen: als een menselijke kameleon neem je elke kleur aan die je omgeving maar van je vraagt! Hij bleef Jood, maar vergat in dat alles nooit dat de belofte aan Abraham, die voor zijn kinderen en nageslacht bedoeld waren, ook Gods zegen voor de hele mensheid inhielden (Galaten 3:29). Zijn doel was steeds: zoveel mogelijk mensen te winnen, zodat die allen deel zouden krijgen aan Gods bedoeling met hen.
Daarbij besefte hij dat onvermijdelijk lijden op zijn weg zou komen, als hij als verkondiger van Christus, van de Ene Naam, mensen zou willen bereiken. Dat zullen sommigen je gewoon niet in dank afnemen! Het kan geen toeval zijn dat Paulus ook zoveel over 'lijden' schrijft, daar, naar eigen zeggen, zo vaak mee geconfronteerd is. In de opdracht tot het uitdragen van die Naam schuilt ook de opdracht om te lijden, zoals de Here Jezus al tegen Ananias zegt: "Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en kinderen Israëls; want Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet terwille van mijn naam." (Handelingen 9:15,16) Dat lijden hing niet samen met een weerbarstige persoonlijkheidsstructuur, ongevoelige methoden van verkondiging, meerderwaardigheidsgevoel of gewoon stompzinnigheid. Het zit dieper; 't ligt besloten in Christus' Opdracht zelf. Toen en nu.

Studie
Voordat we daar zelfs maar aan toe zijn is er de noodzaak om te komen tot verdere studie. Paulus heeft na zijn roeping zich kennelijk lange tijd teruggetrokken in 'Arabia' (Galaten 1:17), waar dat gebied ook precies gelegen mag hebben. Hij ervoer de noodzaak om de diepe Ervaring van de ontmoeting met Christus en het ontvangen van Diens roeping ook te doordenken.
In het geheel van zijn studie heeft hij klaarblijkelijk niet alleen de Schriften (het Oude Testament) opnieuw uitvoerig bestudeerd maar heeft hij zich ook beziggehouden met heidense schrijvers en hun zicht op de wereld.
Daarna kan hij in gesprek met Joden 'bewijzen' dat Jezus van Nazareth de beloofde Messias is. (Zie Handelingen 9:22; 18:28). Hoe hij dat deed, staat in hoofdstuk 17:2,3; in Thessalonica behandelde hij drie weken achtereen met hen gedeelten uit de Schriften, "door aanhaling uitleggende dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze de Christus is, die Jezus die ik (zei hij) u predik". Maar voor Handelingen 18 is er hoofdstuk 17 en hoofdstuk 14, waar hij heel intellectuele of heel gewone heidenen aangeeft waar de overeenkomsten en de verschillen zijn in hun geloof, over en weer. Dan gaat het over Epimenes en Aratus en ook wel andere heidense denkers of dichters.
Studie is nodig. Doordenking van de vragen. Confrontatie van de aanspraken van Christus enerzijds en die van andere goden of stichters van godsdiensten aan de andere kant. (Die we dan wel eerst moeten kennen!) We zullen de 'claims van Christus' moeten verstaan voor onze plurale tijd. Zo zijn we terug bij het uitgangspunt. Nergens zal geestelijk zo hevig slag over Q.eleverd worden als over de aanspraken van Christus. Als de mens van de wetteloosheid zich zal openbaren en Antichristen door de wereld gaan, zal het altijd weer gaan over de vraag: 'Wat maakt de Christus tot de Christus en waaraan herken je Hem?'. En over de vraag: 'Wat maakt dat Hij exclusieve trouwen gehoorzaamheid verdient?' Die oude vraag is weer zo actueel als mogelijk is. Wat nodig is, is bezinning, studie en vooral een vervuldheid met de Heilige Geest die ons de woorden van Jezus te binnen brengt, overtuigt van zonde en oordeel en ook van gerechtigheid, die ons leidt, ook op wegen die wij niet eerder gegaan zijn, in ons denken en doen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief