In Jezus' naam
1996-11-01
Wie onder u de minste is. die is groot, had Jezus tot zijn discipelen gezegd. Johannes reageert daarop door tot Jezus te zeggen: we hebben iemand boze geesten zien uitdrijven in uw naam en toen hebben we geprobeerd daar een stokje voor te steken (Luc. 9:49). Want wij volgen u. maar hij niet. Wij zijn de ware discipelen, hij niet. Het gaat niet aan dat iemand die niet eens tot de kring van de ware discipelen behoort. dit doet. En dan zegt Jezus: stop hem niet. Maak hem het werken niet onmogelijk. Want wie niet tegen u is. is vóór u. De discipelen worden nog steeds beheerst door dat gevoel van eigen gewichtigheid en voortreffelijkheid. Wij zijn de echte volgelingen van Jezus. Wij staan het dichtst bij Hem Wij zijn de ware discipelen. En daarom hebben wij het exclusieve recht op te treden in zijn naam Van dat denken hebben ook wij last. nietwaar? Wij hebben het beste inzicht. Wij hebben de meest schriftuurlijke visie op evangelisatie. We zitten dan ook barstensvol kritiek op de evangelisatiemethoden van anderen.- Jaargang 40
- nummer 22
Ach. zegt Jezus. houdt daar nu toch mee op. Stap nu toch eens van dat voetstuk af Die ander werpt toch boze geesten uit in mijn naam? Nou dan! Dan behoort hij weliswaar niet tot jullie clubje en hanteert hij mogelijk een andere methode, maar dan doet hij toch goed werk: mijn werk. Wij kunnen zo vol zijn van onze eigen voortreffelijkheid. dat we zonder meer aannemen dat Christus alleen via ons en via onze methoden en inzichten kan werken. En dan wenden we ons af van die mensen die het anders doen.
Maar Christus zegt: werpen ze boze geesten uit? Bevrijden ze mensen uit de greep van de zonde en maken ze hen tot verloste kinderen van God? En doen ze dat alles in mijn naam? Nou dan!