Het beste komt nog
1996-11-01
Over ‘Het beste komt nog’ van C. Huizinga. Broeder C. Huizinga heeft ons verrast met een bundel schriftstudies over ziek zijn en beter worden, sterven en opstaan. Vooraf vertelt hij in tere bewoordingen over leven en sterven van zijn gelovige ouders en van zijn lieve vrouw. Dat geeft aan deze meditatie een zeer persoonlijk karakter. Een verrassing was het op de eerste bladzij de woorden te lezen van Psalm 78, die wij als kinderen hebben laten beitelen op de grafsteen van onze ouders. Alle godvruchtige ouders lijken blijkbaar op elkaar. Hoe kan het ook anders?- Jaargang 40
- nummer 22
Voor de schrijver is van grote waarde geweest het inzicht dat de Bijbel de mens nooit losziet van zijn lichamelijkheid.
Het Woord is vlees geworden. Dat betekent dat het evangelie moet worden vertaald naar het gewone leven. Als kinderen zeggen maar weinig meer te kunnen beginnen met dit geloof, moet de kerk zich afvragen of zij niet ten slachtoffer viel aan de oude gnostieke dwaling dat de gewone dingen beneden de maat van de Geest zouden zijn. "Dwalen wij soms nog in de mist van de dualistische idee van een onsterfelijke, in het omhulsel van ons lichaam ingeplante ziel, met als gevolg dat ons natuurlijke leven uit de heilsboodschap verdampt en de opstanding aan het geloof wordt onttrokken?" In dit spanningsveld beweegt zich dit boekje dat de veelzeggende titel meegkreeg: Het Beste Komt Nog .
Broeder Huizinga raakt telkens de kwesties rond 'Sterven en dan'. Op die punten maak ik soms andere keuzes.
Als bij voorbeeld mevr. Poortvliet zegt: "Ik gun Rien de hemel, maar ik heb zo'n heimwee", heb ik daar geen probleem mee. Anders gezegd: niet alleen het beste, maar ook het betere komt nog: 'terstond na dit leven' (Zo. 22). En dat gedacht in de tijd, want denken buiten de tijd is vreemd aan het Bijbelse spreken. Voor mij is de hoofdzaak dat de zogenaamde bewijsplaatsen voor zondag 22 (waarvan de voornaamste zijn Lk. 20,38; 23,43; Mt. 10,28; Fil. 1,21), te duidelijk zijn. Terecht zegt mijns inziens Berkouwer tegenover Telder, dat de eenvoudige zin van deze woorden gehinderd wordt door een anti-dualistisch denken. En dat is ook theologie. Hoe het mogelijk is dat wij tegelijk in het graf en in het paradijs zijn, weten we niet. Wij weten dat wij kinderen Gods zijn, maar we weten (ondanks alle antropologische studies) nog niet precies hoe we in elkaar zitten.
Ik ben er zeker van dat de overmacht van de opgestane Heer niet zal toestaan dat de dood een gat zal slaan in de wederzijdse gemeenschapsoefening van Jezus met de zijnen.
Broeder Huizinga neme mij deze ontboezeming niet kwaljk. Die is niet gegeven om hem te bestrijden, maar om bij mijn lovende bespreking de eigen positie duidelijk te houden. Ik blijf namelijk bijzonder blij met deze bundel. Wat een verschil, de schriftuurlijke toekomstverwachting met die van de neo-gnostiek. Daar verwacht men (ik doe maar een greep): - de eeuwige liefde - gebied voorbij alle tegenstellingen, woorden en gebeurtenissen - absolute harmonieinspirerende evolutionaire vooruitgang - vereniging met de goddelijke wijsheid - vereniging met de universele christus - de stilte van de stille stilte - opgaan in het goddelijke enz. Wat een armoe. Hoe rijk zijn Gods beloften voor heden en toekomst. Ik betrapte me erop, dat ik - al lezende in Huizinga's meditaties - de troost van de Schriften zat op te drinken als een dorstige. De schrijver heeft een machtig fijne pen. Taal en stijl zijn dikwijls dichterlijk. Telkens stoot de lezer op uitspraken die nopen tot dieper doordenken. Meermalen ontmoeten we de broeder die zoveel jaren op uitnemende wijze en met hart en ziel leiding gaf aan het doordenken van onze diakonale taak. Bij het geven van een proeve valt de keus moeilijk. Ik kies het slot van de meditatie over psalm 146,5,6: Welzalig hij, wiens verwachting is op de HERE zijn God, die hemel en aarde gemaakt heeft. Br. Huizinga schrijft: "En hoe goed was het begin! Een gave schepping, zonder gebrokenheid en gebondenheid. Openheid voor de stem van de HERE, voor de gestalte van de beminde, de taal van de dieren, het groen, het water, het ruisen van de wind in de toppen van de bomen. Opgerichte mensen die in een transparante wereld wandelen met hun God. Dit staat vast: die God laat dat werk van het begin niet varen. Het gaat onafwendbaar naar de vernieuwing en het herstel van alle dingen toe. De schepper herschept." Ik wens deze prachtige bundel in veler handen.
c. Huizinga, Het beste komt nog, Kok, Kampen, 1996, 116 pag. ISBN 90 2971369 0; f 19,90.