Vervolging
1996-11-01
Ik kan me de dag dat we met het hele gezin moesten onderduiken nog goed herinneren. De druk was de laatste maanden sterk toegenomen. Er waren steeds meer plaatsen verboden voor ons, wat niet alleen vernederend was maar vaak ook erg lastig. Mijn dochter Susan bijvoorbeeld had documentatie nodig voor haar scriptie en moest daarvoor naar de bibliotheek.- Jaargang 40
- nummer 22
Daar mochten we niet meer in, werd ons te verstaan gegeven. Gelukkig bood de buurjongen aan de boeken op zijn naam te zetten. Het volgende wat verboden werd was het schouwburgbezoek. Simon en ik hadden net ons abonnement besteld en het geld overgemaakt. Er kwam binnen een week een beleefd briefje waarin werd verteld dat we helaas niet meer in aanmerking kwamen voor een abonnement en dat het geld geretourneerd zou worden. Ronduit hinderlijk waren de ingewikkelde regels voor winkels waar we wel en niet mochten komen. Je moest eigenlijk eerst nagaan of de eigenaar iemand van 'ons' was of juist niet. Ik kwam er al gauw achter dat ik in ons dorp geen boodschappen meer kon doen en zodoende was ik genoodzaakt voor alles naar de stad, 15 kilometer verderop, te gaan. Daarvoor had ik gelukkig de auto, maar al snel werden er benzinebonnen verstrekt voor mensen van onze groep. Zo werd langzaam alles gedistribueerd. We moesten soms kiezen tussen eten kopen en naar de kerk gaan. Dat werd binnen een jaar trouwens ook verboden. Wel mochten we deelnemen aan bijeenkomsten van 'algemeen religieuze aard'. Overal waren groeperingen ontstaan die een mengelmoesje van algemene waarden en opvattingen tot nieuw geloof hadden gebombardeerd.
Wij gingen daarom een soort diensten houden als we bij elkaar op koffievisite gingen. We ontwikkelden een ingewikkeld systeem van wie bij wie en waar op bezoek ging. We letten er ook op dat we nooit met meer dan tien waren, want dat zou opvallen. Gelukkig zijn onze buren te vertrouwen. Soms kunnen ze ons horen zingen maar ze hebben er nog nooit iets van gezegd. Sinds enkele weken kunnen de kinderen niet meer naar school. Dat zou wel kunnen als ze bereid zouden zijn om "enkel en alleen trouw te zweren aan deze overheid en aan niemand anders". Het probleem van de scripties is nu meteen opgelost. Een goede vriendin van ons helpt me met het onderwijs aan de kinderen. We hebben een strak schema en houden ons aan de schooltijden. Simon heeft nu ook geen werk meer. Steeds meer mensen komen zeggen dat ze wel anders zouden willen maar dat ze erop worden aangekeken dat ze naar een gelovige arts gaan. Hoewel zijn collega's hun medeleven hebben betoond, nemen ze wel de nieuwe patiënten aan. Er zijn wel enkelen die trouw bleven maar we kunnen er niet meer van leven. Simon heeft nu gesolliciteerd op verschillende vacatures. Het lukt niet erg. We krijgen geen uitkering maar een soort distributiebonnen waarvoor we lang niet alles wat we nodig hebben kunnen krijgen.
In onze buurt kennen ze onze nood. God zij dank zijn er heel wat die ons helpen, vooral met kleding en dergelijke.
Maar toen we hoorden dat ze bezig waren verschillenden van onze groep op te pakken en dat er mensen naar werkkampen werden gestuurd, kregen we echt de schrik te pakken. Toen gingen we voor het eerst overwegen toch maar onder te duiken. Behoedzaam begonnen we te informeren bij onze niet-christelijke vrienden. Wat waren we dankbaar dat we die hadden. Ons hele gezin van zes personen zou verdeeld worden over drie vrienden-gezinnen. We mochten blijven zolang we wilden. Hopelijk zal deze onderdrukking niet lang duren. Het is goed te weten dat wat we in goede tijden altijd hebben beleden, nl. dat God de enige is, voor ons nu meer dan ooit geldt. Hij helpt ons elke dag weer.