Christenen behoren de Bijbel woordelijk aan zijn woord te houden
1996-11-01
Fundamentalisten wordt dus verweten, dat het de werkelijkheid van onze moderne samenleving niet alleen niet accepteert, maar zelfs verdringt. Fundamentalisten worden dus voorgesteld als 'werkelijkheidsverdringers' - en wie verdringt wordt fanatiek, en wie fanatiek wordt, wordt uiteindelijk secteriër en sectarisme moest eigenlijk verboden worden.- Jaargang 40
- nummer 22
Maar wat wil het fundamentalisme eigenlijk in werkelijkheid? In het Latijn betekent 'fundamen' resp. 'fundamentum' eenvoudig 'grondslag'. Fundamentalisten zijn dus mensen die steeds in hun godsdienstige wereld terug willen naar de grondslag, d.w.z. naar de eerste oorzaak, de diepste grond, van hun godsdienst. En zulke mensen zijn er in het hindoeïsme, in de islam en in het jodendom. Het meest zelden worden ze gevonden in het Europese christendom, hoewel juist hier, in Europa, het christendom zich in een proces van zelfontbinding bevindt dat zijn weerga in de geschiedenis der godsdiensten nagenoeg niet kent.
Ik zeg ja tegen het fundamentalisme - het christelijk fundamentalisme, wanneer het in tegenstelling tot het hindoeïstische, islamitische en joodse fundamentalisme afstand neemt van geweld en politieke macht - en dat doet het. Ik zeg er ja tegen als het het tegendeel doet van wat Heinz Zahrnt anno 1977 in zijn boek 'Warum ich glaube' (Waarom ik geloof) van ons christenen eist: "Wij moeten de Bijbel aan zijn woord houden, maar hem niet woordelijk nemen. " Overigens zou ik dringend willen aanraden in ernstige zaken iedereen, als men hem al aan zijn woord moet houden, ook woordelijk te nemen. Men zou anders voor onaangename verrassingen kunnen komen te staan.
Nu neem ik de Bijbel au sérieux en daarom houd ik hem ook heel woordelijk aan zijn woord. Daarbij gaat het mij - zoals Jezus Zelf - om de kleinste lettertjes (Mattheüs 5:18). Het gaat mij om het luisteren naar het Woord, om de gehoorzaamheid jegens Gods openbaring en niet jegens de 'huidige maatschappelijke situatie'. Ik denk ook dat alle bijbelse 'essentials', zoals de schepping uit het niets, de geboorte van Jezus uit een maagd, Zijn kruisiging, Zijn plaatsvervangend lijden aan het kruis, Zijn lichamelijke opstanding en wederkomst aan het einde der tijden onontbeerlijk zijn. Ik wil bovendien ook in het kleine getrouw zijn en meen, als ik de apostel Paulus woordelijk serieus neem, dat een vrouw niet voor het leraarsambt in aanmerking komt. Dat naar het oordeel van de Göttinger professor Gerd Lüdemann slechts 15 procent van de woorden van Jezus in de synoptische evangeliën echt zouden zijn, wil er bij mij niet in, want ik weet niet waar hij dat vandaan haalt. Voor mij zijn de geciteerde woorden van Jezus voor 100 procent echt. Wie wil 'historisch-kritisch' bewijzen dat ik ongelijk heb?
Op grond van dit alles - ik zou natuurlijk nog veel meer kunnen opsommen (bijvoorbeeld dat men God alleen Vader en niet Moeder noemen kan)zal men mij wel een fundamentalist noemen. Ik geloof echter niet door een louter voor-waar-houden van deze fundamentele waarheden gered te zijn. Voor waar houden van woorden betekent totaal niets. De waarheid moet in geloof gedáán worden. Kruis en opstanding zijn voor mij niet fundamenteel in het kader van theologische denksport, maar kernstukken van mijn dagelijkse ervaringen. Met Christus leven, gekruisigd worden en opstaandát is beslissend. En als ik "al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en had de liefde niet, ik ware niets" (1 Corinthe 13:2).
Van bevriende collegiale zijde werd mij het stuk waarvan ik hierbij een gedeelte overneem, aangereikt voor eventuele plaatsing in deze rubriek. Het is van de hand van Prof.Dr. G. Huntemann en werd gepubliceerd in het blad 'De Stem'.
Het is goed om van het standpunt, in dit artikel verwoord, kennis te nemen al zullen er lezers zijn, die bij een bepaald onderdeel kanttekeningen zullen willen maken. Het meest treffend vind ikzelf, dat een theologische verhandeling uitmondt in een aansprekend geloofsgetuigenis. M.i. kan het één niet zonder het ander. Het lijkt mij een uitstekende zaak met elkaar over deze dingen serieus door te praten zonder dat men direct klaarstaat met het plakken van etiketjes. Want dat slaat elke discussie dood.