Genezen of doden
1996-11-15
Jezus stuit op een sabbat in een synagoge op stilzwijgend verzet als Hij een man met een verdorde hand wil genezen.- Jaargang 40
- nummer 23
Hij windt zich daarover op en wordt kwaad (Marc. 3:1-6). Als we de dingen waar wij ons over opwinden eens vergelijken met datgene waar Jezus zich over opwindt, ontdekken we het nodige verschil. Wij kunnen ons opwinden over persoonlijke dingetjes, over futiliteiten zoals een belastingaanslag of een lekke fietsband.
Jezus windt zich op als Hij stuit op verzet tegen God. Dat is misschien iets om over na te denken als we ons weer eens dreigen op te winden over kleinigheden. Verzet tegen God en zijn liefde: dat is hier aan de hand. Waar barmhartigheid, het hulp bieden aan mensen in nood, wier leven geschonden en gekneusd is, minder belangrijk geacht wordt dan het naleven van godsdienstige of kerkelijke regels en wetten, daar is men blind voor God en weet men niet meer te onderscheiden waarop het aankomt. Zou het niet verstandiger geweest zijn de genezing van die man een dag uit te stellen? Er was toch geen levensgevaar? Dat zou niet zo onschuldig geweest zijn als het er uitziet. Als we mensen stuk laten lopen op onze kerkelijke wetten en tradities en de naleving daarvan belangrijker vinden dan die mensen, gooien we de deur dicht voor God en vinden we Jezus tegenover ons. Jezus geeft dan ook niet toe aan de Farizeeërs. Want dat zou betekenen dat Hij onder één hoedje ging spelen met het verzet tegen Gods liefde. En daarvoor was Hij niet gekomen. Hij is niet gekomen om Gods liefde te verduisteren maar om die zichtbaar te maken en naar de mensen toe te brengen. Daarom zwicht Hij niet, maar zegt Hij tot de man: strek je hand uit. En de hand werd gezond, normaal, zoals hij behoorde te zijn.
Maar de Farizeeërs laten zich niet door Gods liefde overwinnen. Ze gooien de kop ertegenin. Als de synagoge-
samenkomst voorbij is, lopen ze op hoge poten regelrecht naar de Herodianen met wie ze anders helemaal niets te maken wilden hebben. Ze steken de koppen bij elkaar en beginnen plannen te beramen om Jezus uit de weg te ruimen. En zo komt bij hen de aap uit de mouw. Een mens genezen op de sabbat mag volgens hen niet.
Maar op sabbat plannen maken om de Mens bij uitstek uit de weg te ruimen, doen ze zonder blikken of blozen.
Daaruit blijkt dat Jezus in vers 4 (is het geoorloofd op de sabbat een leven te redden of te doden?) de zaak helemaal niet overtrokken of opgeblazen had, maar precies in de roos geschoten had. Wie de handhaving van menselijke, kerkelijke tradities en wetten, hoe vroom ze ook zijn, belangrijker acht dan het bewijzen van barmhartigheid aan mensen, komt uiteindelijk uit bij het doden van Jezus. Daarvan mogen we ons wel goed bewust blijven. Want ook vandaag is het nog mogelijk terwille van menselijke inzettingen over Gods kinderen heen te lopen en zo Christus opnieuw te kruisigen. Christus kwam om Gods liefde naar ons toe te brengen. Overal waar Hij kwam, werkte Hij genezend op het leven in. Want dat is het overweldigende van Gods liefde: die geneest ons leven, vergeeft onze zonden, herstelt geschonden verhoudingen, tilt levens op uit de modder en de ellende, vernieuwt het bestaan en geeft uitzicht, ook vandaag nog. Ook nu komt het erop aan ons niet te verzetten tegen die liefde, maar Jezus te aanvaarden, Hem te volgen en van Hem te leren wat barmhartigheid is.