Pastorale; zorg(en), voor en door de gemeente

1996-12-13
  • Jaargang 40
  • nummer 25
“Pastorale zorg: het ligt ons op het hart. maar wij hoeven niet alles te doen. Wat wij moeten doen is: zorg voor en door de gemeente stimuleren en coördineren." Dat was de slotconclusie die ds. J.B.M. Storms meegaf aan zijn lezing' tijdens de landelijke ouderlingenconferentie van 30 november in de Jeruzalemkerk te Utrecht.

Het thema van de conferentie luidde: 'Pastorale zorg(en)'. Bij de ingang van de Jeruzalemkerk lagen de 'kerkenraadsstukken' al klaar voor de bezoekers. Het dagprogramma, een folder over wijkkringen en een complete brochure over gemeenteopbouw van de hand van de spreker, ds. Storms. Ds. Storms paste het thema 'pastorale zorgen' toe op het functioneren van de hele gemeente. Niet alleen de kerkenraad heeft volgens hem pastorale taken. "Ik wil het bijzondere ambt niet afschaffen, maar Christus heeft gezag aan elke gelovige gegeven. Het vermanen en onderwijzen is niet uitsluitend het terrein van de kerkenraad. In Mattheüs 18 over de zonde van een broeder lees ik niet over de kerkenraad, maar over de hele gemeente die daar actief bij betrokken is."Ds. Storms stelde dat we hiermee zoals altijd - een maatschappelijke ontwikkeling volgen. "Maar wat dan nog: de instelling van de ouderling en de kerkenraad die Calvijn in Genève doorvoerde, was ook een weerspiegeling van de maatschappelijke ontwikkeling. In Genève keek men daar niet vreemd tegen aan. Zo zullen mensen in onze tijd ook niet vreemd kijken als pastorale zorg niet meer exclusief het terrein van de kerkenraad is. Daarmee wordt de kerk geen democratie - kan dat ook niet zijn - maar er kan wel een grote inbreng van gemeenteleden zijn."

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
De zorg in de gemeente is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, concludeerde ds. Storms o.a. uit Kolossenzen 3, 16. In die tekst wordt over het 'elkaar' leren en terechtwijzen gesproken. "Daar moeten we denk ik even wat aan wennen", zei Storms glimlachend. "Maar het is zelfs zo dat de zorg van de kerkenraad pas kan functioneren op basis van onderlinge bemoediging en vermaan!" Het betoog van ds. Storms mondde uit in een pleidooi voor een netwerk van kringen in de gemeente. Een kring kan gevormd worden naar de indeling in wijken van de ouderlingen. Op zo'n kring vind je dus de doorsnee van de hele gemeente. "De taak van de ouderling is om mensen bij elkaar te brengen. Om een structuur te geven waar mensen elkaar kunnen leren kennen en daardoor beter onderling te kunnen zorgen. We moeten als gemeente dus aan bodybuilding gaan doen!"
Ds. Storms wees op het principe van Jethro die Mozes leerde te delegeren. Alleen de moeilijke zaken kwamen nog bij Mozes terecht. Zo moet ook de kerkenraad de zorg delegeren. Wijkavonden - het liefst elke maand - kunnen daarbij een middel zijn.
Ds. Storms benadrukte dat het niet gaat om een technische oplossing van problemen. Maar er is organisatie nodig om het lichaam van Christus op te bouwen.

Sociaal of geestelijk
Het onderwerp werd vervolgens in kleine groepen besproken. In het middaggedeelte was er een reactiemogelijkheid n.a.v. deze gesprekken. Daarbij spitste de discussie zich toe op de invulling van de gemeentekring. Wat is de verhouding tussen - zoals iemand het voor de zaalmicrofoon verwoordde - het sociale en de geestelijke herkenning? Ds. Storms: "Buiten de kerk is er ook gezelligheid. Daar zijn wij niet uniek in.
Als kerk hebben we de roeping om het evangelie ter sprake te brengen." En enigszins fel: "Als we toegeven aan 'alleen maar gezelligheid' op een wijkavond dan offeren we de boodschap van de kerk op." En als nu de helft afhaakt? Welke keuze moet je dan maken? Ds. Storms hekelde het alleen maar uitgaan van behoeften: "Alleen maar gaan zitten op de lijn van behoeften, nee. Elkaar aanspreken kan heel bedreigend zijn, maar toch houdt Jezus ons dat voor. Dit betekent niet dat een gemeente kring een bijbelstudie-avond moet worden of liturgiebespreking. Daar zijn aparte kringen voor. Een gemeentekring moet het totaal bestrijken en een gemeente in het klein zijn. En daarbij hoort onderlinge geloofsopbouw."

Echtheid
In het middaggedeelte van de conferentie sprak mw. J.D. van der Zee-van der Ploeg, stafmedewerker van 'De Wittenberg', over 'Sprekend (als) een pastor'. Zij gaf niet alleen de 'theorie' maar ook de 'praktijk': in een aantal oefeningen konden de ouderlingen werken aan hun pastorale gesprekstechniek. Daarbij ging het om het sleutelwoord 'echtheid': wat je zegt als ouderling, moet je ook uitstralen. De oefening was gericht op bewustwording van het communicatieproces tijdens een pastoraal gesprek. Mw. Van der Zee gaf een aantal typeringen van de ideale ouderling: "Hij kan luisteren, hij is bewogen, hij is beschikbaar, hij heeft geduld en tijd en interesse, hij heeft bijbelkennis, hij kan zich inleven en een ander motiveren."
Uit de reactie uit de zaal bij deze opsomming, bleek duidelijk dat het om een ideaal ging. De werkelijkheid is meestal anders.
Mw. Van der Zee wees erop dat een ouderling zicht moet hebben op God ("Welke rol speelt Hij in uw leven?"), op onze naaste ("Is die naaste een object die u moet bekeren of is er een gelijkwaardig en wederzijds contact mogelijk"), op ons zelf ("Hebt u zelfkennis?") en tenslotte op onze taak ("Wat is uw motivatie?"). Bonhoeffer heeft gezegd dat in een echte ontmoeting je allebei een beetje veranderd.

Grondhouding
Vervolgens besprak mw. Van der Zee de grondhouding die een ouderling moet hebben. Hier gaat het allereerst om echtheid. "Hoe sta je tegenover mensen? Een goed advies vind ik: ontmoet de ander alsof je voor het eerst een mens ontmoet." Bij deze grondhouding hoort ten tweede aanvaarding van de ander zoals die op dit moment is. Onvoorwaardelijk, zoals christelijke liefde hoort te zijn. Een derde aspect van de grondhouding is inlevingsvermogen. "Je moet je kunnen verplaatsen in de ander, maar niet in de ander opgaan. Want een ander heeft een unieke ervaring. Je moet dus het gesprek open houden en vragen: hoe beleef je dit?" Er is een gevaar dat je andermans woorden te snel interpreteert, dat je je eigen ideeën op de ander projecteert en dat je te vol bent van jezelf. Op de vraag aan de zaal wat een goed pastoraal gesprek in de weg kan staan, kwamen de volgende reacties: concentratie, voorbereiding, stemming, het gespreksonderwerp, sfeer. Mw. Van der Zee stelde dat een ouderling soms te veel aan zijn hoofd kan hebben om er voor de ander te zijn. "Waarom zou je dan niet een week over kunnen slaan?" Tenslotte: wat is pastoraat? Volgens mw. Van der Zee is het: de dienst van het luisteren. "Een pastor moet goed kunnen luisteren naar wat gezegd wordt en vooral naar wat niet gezegd wordt. Een gesprek is pastoraal als er een ontmoeting voor Gods aangezicht plaatsvindt en je in naam van je Zender gaat in een houding van liefde, zorg en geloof." De dag werd gesloten met Gezang 474: 'God roept ons, broeders, tot de daad' waarbij dhr. J. Stolte, de voorzitter van de conferentie, voorstelde 'broeders' te vervangen door 'allen'. Waarmee de cirkel rond was en weer bij de gemeentekring van het ochtendgedeelte uitkwam.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief