Marginaal? De bijbel verdedigt zichzelf.
1996-12-13
Twee verhalen herinner ik me, die allebei over de verdediging van de bijbel gaan. Bij Spurgeon kwam iemand vragen of hij niet een verdediging van de bijbel wilde schrijven tegen de opkomende bijbelkritiek. Spurgeon wees het verzoek van de hand met de opmerking dat men evengoed een leeuw zou kunnen verdedigen. Niemand haalt zich dat in het hoofd. Het zou een gevaarlijk karwei zijn. De bijbel heeft onze defensieve actie niet nodig. Zij verdedigt zichzelf. Een ander verhaal gaat, waarin de hoofdlegerpredikant in de oorlog bij de koningin kwam met het verzoek om een woord vooraf te schrijven voor de bijbel ten gebruike voor de Nederlandse krijgsmacht. Ds. Sillevis Smitt kreeg te horen dat onze vorstin dat niet zou doen. Stel je voor: een koninklijke aanbeveling voor de bijbel! Het motief van de koningin kan ik goed begrijpen. Het Woord van God beveelt zichzelf aan. Beide verhalen typeren een houding ten opzichte van de Schrift, die ons goed bevalt. De bijbel heeft alle bestrijding tot op heden glansrijk doorstaan. De kerkgeschiedenis is een bewijs van het voortdurende streven van de mens om de bijbel te ontleden, aan te passen, te verbeteren en wat al niet meer. Het Boek heeft met een wonderlijke vitaliteit alle kritiek en ook alle verdediging overleefd. Dit laatste vooral. Er is leven, kracht en zegen in de bijbel. Wie dit zoekt zal merken, dat niet wij met de bijbel bezig zijn, maar dat de Schriften ons gevangen nemen, en ons verdedigen.- Jaargang 40
- nummer 25
Handen af van de Schrift
Soms gaan mensen met de bijbel om, zoals de jongen die aan zijn brommer sleutelt. Hij probeert hem uit elkaar te halen, op te voeren, en heeft daar plezier in. Dat genoegen hebben de mensen van het vak soms met de bijbel. Ik geef toe dat zij zich op een ander vlak bevinden. Zij krijgen geen vuile handen. Op het eerste gezicht werkt hun optreden ook niet zo milieuverontreinigend als het geknutsel aan het oude brommertje. Toch is het de vraag wie schadelijker werkt. Men dient de Schrift te nemen zoals zij er ligt. Opvallend is de taal van de belijdenis: ..wij ontvangen deze Schriften. __" Dat betekent dat we louter receptief zijn als het gaat om de vitaliteit van de Heilige Schrift. Men moet bereid zijn niet om te scheppen, maar om herschapen te worden. Wij zijn veelal te creatief bezig, alsof wij het verlossende woord hadden te spreken. In dit "louter receptief" schuilt geen greintje magie of toverij. Wat er door de bijbel zelf tot stand gebracht wordt in het leven van mensen, van generaties die gingen en die zullen komen is het geheim van de Geest. Zijn vrijheid is onbeperkt. Maar Hij bindt in zijn belofte ons aan het Woord. Laat het werken in ons leven en in de kerken.
Dit artikel knipten wij uit het chr. geret. weekblad: 'De Wekker'. Het is geschreven door Prot. Dr. W. van 't Spijker, hoogleraar te Apeldoorn. Het blijkt steeds weer een beheersende vraag hoe wij met de bijbel omgaan. Die vraag klemt des te meer waar het theologen betreft, die op een aparte manier de bijbel bestuderen ten dienste van de gemeente van Christus. Je kunt je laten verleiden tot uitspraken, die beogen een afdoend antwoord te geven op diverse vragen.
Maar wat je aan de ene kant wint verlies je aan de andere kant. En niemand heeft het meer in de hand als een particuliere dogmatische uitspraak vervolgens een eigen léven gaat leiden. Als leerlingen van Christus zullen wij ook hier bepaalde grenzen in acht moeten nemen. En als wij er niet uit komen is daar de Geest als Auteur van het Woord van God, die ons ook in dat opzicht troost.