De laatstel woorden van de Bijbel

1996-12-27
  • Jaargang 40
  • nummer 26
"Wat was het laatste woord?" Die vraag kon een kind vroeger op zijn bord krijgen als het bij de bijbellezing aan tafel niet goed had opgelet. Een mevrouw vertelde eens dat zij daarbij ooit de mist inging uitgerekend bij het laatste bijbelboek van het Oude Testament, Maleachi, en dat zij als straf een draai om haar oren kreeg. Dat maakte zo'n indruk, dat zij dat laatste woord nooit meer vergat, namelijk: 'sla'. Zo eindigde het Oude Testament in de Statenvertaling: "Opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla".

Van begin tot eind
De laatste woorden van het Nieuwe Testament zijn die van een zegenwens: "De genade van de Heer Jezus zij met allen". Het is de laatste regel van het boek Openbaring, dat een visioen over het einde van de tijd bevat. Velen ervaren deze apocalypse (onthulling) over de stervenspijn van de oude aarde en de geboorteweeën van de nieuwe als moeilijk en beangstigend.
Prachtig is evenwel, dat het boek niet eindigt met "God zij u genadig, want het wordt erop of eronder", maar met een vredegroet, zoals het er ook mee begonnen was: "Genade zij u en vrede" (1 :4). Het boek Openbaring zag daarmee de geschiedenis als een tijd die van begin tot einde zou staan onder de beschermende boog van de genade.

De genade ...
Wat is genade? Om te beginnen, wat de priester de woestijnreizigers op de tocht naar het beloofde land moest toezeggen met de woorden "de HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig" (Numeri 6:25). De bijbel beschrijft de exodus wel als huwelijk, als het trouwen van de bruid weg uit het huis waar zij kwijnde en het gevoerd worden naar het ruime, koele huis van de bruidegom, vloeiend van melk en honing. Genade doelde in die context op de toeneigende aandachtige liefde van de bruidegom, die niet bleef steken in gezindheid maar daad werd. "De HERE zij U genadig" betekende brood uit de hemel, water desnoods uit de rots, vlees van omhoog, veiligheid rondom, in één woord: gunst. Maar die betekenis hield het niet. Toen de bruid steeds weer wegliep en het kwam tot scheiding van tafel en bed (de ballingschap), klonk als een verre echo uit de woestijn: "De HERE zal wachten, opdat Hij u genadig zij, opdat Hij zich zal verheffen om zich over u te ontfermen, want de HERE is een God van rechf' (Jesaja 30:18, gedeeltelijk volgens de Statenvertaling). God wilde zijn gunst wel aan Israël schenken, maar had ook een recht op dat volk, een recht dat geschonden was en hersteld moest worden. En daarom wachtte Hij, om tenslotte zelf recht te doen.

... van de Heer Jezus ...
Toen bleek dat de Heilige van Israëls kant niet op gunst hoefde te rekenen, deed Hij recht door zelf het onrecht op zich te nemen. In zijn Zoon boette Hij zelf voor de ontrouw. Daadwerkelijk, want genade is niet gezindheid maar daad: honderdvijfenvijftig keer is in het Nieuwe Testament sprake van genade, honderdvijfenvijftig keer in verband met Jezus en zijn kruis. Door de Gekruisigde is genade meer dan gunst alleen. Bij de Opgestane is het recht van God in de genade verdisconteerd. Het is wat de minister in de gelijkenis ontving, toen zijn koning hem de belastingschuld kwijtschold door deze ten laste van zijn eigen schatkist te laten komen. Die minister ging over uit de sfeer van het recht in het gebied van de genade. Maar toen hij op de paleistrappen zijn collega naar de keel greep voor een stuiver, dat wil zeggen de vaste grond van de genade verliet om het terrein van het recht weer te betreden, zakte hij door de grond van zijn nieuwe bestaan en eindigde in de handen van de folteraars. "De genade van de Heer Jezus" ziet op de manier waarop God met de onmacht van de geschiedenis omgaat, met het menselijk falen en tekort. Het is het niet binnengaan van de rechtszaal, waar wij het bij voorbaat verloren zouden hebben. Het is het verlaten van het terrein van het recht, omdat er recht is geschied, omdat Hijzelf in Jezus het onrecht op zich nam. De titel 'Heer' wil ons daarbij speciaal laten denken aan de manier waarop God in Jezus heerlijk, meesterlijk met mensen omging die in de sfeer van het recht geen been hadden om op te staan. Zoals met de fraudeur Zacheüs en anderen met een oneigenlijke levensinvulling, of met Petrus die Hem op het kritieke moment in de steek liet... Zijn heerschappij geldt zelfs de sleutels van het rijk waarop al ons onvermogen uitloopt, dat van de dood (1 :18). Wie staat op de grond van de genade van de Heer Jezus - zelfs de poorten van de hel zullen hem en haar niet overweldigen.

... zij met allen
In de grondtaal ontbreekt het woordje 'zij'. Het gaat dan ook niet om een wens, voor de toekomst alleen. De genade komt van Hem, van wie Openbaring 1:4 zegt, dat Hij was en is en zal zijn. Gods genade was ons voor, aan het kruis, is met ons en zal het zijn. Dat is geen wens maar een belofte. Die geldt 'allen'. Oude bijbelhandschriften voegen hier nog iets toe: "met alle heiligen", "met al zijn heiligen" of "met u allen". Die toevoegingen zijn even zo vele beperkingen, voorwaarden. In alle kracht van haar kortheid is deze toezegging hier geadresseerd aan 'allen'. Ieder, wie ook maar, die doorgelezen heeft tot dit laatste bijbelwoord, mag zich gezocht en aangeraakt weten door deze genade. Het is Gods laatste woord, ook voor deze laatste dagen van het jaar, en het laat niemand ongezegend: De genade van de Heer Jezus zij met allen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief