Dorsvloer vol confetti

2010-04-30
  • Jaargang 54
  • nummer 9
In 2009 is de debuutroman van Franca Treur verschenen. Binnen vier maanden werd het vijf keer herdrukt.
De auteur, afgestudeerd literatuurwetenschapper, heeft een boeiende roman geschreven die autobiografisch is, al vermeldt de titelpagina nadrukkelijk dat er geen gelijkenis is met bestaande personen.

Koeien
De 12-jarige Katelijne is de hoofdpersoon van de roman, die zich afspeelt in de jaren ’80 in Zeeland, in het boerengezin Minderhoud. Het is een streng gereformeerd milieu waar ‘het geloof zwaar hing tussen de hanebalken’, om met Gerrit Achterberg te spreken.
Katelijne groeit op in een gezin van zeven kinderen. Ze is de middelste van het stel en het enige meisje. Vader is boer, moeder is huisvrouw, oma was dat ook en Katelijne zal het eveneens moeten worden. Het geloof is belangrijk, maar het werk in de stal gaat altijd door.
Katelijne is de ik-verstelster in het verhaal en dat is interessant: ze accepteert het gezin als vanzelfsprekend, wil er graag bij horen, maar begint ook kritisch te kijken. Bovendien ontregelt ze door haar acties en verhalen steeds de normale gang van zaken.
Als meisje hoeft ze niet in de stal te werken, maar de enige keer dat ze echt meehelpt, laat ze de koeien uit de stal ontsnappen. En als ze op zondagmiddag, wanneer iedereen op bed ligt, een Duits gezin toestaat op het gazon de tent op te slaan omdat er geen plaats is op de campings en zij een zieke zoon bij zich hebben, wordt dat haar niet in dank afgenomen.

Schrift
Katelijne is de enige in het gezin die boeken leest. Haar eigen boeken heeft ze al vele malen gelezen. Haar oudste broer krijgt een boek voor zijn verjaardag dat ze stiekem bij hem weghaalt om te lezen. En als ze bij een tante logeert, leest ze bij de buurvrouw sprookjes, iets wat ze thuis onzin vinden, want dat zijn leugens die je afhouden van de Waarheid.
Ze schrijft zelf ook verhalen, wat blijkt als één van haar broers een schrift van haar vindt, waaruit haar moeder een verhaal voorleest over het laatste oordeel, wat de jongste kinderen prachtig vinden, maar wat de vader afbreekt omdat er weer gewerkt moet worden.
Haar oma vindt al dat lezen maar niks. Katelijne denkt dan: de Bijbel is toch ook een boek? Haar fantasie helpt haar te overleven, maar haar ouders begrijpen haar daarin niet.

Kaf of koren
De tegenstelling tussen ’het eeuwig wel’ en ‘het eeuwig wee’ kleurt alle gebeurtenissen in het boek. Zondags gaan ze twee of drie keer naar de kerk en worden ze over de preek overhoord. Katelijne is meestal de enige die de antwoorden weet. Haar oma praat veel met haar over geloof, omdat haar broers toch niet luisteren. Haar oma kan haar bekeringsverhaal vertellen en dat geeft status. De wereld, zo leert Katelijne van haar oma, is een dorsvloer waarop God uitverkorenen en verworpenen scheidt. Het is zaak om nauwgezet te leven. „Want wat zul je straks zijn, m’n kind, als je voor Zijn rechterstoel zal staan: kaf of koren?” Als Katelijne met een broer naar de kermis gaat, levert dat dus straf op.
Na de dood van opa vraagt oma zich af of hij wel in de hemel is. Katelijne, die vlak voor het overlijden van haar opa met hem naar het dorp was geweest, verzint dan een verhaal om haar oma te troosten, waaruit blijkt dat er misschien toch wel signalen zijn dat opa bekeerd is. Ze heeft zelf wel moeite met haar leugen.

Toespelingen
Door het boek heen loopt ook het thema ‘lichamelijkheid en seksualiteit’. Katelijne wil graag door haar ouders worden aangeraakt, maar die doen dat niet. Een buurvrouw van haar tante bij wie ze logeert, doet dat wel, waar ze erg van geniet. Daar verkleedt ze zich in een kort rokje en wordt ze opgemaakt, wat ze prachtig vindt.
Tijdens een dagje uit spreekt ze een wildvreemde man aan dat ze wel voor hem het huishouden wil doen. Als hij dan seksuele toespelingen maakt, begrijpt ze dat niet.
Dat haar broer moet trouwen, is mede gevolg van haar verhalen. De ouders zijn eerst ontdaan en het stel moet schuldbelijdenis doen voor de kerkenraad, maar daarna wordt alles voorbereid voor de trouwerij en het feest bij hen op de deel. Zij heeft haar eigen bijdrage voor het feest door dagenlang met een perforator papiersnippers te maken van kerkbladen, als confetti. Als ze de confetti later dan gepland over de feestvierders uitstrooit als een soort algemene genade, waarin de bruid zelfs wit lijkt, vinden de mensen het eerst vreemd, maar moeten ook wel lachen. Haar vader vindt het vervuiling van zijn werkterrein.

Goede inkijk
Het boek is mooi en goed leesbaar geschreven, positief betrokken op het eigen milieu met een humoristisch-kritische ondertoon. Het verhaal is wat anekdotisch, er is geen duidelijke plot. De roman is minder zwaar dan Knielen op een bed violen van Jan Siebelink en veel minder negatief dan Maarten ’t Hart. Het geeft een goede inkijk in dit milieu, maar doet ook algemene vragen rijzen over opvoeding. Hoe stellig en vanzelfsprekend draag je je eigen levensovertuiging over op je kind en hoeveel ruimte laat je voor vragen of houd je rekening met de eigenheid van het kind? Dit boek houdt wat dat betreft een spiegel voor.

Franca Treur (2009), Dorsvloer vol confetti. Prometeus, Amsterdam. 220 p. € 17,95.

Ide Zinkstok is neerlandicus en lid van NGK Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief