Is de verpleegkundige verantwoordelijk?

1996-05-31
  • Jaargang 40
  • nummer 11
In een ziekenhuis wordt veel van het dagelijks werk gedaan door verpleegkundigen. Voortdurend doen zij werk waar leven en dood mee gemoeid is. Uiteraard blijft de arts verantwoordelijk voor ingrepen en behandeling. Maar is de verpleegkundige zelf ook verantwoordelijk, en hoe dan?

Over deze vragen ging het proefschrift dat de heer e.p. Kleingeld uit Alphen aan de Rijn op 10 mei j.l. met succes verdedigde. Hij behaalde er de graad van doctor mee en tevens de finale van een opmerkelijke studie-gang.
Kees Kleingeld (54 jaar) werkt sinds jaar en dag op Schiphol bij de ZBO Luchtverkeersbeveiliging. Hij is er beleidsmedewerker van het bestuur.
Dat klinkt me al in de oren als een vak waar je je aandacht bij nodig hebt. Niettemin vond hij gelegenheid om daarnaast tussen 1983 en 1990 de zaterdagopleiding voor theologie te volgen, in Utrecht. Intussen is hij preses van de kerkeraad (om vast even de nieuwe spelling te gebruiken die Opbouw officieel nog in moet voeren) in Alphen.
En dat verhinderde hem kennelijk niet om een proefschrift af te ronden. Normaal gesproken zou je dan geen tijd meer hebben om nog aan je vrouw te denken, maar dat heeft br.
Kleingeld heel aardig opgelost; we laten hem daarover zelf aan het woord: "Zonder mijn levensgezellin zou dit proefschrift niet tot stand zijn gekomen. Dit is niet de obligate dankbetuiging van elke promovendus. Integendeel, juist toen ik midden in de theologiestudie zat, ging zij als herintredend verpleegkundige weer aan de slag en verbaasde zich over allerlei dingen die zij waarnam en meemaakte. (...) Door de diepgaande belangstelling van mijn vrouw in haar "vak" ontbrak het mij nooit aan voorbeelden en discussieonderwerpen, die in een of andere vorm hun neerslag vonden in deze studie".

Geen autonoom beroep?
En zo kwam het tot de dissertatie met als titel "Verantwoordelijke verpleging. Heeft de verpleegkundige een eigen beroepsverantwoordelijkheid?" Kleingeld werd als het ware uitgedaagd tot deze studie door publicaties van twee bekende medici over de rol van een verpleegkundige. De Leidse hoogleraar Thomeer schreef dat de verpleegkundige zich nooit op eigen verantwoordelijkheid kan beroepen.
"Verpleegkunde is geen autonoom beroep en alles wat de verpleegkundige doet aan de patiënt, valt in ultimo onder de ethische verantwoordelijkheid van de arts". En kort daarna kwam een chirurg er nog eens dunnetjes overheen, dat verpleegkundige handelingen "niet alleen onder de ethische, maar ook onder de technische' verantwoordelijkheid van de behandelend arts vallen". Dus ja, dan is een verpleegkundige alleen maar een verlengde arm van de arts. Je bespeurt in Kleingeld's studie dat hij daar vanuit twee verschillende kanten niet mee kan leven. Enerzijds omdat hij meevoelt met de emancipatie van het vak, dat steeds meer erkend wil worden als een eigen discipline. En anderzijds ook omdat het niet vol te houden valt: een verpleegkundige die geen eigen verantwoordelijkheid heeft. Dan zou de verpleging een beroep zijn waarin Befehl ist Befehl geldt... De praktijk is anders en dat behoor je dan ook uit te laten komen in je doordenking van het geheel. Dat heeft Kleingeld in zijn dissertatie geprobeerd.

Conflicten in de praktijk
Hij beschrijft een aantal conflicten die zich in de praktijk kunnen voordoen. Daarbij is lang niet alleen aan ethische kwesties rond het sterfbed te denken, maar ook aan alledaagse situaties, waarin artsen soms beslissingen nemen alsof de verpleegkundige niet bestaat.
En neem dan als verpleegkundige maar eens verantwoorde beslissingen.... In een betoog waarin nogal wat filosofie voorkomt, bespreekt en taxeert de auteur dan de eigen plaats en eigen verantwoordelijkheid van de broeder of zuster aan het bed. Hij komt daarin op voor de erkenning van haar of zijn werk als een volwaardig eigen beroep binnen de geneeskundige zorg. Daar hoort een beroepsverantwoordelijkheid bij. Die term betekent: er zijn verantwoordelijkheden die een mens aankleven, zoals de verantwoordelijkheid van ouder sin het gezin of burgers in de staat. Maar de morele verantwoordelijkheid van een verpleegkundige, goeddoen aan de patiënt, die neem je apart op je als je in het vak treedt. Je gaat tenslotte met mensen om, en dan ben je er niet met te zeggen "ik doe gewoon wat in m'n contract staat".
Anderzijds is de mogelijkheid van een verpleegkundige om eigen verantwoorde keuzes te maken natuurlijk beperkt door de schaarste in het ziekenhuis, zowel als door de taakverdeling met de behandelend arts.
Wat is overigens eigenlijk het verschil tussen verpleging en geneeskunst, afgezien daarvan dat de arts langer door geleerd heeft? Kleingeld wil geen tegenstelling maken, maar hij zegt dat er toch een verschil in gerichtheid is.
De arts is gericht op de ziekte, en de verpleegkundige op de zieke. Hij zegt dat "de verpleging pogingen doet, nadruk te leggen op de patiënt als zieke mens tegenover de geneeskunst die hem primair ziet als lijder aan een ziekte".
Dat was tegen het zere been van dr. E. Schroten, een van de hoogleraren die op de dag van de promotie tegengas gaven. Dr. Schroten is zelf hoogleraar medische ethiek en hij zei: daar hamer ik nou juist zo op bij mijn onderwijs aan artsen, dat ze niet alleen de ziekte moeten zien, maar de patiënt zelf als mens. Daar wist de promovendus natuurlijk wel antwoord op, maar deze kritiek bleef voor mij toch wel overeind. Maar ja, ik hoef ook geen sluitende onderscheidingen te bedenken. Tijdens de promotie-plechtigheid werd overigens heel duidelijk waardering geuit. Zowel voor de prestatie die Kleingeld naast zijn dagelijks werk leverde, als ook voor het eindresultaat: "een belangrijk en tot op heden onderbelicht onderwerp in de medisch-ethische literatuur" - zo oordeelde zijn promotor dr. F. R. Heeger. Het was mooi en gezien de omstandigheden bijzonder passend om te zien dat Kleingeld's vrouw, mw. G.J. Kleingeld-de Graaf, een van de paranimfen was die hem moreel bijstonden.
Voor het proefschrift zelf moeten belangstellenden aankloppen bij de auteur; in plaats van een handelsuitgave is een bewerking verschenen voor HBOV: Kees Kleingeld, Beroepenverantwoordelijkheid in de verpleging, Utrecht (LEMMA) 1996, prijs f 33,50.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief