Van de oude man en zijn geheimen
1996-05-31
De geschiedeniswetenschap van vandaag kent tegenwoordig zijn "petite histoire" in de aandacht voor wat er met de kleine man en vrouw in het verleden voorviel. De brieven van de onbekende onderwijzer uit Urk die meer dan een eeuw geleden naar Zuid-Afrika emigreerde en zijn "Lieve vrouw en kinders", in het vaderland achterblijvend, jarenlang op hoogte bleef houden van zijn wederwaardigheden, behoren evengoed tot de geschiedenis als het dagboek van een eerste minister. Terecht! Het was toch wel wat selectief om zijn aandacht uitsluitend te richten op twee procent van de bevolking, het toplaagje, en dan te zeggen: hier is de geschiedenis. De kleine man is belangrijk geworden.- Jaargang 40
- nummer 11
Toch hadden we uit de Bijbel al iets van die democratisering kunnen leren.
Daar vind je alle aandacht voor wat er met de schoonmoeder van Petrus gebeurde, met de twee zusjes van Bethanië of, eerder terug, met de knecht Gehazi.
Zo komt ook Simeon in het Kerstevangelie te voorschijn. Als een kleine "anonymus" want hij kon net zowel geen naam hebben. Zomaar ploft hij de geschiedenis binnen en zomaar verdwijnt hij er weer uit; als Melchisedek, zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, kleurloos.
De oude man Simeon blijft zelf een geheim.
Van de "herdertjes" wisten we dat al; die behoren tot de onderlaag van de samenleving; ze mochten niet eens als getuige voor de rechtbank optreden.
Daarvoor waren ze niet genoeg mens. Maar uitgerekend zij mochten als eersten het goede nieuws van Jezus rondvertellen.
Bij onze oude Simeon gaat de Bijbelals het ware nog een stapje verder. Is het ironie? Hij, de kleine "anonymus" behoort tot het kleine groepje binnen de kerk dat uitziet naar de komst van de Vertrooster van Israël. Maar van de grote "officiële" kerk met zijn structuren, zijn oudsten en priesters hoor of lees je nauwelijks iets. En wanneer je in de Kerstverhalen bij uitzondering iets van hen hoort, is het niet zo best.
Op de vergadering van de grote kerkeraad van Jeruzalem wijzen de kerkleiders zonder aarzeling naar Bethlehem maar verder stellen de herenbroeders geen belang (Matt. 2).
Twee geheimen
De oude man, gedurig bezig met de toekomst van de Messias, had eigenlijk twee geheimen. Van het eerste zijn we goed op de hoogte. De Heilige Geest had in zijn oor gefluisterd: je zult niet sterven voordat je de Messias met eigen ogen hebt gezien. Jouw oude leven is geen wachten op het einde maar op het begin van de Messiaanse tijd. Ieder die tegen hem zei: oude man, ben je klaar voor de dood, riep hij toe: helemaal niet, ik zie ik zie wat jij niet ziet, ik wacht om de Heer te zien. Nee, ik sterf niet als de oude vader Jakob die zei: op Uw heil wacht ik, Here (Gen. 49:18). Ik sterf pas wanneer mijn oude ogen het heil hebben gezien.
Maar er is nog een tweede geheim dat Simeon meedraagt. Hij is met de Bijbel op een heel andere wijze bezig dan de "officiële" kerk, de Schriftgeleerden, de Farizeeën. Hij, de "leek" leest het Oude Testament met andere ogen. Wie wat naleest over het Simeon-verhaal van Lukas 2 komt hier en daar de opmerking tegen van de deskundigen dat de Messiaanse teksten die Simeon aanhaalt, geen rol speelden in de verwachting van de kerk. De Jesaja-verzen die Simeon aanhaalt, spreken beide over het Messiaanse heil voor de volken der wereld tot aan het einde der aarde; maar nergens kom je die prachtige verzen in de Rabbijnse literatuur tegen. Want die liggen daar, zowel politiek als religieus te moeilijk, en kun je daarom beter negeren. De Here zegt in die verzen: het is mij te gering om alle heil alleen voor Israël te bewerken, dat is mij niet de Messiaanse moeite waard; nee, de Messias is het licht der natiën.
Simeon leest de Bijbel op zijn wijze, als een buitenbeentje in de kerk. De eerste tekst die hem in de mond komt is die van Jesaja, in de kerk genegeerd: eindelijk is het heil gekozen dat bestemd is voor alle volken; hier vóór mij in het Jezus-kind. Geen wonder dat er dan onmiddellijk op volgt dat Jozef en Maria zich verbaasden over wat van de nog kleine Messias gezegd werd. Zoiets hadden ze in de kerk nog nooit gehoord.
De oude man weet dat hij tamelijk alleen staat met zijn geheim. Hij weet dat zijn Bijbelhantering op fel verzet zal stuiten in de kerk. De Messias voor de heidenen? Nooit! Daarom - en deoude man is nog lang niet dementziet hij de toekomst al duidelijk voor zich. Zo'n Messias maakt het niet in de kerk, zo gaat door hem heen.
Daarom zegt hij: deze is gesteld tot een val en een opstanding; dit is geen tekst voor de dogmatiek, maar het woord van een oude man die heeft nagedacht hoe zijn Heiland met zijn-heil-voor-de-wereld in de kerk ontvangen zal worden. Daarom: "tot een val"; dat komt eerst. Zo'n Messias kunnen de leiders niet zetten. En zo vervolgt hij: "en tot een teken dat weer gesproken wordt". Dat heeft Jezus ondervonden.
In dat éne woord hebben we de hele geschiedenis van de Heiland tot aan Golgotha voor ons. De kerk moet niets van Hem hebben; dat is de val.
Die hem volgen zijn een klein groepje kleine mensen, en dat is de opstanding.
"High church-low church"
Kerkleden zijn de kerkeraad eenstapje voor in het verstaan van de Bijbel.
Zoiets komt ook in de jonge kerk in het Handelingen-boek te voorschijn.
Het zijn niet de apostelen die vooraanstaan in het zendingswerk naar de heidenen toe. Daarmee begint een diaken als Filippus, het zijn verstrooide leden van Jeruzalem die het Evangelie verder dragen, weer de gewone man.
Je blijft je vragen houden bij die moeilijke tekst die zegt dat de gemeente van Jeruzalem vervolgd en verstrooid werd terwijl de apostelen met rust gelaten werden (Hand. 8:1). Waarom? Vonden zij toch dat Stefanus wat hard van stapel liep? Het heeft de Heer heel wat moeite gekost om Petrus zover te krijgen dat hij ook op het spoor van de gewone man komt en zich inzet voor de heiden-zending.
Totdat hij eindelijk zegt: nu zie ik in hoe waar het is dat God geen onderscheid maakt (Hand. 10:34 - Groot Nieuws).
In de terminologie van vandaag: heeft de Heer voorkeur voor "low church" boven "high church"? (Dat kun je toch niet in het Nederlands vertalen!). Op zijn minst: er moet in de kerk alle ruimte zijn voor de gewone man met zijn Bijbelinzicht; wee de kerk die Simeon tot "leek" maakt en zijn inbreng versmoort.
In de vorige eeuw werd in Nederland het woord van God bewaard in het conventikel tegen de "high-church", de Hervormde kerk in. Het Réveil was wel een deftige maar opent een "leken"-beweging, en een pijn voor de .hiqh-church". In de Vrijmaking was het - in het algemeen - de kleine man die via de mindere vergaderingen en masse bij de synode die "high-church" aan het worden was, smeekte; geen bindingen en schorsingen alstublieft.
Ik heb wel eens meegemaakt hoe vrijgemaakte kerkeraden de leden het zwijgen oplegden met het woord: aan ons is het Woord van God toe betrouwd.
Alsof het een exclusief machtswoord was. Simeon is niet altijd populair.
En om dicht bij (mijn) huis te blijven: in de kerk in Zuid-Afrika was het dikwijls de Simeon die tevergeefs de "high-church" geworden kerk, probeerde terug te roepen van sanctionering van het apartheidsbeleid.
Democratisering moge kerkelijk een bedenkelijk woord zijn, inbreng van de kleine man is in de gemeente een Bijbelse zaak.