Lachen om de kerk
1996-05-31
Spreekbeurt - Jaargang 40
- nummer 11
In de oorlogsjaren stond in Joure nu wijlen ds. Voerman. Deze predikant stond bekend om zijn bijzonder mooie preektrant, maar ook om zijn humor.
In of omstreeks 1946 was er in de provincie Groningen een commissie, die een dominee had gevraagd voor de één of andere gelegenheid een spreekbeurt te verzorgen, maar deze liet een paar dagen van tevoren weten, niet van huis te kunnen, omdat de ooievaar eerder kwam dan verwacht was. Wat nu? De commissie zat met de handen in het haar, want alles was georganiseerd: de zaal was afgehuurd, advertenties waren geplaatst, enz. Eén van de commissieleden kwam met het idee ds. Voerman van Joure te vragen. "Als die vrij is, dan komt hij en hij schudt zoiets uit zijn mouw", aldus de zegsman.
En hij kwam! Hij hield een gloedvolle rede en ieder was meer dan tevreden.
Maar wellicht door de spanning en de daarop gevolgde ontspanning vergat men ds. Voerman zelfs te bedanken voor zijn komst, laat staan dat men hem vroeg om opgave van honorarium en onkosten. Enfin, ds. Voerman ging weer met de door hem gehuurde taxi naar Joure en dacht bij zichzelf: Dat komt wel goed. Als ik tenminste de gemaakte onkosten maar vergoed krijg. Hij wachtte: één, twee, drie weken en zie, er gebeurde niets. Hij hoorde taal noch teken. Hij schreef het commissielid waarmee hij contact had gehad, toen een briefkaartje met daarop: Esther 6:3, en ondertekend met: Mordechai Voerman.
Het commissielid, nieuwsgierig geworden, nam meteen de Bijbel ter hand (toen nog de Statenvertaling) en las aldaar: "Toen zei de koning: Wat eer en verhoging is Mordechai hiervoor gedaan? En de jongelingen, des konings dienaren, zeiden: Aan hem is niets gedaan.
Prompt kreeg ds. Voerman de week daarop zijn honorarium en onkostenvergoeding toegestuurd.
J. Muller, Marum
Dit artikel werd gepubliceerd in het blad: "Contact over water', d.d. april 1996. Ds. J. Voerman moet onder de predikanten een aparte figuur geweest zijn, die erg spontaan en vindingrijk was. Ter aanvulling vermelden wij wat wij over deze dominee lazen in het boek: "GEDENKT UW VOORGANGERS" - deel V - van Joh. de Haas: "Hij preekte eens over Jozef, de man van moeder Maria en hij vroeg: "Wie weet wat van Jozef te zeggen? Niemand?
Nu, ik ook niet, want er staat geen woord van hem in de Bijbel! (Hilariteit). En toch, en toch, Jozef was niet iemand met een half ons hersens en een verstand als een kip zonder kop".
De gemeente glimlachte en hij vervolgde: "Daar kun je om lachen, maar ik kan je nog meer vertellen over Jozef." En dan begon hij over de deugden van Jozef...
Voor een tijd werkte hij in de Noordoostpolder.
De arbeiders, die haar in cultuur moesten brengen, zaten in ongezellige houten barakken en V. bezocht ze, om wat fleur in hun leven te brengen. Hij wist hoe hij met het ruige volk moest omgaan. De eerste keer vroeg hij of zij konden zingen.
Het enthousiasme was niet groot. Of ze de Internationale kenden. Ja, die kenden ze en ze zouden het eens laten horen. Luid klonk het door het zaaltje, dat morgen de proletariërs zouden heersen. Toen vertelde hij hen, dat hij nog een andere internationale kende: "Er ruist langs de wolken".
En... hij kreeg hen mee. En hij mocht de volgende keer weer komen." (a.w. pag. 272).