Boekbespreking

1996-06-14
  • Jaargang 40
  • nummer 12
Rondom de prediking
Het boek waarover het hier gaat bevat de vertaling van een serie lezingen. die de begaafde Londense prediker - algemeen bekend - in 1971 voor de studenten van de Westminster Theological Seminary hield. Het is een praktische handreiking aan allen, die zich elke zondag op het kanselwerk hebben voor te bereiden en is van betekenis voor hen, die worden opgeleid voor het ambt van dienaar van het Woord. In zestien hoofdstukken worden allerlei onderwerpen, die de prediking en de predikant raken, behandeld. We noemen er enkele: De uitnemendheid van de prediking. De vonn van de preek. Het preken op zich. De prediker. De gemeente. De aard van de Boodschap. De voorbereiding van de predikant. De voorbereiding van de preek.
Er worden in dit boek goede opmerkingen gemaakt, b.v. dat een preek geen actueel commentaar is en geen verhaal over de laatst gelezen roman. Ze is geen morele of psychologische verhandeling.
Terecht wordt gesteld. dat evangelieprediking niet zonder de theologie kan ... Tegelijkertijd moeten we wel beseffen, dat de prediking geen college over theologie of over welk aspect van de theologie ook maar is" (p. 47). Er wordt geaccentueerd, dat we geen enkele tekst geïsoleerd moeten behandelen. We mogen de tekst geen geweld aandoen. Er heerst voorts een misverstand: ..Er zijn mensen, die denken, dat ze het Evangelie prediken terwijl ze in werkelijkheid alleen maar dingen over het Evangelie zeggen" (p. 48). De auteur vergelijkt de preek met een symfonie.
Ze is een afgerond geheel Maar men moet zich bij alle aandacht voor de constructie wel steeds bewust zijn, dat de prediker zich richt tot mensen, die nu leven. Preken, wat is dat? Och, het gaat alle beschrijving te boven. Maar daarmee is de homiletiek niet overboord gegooid. Een goede homiletische verzorging van de preek bevordert de overdracht van de boodschap. En dal is immers de bedoeling, nietwaar?! Staan onder de leiding van de Heilige Geest en bezield worden door de ambtelijke roeping houdt niet in, datje op de kansel maar wat aanrommelt. Je moetje als predikant serieus op de zondagse verkondiging voorbereiden.
Het gaat dan om de levendige verkondiging van het Woord. Een saaie predikant is een contradictio in terminis. Wat de roeping tot het ambt van predikant betreft: ..Het was geloof ik Spurgeon, die gewoonlijk tegenjongemannen zet ..Als je iets anders kunt doen, als je buiten het ambt kunt blijven, blijf er dan buiten." Ook ik zou dit zonder aarzeling willen zeggen" (p. 72). M.a.w. men moet zich gedrongen voelen om het evangelie te verkondigen, er niet meer van los kunnen komen. Het ambt is geen probeersel Men mag niet gaan experimenteren.
Wat mijn kritiek betreft: de exegese van Hand. 3:6 waar Petrus tegen de kreupele bedelaar zegt: ..... maar wat ik heb geef ik u;" is onjuist (p. 43). De schrijver acht deze woorden bepalend voor de preek. Je geeft in de stijl van Paulus walje eerst zelf ontvangen hebt Maar Petrus preekt daar niet. hij geneest! En de driedeling: een voornamelijk evangelische prediking, een leerdienst. die hoofdzakelijk bevindelijk is en een loutere leerdienst (p. 44) is ondeugdelijk. Men moet de verschillende aspecten van de prediking niet uit elkaar halen en zo verzelfstandigen. Verder nog dit citaat ..Herhaling hoort zeer wezenl!ik bij onderwijzen en preken. Het draagt ertoe bij, dal het Woord inslaat en verstaan wordt" (p. 50). Mijn opvatting is, dat een bepaalde herhaling in de preek wel erg functioneel moet zijn, want anders irriteert het de luisterende gemeente en doet het alleen maar de aandacht verslappen. Tot zover onze kritiek. Er zou meer te zeggen zijn, maar we laten het hierbij. Het positieve in dit keurig uitgegeven boek heeft onze bijzondere waardering.
Daarom bevelen we het hartelijk aan!
D.M. Uoyd-Jones: 'Prediking en predikers' - Uitgeverij 'De Banier' - Utrecht - 218 pag. - gebonden -f 47,50.

Enschede, O. Mooiweer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief