Back to the basics
1996-06-28
Het ‘gereformeerde leven’ is op z’n minst in beweging en sommigen zeggen: het bestaat niet meer. In het vorige nummer probeerden we deze werkelijkheid te beschrijven. Hoe we beïnvloed worden door secularisatie enerzijds en evangelische beweging anderzijds. Nu dan de vraag: hoe waarderen we dit, en hoe reageren we erop?- Jaargang 40
- nummer 13
Natuurlijk reageren we daar niet allemaal gelijk op. We hebben enkele grote gemeenten waar het nog nauwelijks opvalt dat de gereformeerde wereld verandert.
En we hebben ook plaatsen waar die wereld alleen een verre herinnering is. Mag ik proberen de verschillende mogelijke reacties eens te bespreken?
De eerste optie is: luiken dicht! Negeer zoveel mogelijk de vragen die opkomen en herhaal de oude antwoorden. Als we niks veranderen, dan kunnen we het evangelie ook niet kwijtraken. Dit is een aantrekkelijke optie, omdat de kerken vaak nog vol zitten waar hiervoor gekozen wordt. Zou je het offer van een saaie liturgie niet willen brengen als je kinderen dan bij de kerk blijven? Zou je daarvoor ook willen vasthouden dat de aarde nooit ouder dan 6000 jaar kan zijn? Ik zal deze optie niet weghonen. Ik heb zelf ook kinderen en wat zou ik er veel voor over hebben om hen bij het geloof te bewaren! Toch verwacht ik zelf niets van deze behoudende aanpak.
Wat ik ervan zie is dat de vormen er wel lang door in stand blijven, maar dat de persoonlijke betrokkenheid op het geloof er enorm onder lijdt. En juist dat hebben we zo nodig!
De tweede optie richt zich juist op die betrokkenheid: activeer de gemeenteleden op een nieuwe manier! Allerlei verschillende vormen van toerusting, gemeente-opbouwen gaven-training vind je de laatste jaren in de gemeenten.
En daar wordt een belangrijk punt mee geraakt. Als de vanzelfsprekende kaders van het gereformeerde leven wegvallen, dan zullen we toe moeten naar een veel persoonlijker betrokkenheid van de leden. De waarde van gemeente-opbouw is dan ook in de praktijk wel gebleken. Toch is daar niet alles mee gezegd, want in welke richting ga je bouwen en organiseren? Ik bedoel: een bridge-club kan ook goed georganiseerd zijn maar je wilt met een kerk toch meer dan gezelligheid en betrokkenheid. Of de kerk er per saldo door gebouwd wordt hangt naar mijn idee dan ook het meest af van de inhoud van de boodschap waar omheen deze gemeente-opbouw plaatsvindt.
Niet één pot nat
En over die inhoud wil ik het vooral hebben.
Ook daarin zijn twee opties te onderscheiden. Als je de richting van 'luiken dicht' buiten beschouwing laat, dan zijn er in hoofdzaak twee richtingen die kans zien om mensen te raken. Dat zijn de richtingen die ik nu maar even typeer met de namen van Nico ter Linden en Henk Binnendijk. Ter Linden wist destijds volle kerken te trekken in het geseculariseerde Amsterdam, hetgeen een mirakel mag heten. Binnendijk trekt 30.000 jongeren in een voetbal-stadion, hetgeen minstens evenzeer een mirakel mag heten. Ik weet best dat het in beide gevallen niet om 't poppetje alleen gaat, maar ik belicht nu even deze twee voormannen als voorbeeld van de twee benaderingen van onze tijd. Ieder voelt dat ze niet één pot nat zijn. Toch, vergis u niet, hebben ze veel gemeen. Bijvoorbeeld dat beiden veel werk maken van vormgeving en communicatie.
Maar' ook dat ze beiden uiterst modern zijn in de onderwerpen die ze aansnijden. De thematiek van hun toespraken wordt niet bepaald door de catechismus of zo, maar door een nauwkeurig volgen van de trends in het denken van onze tijd. Beiden zullen het hebben over gevoelens van onzekerheid, over verlangen naar warmte, over omgaan met verdriet en schaamte, over relaties, over persoonlijke groei en het meest over de ervaring van het geloof.
Daarin verschillen beiden duidelijk van 'het gereformeerde leven' en daarin ligt hun aansluiting bij mensen van deze tijd.
Een woord van boven
Tegelijk verschilt hun beider antwoord op deze vragen fundamenteel, vooral als het gaat om de vraag: is er een woord van Boven? Valt er in de Bijbel licht op te vangen dat geopenbaard is, of is het een tekstboek met menselijke verhalen? Ter Linden zit althans in dit opzicht op hetzelfde spoor als Kuitert: eris geen openbaring die van boven is; er is alleen een menselijk zoeken en tasten. Binnendijk daarentegen probeert steeds nieuwe manieren om het geopenbaarde evangelie te doen landen bij de mensen van nu. En is dat verschil nu beslissend? Voor mij is het belangrijkste dat hiermee ook samenhangt de verschillende kijk op Jezus Christus. Hij is zelf van Boven, Hij is volgens de Bijbel het Woord dat van boven is. Geen wonder dat voor Binnendijk alles draait om de band met Christus, terwijl bij Ter Linden, Kuitert en anderen aansluiting wordt gezocht bij een veel algemener religieus gevoel. Reden waarom je het verschil met Jodendom en Islam voor hen niet teveel moet aandikken. Ik ben er diep van overtuigd, dat de christelijke kerk z'n kaarten nooit moet zetten op een algemeen religieus gevoel. Dat wil zeggen: de kerk moet wel inspelen op dat gevoel, maar ze leeft daar zelf niet uit. Van modernisering van de boodschap zonder verdieping van het geloof naar Christus toe verwacht ik dan ook helemaal niets. Dan kun je de mensen meer bij de kerkdienst betrekken, een heel organogram van de gemeente en z'n geledingen maken, iedereen langs korte lijnen inschakelen in het gemeentewerk en weet ik wat meer, maar echte geloofsopbouw verwacht ik daar niet van.
Geloofs-ervaring
De nieuwe impulsen die we uit meer evangelische hoek krijgen vind ik juist enorm waardevol. Het is de combinatie van een grote openheid voor de werkelijke vragen van onze cultuur met een concentratie op het fundament van het geloof in Christus, die voor mij persoonlijk onmisbaar is geworden in de bediening van het evangelie. Als ik daar de naam van Henk Binnendijk bij noem, dan betekent dat voor mij tegelijk de erkenning dat ik in dit opzicht opgeschoven ben. Jaren geleden, in 1989, ben ik voor het opinieblad 'Koers' eens met hem in discussie geweest over de rol van ervaring in het geloof. Ik benadrukte toen erg dat je je geloof niet op ervaring kunt bouwen, maar alleen op Gods beloften in de Bijbel. Zo zou ik het nog steeds zeggen, maar ik ben wel meer gaan inzien dat de expliciete nadruk op persoonlijke ervaring er onmisbaar bij is. Dat heeft ook te maken met het eind van het gereformeerde leven. Als jongeren vandaag nadrukkelijk over geloofs-ervaring willen horen, dan is dat voor hen geen luxe extraatje, maar dan gaat het om niets minder dan de vraag: 'Is Hij er wel? En waar vind ik Hem dan?'. En dat is een vraag, die je uiteraard niet kunt negeren.
Ik houd niet zo van geschiedenis
Ik heb dat zelf gemerkt bij het preken.
Vroeger kon ik een preek onbekommerd beginnen met een zin als 'Broeders en zusters, daar ging Abraham door de woestijn. Samen met zijn enige zoon op weg volgens een opdracht waar hij niets van begreep.' En dan volgde een preek over de opdracht die Abraham had gekregen om zijn zoon Izaak te offeren. Als het een goede preek was, dan begreep ieder van de hoorders dat je hiermee wezenlijke zaken aan de orde stelde. Onderwerpen als het vertrouwen op God ondanks twijfel, en de heel aparte zekerheid die het geloof kent. Natuurlijk gaf ik er als dominee in de loop van de preek wel toepassingen bij, maar ook zonder dat hadden de hoorders al een bepaald kader waardoor ze voelden dat die geschiedenis ook over hen ging. Iets van het besef: deze God is onze God en Abraham staat als vader van alle gelovigen ook model voor geloof en twijfel uit onze tijd. Maar zonder dat onuitgesproken kader kun je niks met zo'n preek. Ik herinner me het meest dodelijke commentaar op een preek dat, naar ik meen, ds. De Jong eens doorgaf. Een buitenkerkelijke dame had de dienst een keer bijgewoond en na afloop werd haar gevraagd wat ze ervan vond. "Ja," zei ze, "ik vond het wel aardig. Maar ik houd zelf niet zo van geschiedenis". Dat was iemand die de kaders miste en zij dacht bij onze preken aan mensen met een hobby in geschiedenis...
Persoonlijke inbreng
Welnu, ik denk dat tegenwoordig steeds meer van de eigen leden die gereformeerde kaders missen. En dat het belang van Gods woord en de ervaring ervan dus veel uitdrukkelijker aan de orde moeten komen, liefst aan het begin van de preek. Niet dat ik dat altijd kan, maar ik zie het wel als een opdracht. En daar hoort alles bij wat er vandaag in liturgie en gemeente verandert.
Noem eens wat:
* dat jongeren ook apart aandacht krijgen en dat hun inbreng gevraagd wordt
* dat hier en daar voor het gebed gevraagd wordt naar persoonlijke gebeds-onderwerpen
* dat er naast psalmen en gezangen ook andere liederen gezongen worden met dito begeleiding
* dat bij belijdenis en trouwdiensten meer persoonlijke inbreng gevraagd wordt dan alleen het woordeke 'ja'
* dat op catechisatie de oude boekjes niet meer voldoen en een nieuwe aanpak gezocht moet worden.
En ga zo maar door. Die veranderingen lijken me mooi en, gezien de omstandigheden, onmisbaar. We zijn voorlopig echt nog niet zover als de eerste gemeente, waarvan geschreven staat: "Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets". Persoonlijke inbreng hoort helemaal bij een kerk-vorm die weinig vaste patronen kent. 't Is toch mooi als daar iets van terug komt?
Vluchten
En toch. Toch komen we met al die veranderingen nergens. De crisis is te diep en de secularisatie zit in onszèlf. Als je de ervaringen van mensen centraal gaat stellen, dan wordt het hol en leeg in de diensten, want mensen ervaren niks méér dan wat je in de soaps op TV ziet. Ons land zit vol laagdrempelige diensten waar je van het evangelie niks meer hoort en die lage drempel wordt vooral gebruikt om de kerk makkelijk te verlaten. Dus: veranderingen lossen niks op. Tenzij. Tenzij ze de uiting zijn van het feit dat we vluchten tot Christus.
Dat we geen middel onbeproefd laten om samen te gaan drinken uit de bron van het heil: het goede nieuws dat God zijn eigen Zoon gegeven heeft om al onze zonden te dragen.
Vluchten tot Christus, het is een oude uitdrukking. Maar ik bedoel dat nu heel letterlijk: dat we geen andere uitweg meer weten dan tot Hem te gaan. Ik moet de laatste tijd vaak denken aan Elia, die op een gegeven moment vluchtte naar Horeb. Hij was echt in paniek vanwege Israëls ongeloof en Izebels geweld. En hij vluchtte. Maar hij vluchtte wel naar Horeb, dat is naar de basis van Gods verbond met Israël.
Daar was het allemaal begonnen, daar moest ook de uitweg uit de crisis te vinden zijn. Wat Elia deed, dat zou je mogen noemen 'Back to the besics', terug naar de basis. Zoals onlangs het thema van de EO-Jongerendag was..
En dat beschrijft naar mijn idee precies wat we nodig hebben: terug naar de basics. Inhoudelijk betekent dat: terug naar het evangelie van genade. En wat de vormen betreft betekent het: terug naar fundamentele dingen als leren bidden, leren lezen in de Bijbel, leren liefde te bewijzen aan je naaste. We hebben weer godsdienst-oefening nodig, dat is oefenen in de basics van godsdienst.
Gelukkig zie ik daar ook wel wat van. In de grote belangstelling voor thema's als genade en vergeving. In groepen en kringen die inderdaad gaan oefenen met lezen, bidden en stille tijd. Maar ik ontmoet toch ook veel mensen, vooral ouderen, die er bang voor zijn. Ze blijven bij bijbelstudies liever kwartetten: 'dominee zus zegt dit en professor zo zegt dat', dan te vragen: wat zegt de Here mij in dit schriftgedeelte. Ze houden God en geloof liever op een afstand. Op dat punt, denk ik, moeten we elkaar echt verder helpen en dat kan alleen wanneer we er in geloof en vertrouwen voor bidden.
Ik heb zeer geijverd
Intussen: het huidige 'Back to the basics' heeft inderdaad iets van een vlucht. Iemand uit de christelijke politiek vraagt me wel eens: waarom zijn al die aardige, Opwekking zingende jongelui niet te porren voor inzet in de christelijke politiek? Waarom beleggen jullie alleen toogdagen over 'Jezus, mijn Heiland' en niet over onze roeping in het publieke leven? En een ander zegt: ze lezen zo weinig. En een derde: waarom zijn het allemaal van die a-culturele liedjes?
Ik erken dat dit waar is, maar het lijkt me onvermijdelijk. Als gezegd, bij Elia had het ook iets van een vlucht. Hij had midden in de politiek gezeten, met Achab en met Izebel en zo meer. En hij vluchtte. Maar het was toch anders dan Jona's vlucht. Die nam een enkele reis bij God vandaan, terwijl Elia vluchtte naar God toe en naar de basis toe. Het was toch geen wonder dat hij vluchtte?
Hoor maar wat hij zegt: "Ik heb zeer geijverd voor de Here, de God der heerscharen, want de Israëlieten hebben uw verbond verlaten, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven te benemen". Aldus de profeet. En er was geen woord van gelogen. Maar wat prachtig is het, dat God door zijn geklaag heen luistert en begrijpt: Elia, eigenlijk ben je hier in die grot op Horeb niet gekomen om te klagen, maar omdat je (net als Mozes op deze plek) mijn heerlijkheid wilde zien. En die heerlijkheid krijgt hij dan ook te zien. En daarna, ja, dan moet Elia weer aan het werk. Van de basics vandaan terug naar zijn roeping als profeet, midden in de wereld. Ik hoop echt dat God nog zoveel herstel en opwekking geeft, dat we weer ruimte krijgen voor een brede visie van christenen op politiek, cultuur en techniek. Maar als ik iets peil van de crisis van het gereformeerde leven, dan is dit toch echt de tijd voor een vlucht naar de basis. En om te bidden of we Gods heerlijkheid mogen zien.