Over mannen, hun geloof, werk en dienstbetoon
1996-06-28
Het is de bedoeling dat boekbesprekingen in 'Opbouw' kort zijn. Dat lukt niet altijd. Zo lukte het mij niet om de bespreking van 'Macho, Manlief' in één kolom te persen. De oorzaak ligt mede in het feit dat er zoveel verschillende auteurs aan dit Cahier hebben meegewerkt. Een bloemlezing.- Jaargang 40
- nummer 13
Het eerste hoofdstuk gaat over mannen en geloofsbeleving. Zowel beleven als geloven scoren volgens hem niet hoog bij mannen, aldus Frank Dijkstra.
Tekent hij zo echter niet een te stereotiep beeld van mannen? Inderdaad laat de Bijbel juist verrassend zien hoe vrouwen in hun geloof een voorbeeld waren voor mannen. We zien ook dat in zendingsgebieden de jonge kerken vaak voor een groot deel bestaan uit vrouwen. Maar is dat niet ook cultuurbepaald?
En geldt die invloed van de cultuur niet ook onze samenleving?
Worden mannen niet zózeer opgeslokt door carrière dat het geloven op de tweede plaats komt? Overigens: als dat waar is, gaat het in de toekomst ook met vrouwen minder goed. Dan is een slimme meid juist niet (meer) op haar Toekomst voorbereid.
Mannen toerusten tot dienstbetoon
In enkele pagina's worden er door Dijkstra (werkzaam als manager) veel zaken bijgesleept. Het wetenschapsgeloof, de trends op het werk, de kerkeraad.
Het is 'in' om klantvriendelijk te werken, maar die vriendelijkheid heeft vaak meer met het winnen van de concurrentie dan met zorg te maken. Toch biedt diezelfde klantvriendelijkheid ook een opening: vanuit de gezindheid van Christus. Waarom werkt een kerkeraad nogal eens verlammend? Omdat er wel besluiten worden genomen over de punten die aanleiding waren tot een woordenwisseling, maar er is geen duidelijkheid over 'de doelen waar wij voor staan' (de missie). Een heel herkenbare paragraaf.
Uit onderzoek in de USA blijkt dat de secularisatie meer invloed heeft op mannen dan op vrouwen. Mannen zijn ook slechter te bewegen om hun taak in de gemeente op zich te nemen.
(Overigens: naarmate vrouwen meer belast dreigen te worden met een dubbele taak - gezin en werk - zal deze trend zich m.i. ook ten aanzien van hen doorzetten). De vraag die centraal staat is: hoe kan de gemeente de man ondersteunen in zijn geestelijke ontwikkeling en hem toerusten tot dienstbetoon?
Aldus Pieter Brinksma, voorganger in een Rafaël-Gemeente. Voor mij was deze vraag, zo specifiek toegespitst op de man, een nieuwe invalshoek.... In navolging van Larry Crabb schrijft Brinksma dat mannen zich snel bedreigd voelen, waardoor ze zich dominant gaan opstellen óf zich gaan terugtrekken uit hun verantwoordelijkheden.
Het kan ook anders,zegt Brinksma, kijk maar eens naar Daniël.
Vervolgens daagt hij mannen uit om zich te laten toerusten tot dienstbetoon.
De man in de Bijbel
Prof. Dr. K. Runia is emeritus-hoogleraar Theologie in Kampen. Hij heeft een· goed leesbaar hoofdstuk geschreven over de man in de Bijbel. Runia vindt het opvallend dat we nergens in de Bijbel een afzonderlijke verhandeling over de man vinden, zoals een loflied op de degelijke man. Hoewel hij niet in gaat op de vrouw in het ambt, komen we in dit hoofdstuk veel argumenten tegen die in onze kerken in deze discussie een rol spelen. Voor gemeenteleden die deze gesprekken gevolgd hebben biedt het hoofdstuk niet veel nieuwe informatie; voor anderen zet het een aantal Schriftgegevens nog eens op een rijtje. Of iedereen daaruit dan ook dezelfde conclusies zal trekken is zeer de vraag. De wijze waarop Prof. Runia leest dat 'in Christus noch man noch vrouw is' leidt uiteindelijk tot andere accenten dan bij Ds. A.J. Moggré in zijn boekje 'Adam eerst' (Buijten & Schipperheijn, 1988).
De dalende levenslijn
Drs. P.J. Verhagen is zenuwarts en theoloog. Hij sprak in september 1995 voor de verzamelde predikanten t.g.v. 25 jaar STAGG. Verhagen stelde toen (op basis van de levenslooppsychologie van Erikson) dat problemen uit een vroegere levensfase zich voortzetten in de volgende fase ('een herhaling van zetten'). Dat thema komen we ook nu weer tegen, maar nu ligt de nadruk op de 'midlife-crisis'. Verhagen spreekt ook over 'problematiek van de dalende levenslijn.' Vanaf deze fase moet de mens zich realiseren dat niet alles meer 'meer' kan zijn. Er zal ook sprake zijn van verlies Ue kunt minder dan vroeger, je ouders overlijden, je kinderen gaan de deur uit). Twee belangrijke aspecten van deze fase zijn het hebben van een eigen levensplan en het vermogen om te kunnen rouwen. De confrontatie tussen de idealen en de grenzen van het eigen kunnen dwingt mensen om tot bezinning te komen; lang niet iedereen kan echter die confrontatie aan. Verhagen heeft inmiddels ervaring opgedaan met mannengroepen, waarbij zijn cliënten leren zich opnieuw op de toekomst te oriënteren.
Mannenpraatgroepen
Verhagen schrijft over gespreksgroepen van mannen in de context van een therapie.
Het thema 'mannengroep' komt ook elders aan bod, zoals in de bijdrage van Oswin Ramaker. Hij noemt deze groepen een onderdeel van een gerichte pastorale aanpak, omdat de plaatselijke kerken als zodanig vaak onvoldoende functioneren. Misschien dat een 'Opbouw'-lezer denkt: mannen hébben toch in veel orthodoxe kerken al hun eigen praatgroep? Veel kerkeraden bestaan immers (alleen) uit mannen?
Wie dit hoofdstuk leest, zal merken dat Ramaker heel andere gespreksonderwerpen op het oog heeft dan er doorgaans op de agenda van de kerkeraad staan. Toch kan ik me ook voorstellen dat de door hem genoemde thema's (zoals heiliging en toewijding) ook op de agenda van de kerkeraad niet zouden misstaan. Oswin Ramaker schreef dit hoofdstuk toen zijn zoon Gideon al een aantal weken vermist was. Hij vertelt erbij dat hij - juist door het deelnemen aan een mannenpraatgroep - extra veel steun heeft mogen ondervinden in de bijzonder moeilijke tijd voor hem en zijn gezin. Blijft de vraag of er speciaal mannen- en vrouwenpraatgroepen moeten zijn. Ramaker beantwoordt die vraag positief. Voor mijn eigen 'gevoel' vind ik dit onderscheid wat kunstmatig, omdat ik er vanuit ga dat mannen en vrouwen elkaar juist goed aan kunnen vullen, zowel in praktisch als in geestelijk opzicht. Bovendien: mannen én vrouwen moeten toch geestelijk worden opgebouwd? Moeten er dan wel aparte ontmoetingsochtenden voor vrouwen zijn, en aparte mannenpraatgroepen?
Toch weet ik uit mijn eigen omgeving dat mannen vaak heel positief zijn over mannenpraatgroepen en over weekenden voor mannen (en vrouwen over vrouwenochtenden).
Mannen, incest en geweld
Ds. J.C. Borst promoveerde als predikant in het gevangeniswezen op een onderzoek naar achtergronden van daders van incest ('Gij zijt die man'; eerder in 'Opbouw' besproken door Ds. W. Smouter). Voor wie meer wil weten over het onderzoek biedt het hoofdstuk in dit Cahier een zeer lezenswaardige bloemlezing. Incestdaders zijn meestal mannen en die mannen hebben vaak allerlei manieren gevonden om de ernst van hun daden af te zwakken. Daarbij proberen ze ook vaak de predikant tot deelgenoot in de 'coalitie' te maken (bijv.: ze gaf er zelf aanleiding toe; de Hemelse rechter heeft mij vergeven, wat kan de aardse rechter dan nog doen?). Borst schetst ook een aantal profielen van daders, zoals autoritaire daders die hun grenzen niet kennen en grenzen van anderen niet respecteren.
Alsof het nog niet genoeg is volgt hierna nog een hoofdstuk over mannen en geweld. Helaas is het maar al te waar: geweld is vaak een zaak van mannen, ook in de Bijbel. Het 'Gij geheel anders' vraagt in dit opzicht dan ook van mannen een voortdurende oefening, aldus Prof. Dr. M.J.G. van der Velden, emeritus-hoogleraar praktische theologie. Pas dan kan er iets van dat 'geheel anders' uitstralen naar de grote en kleine samenlevingsverbanden en naar de verhoudingen binnen de christelijke gemeenschap.
En wat er verder volgt....
Er staat nog veel meer in dit 25e Cahier van het ICS. De socioloog Joop Brongers schreef een wat moeilijker bijdrage over rolpatronen in het gezin (op basis van de zgn. Transactionele Analyse).
De bijdrage van Auke Lemstra gaat over communicatie binnen het huwelijk. Jos van Dijken heeft - mede n.a.v. cursussen voor ouders - nagedacht over de relatie tussen vaders en dochters, terwijl Ton Senf de relatie grootvader-kleinzoon noemt. Intrigerend en confronterend is ook de bijdrage van Krijn de Jong over mannen en seksualiteit ("Een man gaat geheid naar de verkeerde TV-programma's zitten kijken"). Lex van Dijk schrijft over mannen en vriendschappen, Gerhard Heeringa over mannen en vrije tijd ("Mannen gebruiken zelfs hun vrije tijd om zichzelf te bewijzen"). Natuurlijk komt ook de carrièredrang van de man aan bod (Roland Waardenburgh), terwijl Ap Verwayen een crisis in het leven van de man beschrijft.
Tot slot
Kortom: heel veel bijdragen in een klein boekje. Teveel om in een nummer van 'Opbouw' te beschrijven. Wie het allemaal na wil lezen moet dit Cahier maar bestellen.
Bij de meeste hoofdstukken bleven twee thema's bij mij wat 'wringen'. Is het beeld van de man niet wat te stereotiep beschreven? ('de' man bestaat niet).
En: is het niet wat kunstmatig, dat onderscheid tussen man en vrouw?
Zeker in onze tijd vinden er (als gevolg van maatschappelijke veranderingen) immers allerlei verschuivingen plaats?
Exclusief mannenwerk en vrouwenwerk bestaat bijna niet meer (enz.). Bovendien: zou niet juist in de christelijke gemeente dat onderscheid tussen man en vrouw veel minder belangrijk moeten zijn?
Aan de andere kant: ook in de Bijbel worden mannen en vrouwen soms apart aangesproken. Hoe het ook zij: dit Cahier bevat een bloemlezing over en door mannen. Maar liefst 16 auteurs hebben zich ingespannen om ik kort bestek iets over de man te schrijven. In alle hoofdstukken is duidelijk dat zij dit vanuit een christelijke overtuiging willen doen. Dat alleen al maakt het boekje waardevol. En veel mannen én vrouwen zullen het erover eens zijn: het is zeker niet slecht als de man zich nog eens bezint op zijn positie, zijn houding, zijn werk, zijn geloof, zijn gezin en over de keuzen die hij maakt.
N.a.v.: K. Runia, A. Lemstra, J. Borst e.a.: Macho, Manlief. ICS-Cahier 25 (125 pagina's). Te bestellen door f 17,50 over te maken op postbank 2247500 t.n.v. het ICS in Amsterdam o.v.v. Cahier 25.