De biecht van een beul

1996-06-28
  • Jaargang 40
  • nummer 13
Romans over slachtoffers van totalitaire regimes met hun foltermethoden zijn er in overvloed. Er zijn niet veel schrijvers die het aandurven een agent of een beul van een dergelijk regime tot de hoofdpersoon van een roman te maken. Chaim Potok is een van de weinigen die dat heeft aangedurfd in zijn laatste boek, dat hijzelf typeert als een novelle maar dat mijns inziens meer als een roman gekwalificeerd kan worden. Zijn hoofdpersoon is topfunctionaris bij de KGB geweest, en heeft eigenhandig mensen gefolterd en de dood ingejaagd. De vraag hoe iemand daartoe kan komen, hoe intrigerend ook, blijft hier onbesproken. Het gaat nu om de vraag: hoe hanteert iemand de last van een dergelijk verleden? Potok heeft daar iets over te zeggen. Kunnen we daarmee uit de voeten?

Golem
Leo Sjartov werd in 1897 geboren als Kalman Scharfstein in een russisch dorpje, waar christenen en Joden ondanks onderhuidse spanningen, die vooral in de weken voor Goede Vrijdag voelbaar werden, in betrekkelijk rust naast elkaar leefden. Zoals zijn naam Kalman Scharfstein al duidelijk maakt, behoorde hij tot de joodse bevolkingsgroep.
Wanneer hij naar school gaat, blijkt hij geen studiehoofd te zijn en heeft hij grote moeite met het herkennen van letters. Leren lezen is dan ook een uitermate moeizaam proces, dat zijn onderwijzer tot vertwijfeling brengt en hem doet verzuchten dat hij een golem in zijn klas gekregen heeft.
Golem is een hebreeuws woord, dat in het Oude Testament alleen in Psalm 139:16 voorkomt en daar de betekenis heeft van: vormeloos begin, embryo.
Later, in de middeleeuwse joodse mystiek, kreeg het de betekenis van: een door mensen vervaardigde mens zonder geest en zonder ziel, die als een soort slaaf de opdrachten van degene die hem geschapen heeft, uitvoert. De beroemde rabbi Löw van Praag (16de eeuw) zou eens een golem gemaakt hebben. In de joodse literatuur kom je het boeiende gegeven tegen, dat de schepper van een golem zijn greep op zijn schepping verliest, zodat die golem onbeheersbaar wordt. Via deze legende kreeg het woord de betekenis: dom, onnozel iemand.
Vanaf het moment dat zijn onderwijzer die verzuchting slaakt, is hij voor zijn klasgenoten Kalman de Golem en wordt hij door hen niet meer serieus genomen. Zijn grote plaaggeest is niet een van de christelijke boerenjongens uit het dorp (het is een sterke kant van deze roman, dat Potok dit voor de hand liggende cliché vermeed), maar zijn klasgenoot Wrede Jonkel, de jongste zoon van de koster van de synagoge, door wiens toedoen Kalman door een woedende zeug wordt toegetakeld. Na het doorlopen van de dorpsschool vertrekt Wrede Jonkei naar een talmoedhogeschool in Litouwen, Kalman blijft in het dorp, wordt timmerman en wordt enkele jaren later goedgekeurd voor militaire dienst in het leger van de tsaar.

Kolonel
In het leger wordt hij tijdens de Eerste Wereldoorlog pelotonscommandant, maakt hij de nederlaag tegen Duitsland en de revolutie mee en wordt hij door zijn eigen manschappen beschoten, waarbij hij in zijn linkerarm gewond raakt. Dankzij het ingrijpen van de joodse dokter Roebinov hoeft zijn arm niet geamputeerd te worden. De dokter bezorgt hem bovendien belangrijke papieren, waarin hij als oorlogsheld gekwalificeerd wordt. Na uit het ziekenhuis ontslagen te zijn gaat hij naar zijn geboortedorp, dat in de burgeroorlog beurtelings door de Witten en de Roden overvallen is. Er is niets van overgebleven en alle inwoners zijn vermoord.
Dan knapt er iets in hem. Later omschrijft hij het als volgt: "Het was alsof een wolk van duisternis mijn hoofd was binnengedrongen en zich achter mijn ogen en tussen mijn oren had genesteld, een gonzende duisternis die de wereld overschaduwde en alles grauw, dof en smerig maakte."
Als gevolg daarvan wordt zijn leven nu ook smerig. In de nabijgelegen stad meldt hij zich bij het hoofdkwartier van het Rode Leger en daar ontmoet hij Wrede Jonkei weer, die inmiddels regeringscommissaris bij het Rode Leger geworden is. Ze trekken met het leger mee naar Polen en daar begint Kalman, nadat hij ergens een medisch handboek heeft buitgemaakt, gevangenen te folteren om inlichtingen van hen los te krijgen. Zijn methoden zijn zo succesvol, dat hij deel gaat uitmaken van een speciale eenheid, de KGB, waar hij een andere naam - Leonid Sjartov - krijgt, voortdurend promotie maakt, het tot kolonel brengt en zo'n expert wordt op zijn gebied, dat hij zelfs een door de minister en door Stalin geprezen handleiding over ondervragingstechnieken schrijft.

Biecht
Tijdens de door Stalin (de Duistere Tiran, zoals hij in dit boek genoemd wordt) verordonneerde zuiveringen krijgt hij ook Wrede Jonkel, die opgeklommen was tot het lidmaatschap van het Centrale Comité en nu ook in ongenade gevallen is, in zijn verhoorkamer.
Datzelfde gebeurt ook met generaals, met andere hoogwaardigheidsbekleders en met artsen en specialisten. Een zekere dokter Koriavin brengt hem tijdens de verhoren van zijn stuk. Kalman raakt uit balans, wordt ziek en de angst dat ook hij uitgezuiverd zal worden, krijgt meer en meer vat op hem. Hij begint te hallucineren dat er 's nachts op zijn deur gebonsd wordt. Na de dood van Stalin maakt hij van de eerste de beste gelegenheid gebruik om naar het Westen te vluchten. In Amerika, waar hij trouw1 met een amerikaanse vrouw, begint hij een nieuw leven, waarin hij zijn verleden als een geheim met zich meedraagt. Als de roman begint staat de dan negenentachtigjarige Kalman bij de wieg van zijn eerste kleinkind, een meisje van vijf maanden, dat hij nog nooit heeft durven aanraken.
Het besef een instrument geweest te zijn van een onmenselijk regime en mede verantwoordelijk te zijn voor de dood van tallozen drukt zwaar op hem.
Hij veracht zichzelf, vooral zijn rechterhand waarmee hij folterde. Dat is ook de reden waarom hij de huid van zijn kleindochtertje nooit heeft durven aanraken: zijn vingers zijn te verachtelijk om zoiets prils en zuivers als de huid van een baby te mogen beroeren.
Zijn verleden bij de KGB plaagt hem in toenemende mate en hij heeft behoefte aan vergeving. Toen hij zijn eerste stap naar de vrijheid zette, zei hij het russische woord dat niet alleen 'vaarwel' betekent maar ook 'vergeef me'. Nu, na zoveel jaren, hunkert zijn hart nog steeds naar die vergeving. Op een avond, waarop hij op zijn slapende kleindochter moet passen, wordt zijn verleden hem te veel en biecht hij het aan haar op. Deze biecht werkt als een katharsis en aan het eind van de avond, als de baby wakker geworden is, durft hij haar voor het eerst te strelen.

Illusoir
lets opbiechten lucht op. Dat is een bekend gegeven. Zelfs als een biecht gericht is tot iemand die er geen woord van begrijpt - zoals in deze roman tot een baby - kan ze dat effect hebben.
Maar opluchting is niet hetzelfde als vergeving. Potok suggereert in deze boeiende en knappe roman dat in de opluchting die deze biecht aan zijn kleindochter bij de grootvader teweegbrengt, de vergeving automatisch meekomt of althans dat die biecht een dusdanig zuiverend vermogen heeft, dat Kalmans vuile handen er hun verachtelijke karakter door verliezen. Maar dat is een illusie. Als de eerste opluchting voorbij is, zal blijken dat de schuld niet verdwenen is en opnieuw zal beginnen te knagen. Vergeving is niet het automatische gevolg van een biecht, maar moet geschonken worden: door degenen jegens wie je je misdragen hebt en/of door God. Zijn slachtoffers kunnen Kalman geen vergeving schenken, want zij zijn allemaal dood. God speelt voor hem geen enkele rol. Er is alleen maar die baby, die nog niets te vergeven heeft en ook niet in staat is iets te vergeven. Kalman mag dan snakken naar vergeving en aan het eind van de roman in de veronderstelling verkeren dat die via de biecht aan zijn kleindochter zijn deel geworden is, in werkelijkheid is er alleen maar sprake van een gevoel van opluchting. Dat is natuurlijk niet niets, maar het is wel iets anders dan vergeving.
Literatuur waarin schuld een rol speelt - is er eigenlijk wel andere? - blijft met het mes in de buik zitten als God zich buiten het gezichtsveld bevindt. Dat maakt zulke literatuur zo uitzichtloos.
Het maakt ook deze fascinerende roman uitzichtloos, hoewel dat zeker niet Potoks opzet was en hij juist in het ontroerende slot van het boek Kalmans bevrijding van zijn schuldige verleden suggereert. Maar is de meest wrange vorm van uitzichtloosheid niet die variant, die schuil gaat achter de illusie van haar tegendeel?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief