De Bijbel Gods Woord
1996-06-28
Aan eerbied voor de Bijbel als Gods Woord zit nog een ander aspect. God openbaart zich aan ons in Zijn Woord en door middel van Zijn Woord. Het is niet voor niets dat wij de kerkdienst wel noemen 'Dienst des Woords'. Laat het dan echter een Woorddienst zijn.- Jaargang 40
- nummer 13
Het gaat mij er niet om, dat wij minder zouden moeten zingen. Liever meer.
Alleen, dat mag niet ten koste gaan van het Woord. En dan ook, en dat vooral, de prediking moet Woordverkondiging zijn. Elke voorganger loopt het risico, een schitterend betoog te houden dat verder gaat dan uitleg van de tekst, van Gods Woord. Het gevaar loert, dat een preek nog nauwelijks verband heeft met de tekst. Dan kan de inhoud op zichzelf gezien goed gereformeerd zijn, maar het is geen verkondiging van Gods Woord meer.
Datzelfde gevaar lopen wij op Bijbelkringen, als wij teveel speculeren met 'Ik denk... ' of 'Ik vind... ' De moderne mens 'vindt' overal wel wat van. Maar daarover valt niet te discussiëren. Dit punt is belangrijker dan het lijkt. Als ik zeg: 'Ik vind het vandaag slecht weer', kunt u hoogstens zeggen: 'Ik vind dat ook' of 'Ik vind dat niet'. U kunt niet zeggen: 'Dat is niet waar', want dan ontkent u, dat ik het slecht weer vind, terwijl ik dat zojuist heb gezegd. U maakt mij dan voor leugenaar uit. Als ik echter zeg: 'Het is slecht weer', kunt u wel zeggen: 'Dat is niet waar'. In dit geval zijn er namelijk criteria, waarover wij kunnen praten, zelfs van mening verschillen, maar in elk geval praten. Er is dan discussie mogelijk.
Dit spreken in de vorm van 'Ik vind' wil nog wel eens plaatsvinden op Bijbelkringen, studieclubs en dergelijke.
Daarmee snijden wij de weg af tot discussie en daarmee tot de mogelijkheid om elkaar op te scherpen in het verstaan van de Schrift. Het gaat er immers niet om, wat ik al dan niet vind. Het gaat erom, wat de HERE zegt. Dat spreken van 'De HERE zegt' wordt tegenwoordig nog wel eens gemist. Ik weet, dat dan wel eens het gevaar aanwezig is, dat wij dan met een beroep op de HERE onze eigen mening kracht bijzetten. Dat gevaar mag ons er echter niet toe verleiden dit beroep op Gods spreken dan maar achterwege te laten. Een preek, een bijbelkring is toch bedoeld om te horen wat de HERE zegt? Als u weet dat de HERE iets zegt, laat dat dan blijken. U kunt dat toch altijd verifiëren aan de Schrift?
Ik realiseer mij ook wel dat wij die vorm van 'Ik vind' soms kiezen om niet al te absoluut over te komen. Dat gevaar moeten wij dan maar op een andere manier te lijf gaan. Het mag echter niet zo zijn dat wij zo over Gods Woord spreken dat een wederzijds opbouwende discussie tevoren onmogelijk wordt gemaakt. Juist omdat de Bijbel Gods Woord is, moet er ons veel aan gelegen zijn om de Bijbel goed te verstaan. Ons leven hangt ervan af.
Dit is het tweede gedeelte van een artikel, dat Dr C.P. Kleingeld uit Alphen aan den Rijn schreef in de: 'Kerkbode van Nederlands Gereformeerde Kerken'.
Terecht onderstreept hij dat de kerkdienst Dienst van het Woord is. Uiteraard moet er ook gezongen worden.
In een vorige Persschouw hebben wij daarop nog eens nadrukkelijk gewezen.
Maar wanneer Dr. Kleingeld wat het zingen betreft schrijft: 'Liever meer', zet ik ergens een vraagteken. Ik weet niet wat hijzelf gewend is, maar ik heb gemerkt dat sommige voorgangers wel dertig verzen van psalmen en gezangen opgeven. Er zijn er onder de kerkgangers die dat wel wat veel van het goede vinden. En die kritiek komt niet alleen van de kant van de ouderen. Nee, er zijn ook jongeren die vanwege de hoeveelheid tijdens het zingen dreigen af te haken. Laat men dus een gezond evenwicht streven tussen Woordverkondiging en gemeentezang. Verder wil ik zeggen, dat ik alle waardering heb voor de opmerkingen van Kleingeld, want hij snijdt in dit artikel dingen aan die om de nodige bezinning vragen!