Inflatie van het woord
1995-01-13
Extreem geweld waar lachend bij gebabbeld wordt. Het is (nog) geen trend, maar recent zijn er twee films uitgekomen die geweld nogal onverschillig portretteren. 'Natural Born Killers' van Oliver Stone en 'Pulp Fiction' van Quentin Tarantino.- Jaargang 39
- nummer 1
De eerste film gaat over een jong stel geliefden dat moordend door de States raast en waarbij door toedoen van de media beiden publiekslievelingetjes en helden worden. In de Tarantino's film slachten killers, al keuvelend over koetjes en kalfjes, eveneens anderen af. Anders dan de gangbare geweIdsfilms wijzen ze erop dat er met woorden iets grondig mis is. Media-taal is manipulatief en alledaagse taal is triviaal en beide hebben - anders dan geweld - niks meer met het echte leven te maken.
De moderne maatschappij is vol taal.
Talk-shows en babbel-boxen, een toenemend aantal boeken en tijdschriften, 'permanent education' ... ze doen allemaal een beroep op die ingewikkelde verwerkingscentrale in onze hersenpan. Maar zegt al deze info ons nog wel wat? Het succes van bijvoorbeeld reclame ligt dan ook niet zozeer in wat ze zegt, maar in hoe ze dat doet. Als advertenties appelleren aan verlangens naar liefde of geborgen': heid en drijfveren als seksualiteit en agressie, dan maakt de boodschap misschien nog kans om opgepikt te worden. Anders gaan ze in de infoovervloed ten onder, want gepraat is alom aanwezig. Televisie, radio, tijdschriften, telefoon en internet. Alles Iijkt ingeschakeld.
Aanvankelijk leefde er sterk de hoop dat een informatie-maatschappij een goede samenleving dichterbij kon brengen. Maar helaas. Het ziet er niet naar uit dat we met info het gouden ei gevonden hebben. Stone laat zien dat er iets grondig scheef zit in een mediamaatschappij .
Roomsoezen
Wat is er dan aan de hand? Ten eerste is er gewoon te veel. Meer van iets is niet altijd beter. Economie-lesboekjes spreken van de wet van afnemende meeropbrengst. Daarmee bedoelen ze dat als je van roomsoezen houdt je graag een tweede wilt, maar een derde je al minder interesseert en je voor een vierde al helemaal niet meer warmloopt. Met informatie heb je ook zo iets. Op een gegeven moment heb je je informatie-tax gehad. Je zit vol.
Info-overkill.
De hoeveelheid informatie neemt toe, maar de kwaliteit ervan neemt af.
Woorden worden op zichzelf minder waard. 'Betekenis-inflatie' kun je dit noemen. Want wat heb je nou aan woorden? Er zijn er zoveel. Voor het een het ander. Woorden krijgen in deze ontwikkeling een cliché-karakter.
Ze versoepelen het contact tussen mensen, maar de inhoudelijke waarde ervan is erg vaag. "Hoe gaat het met je?" "Goed. En met jou?" En dus nemen velen met woorden alleen geen genoegen meer.
Maar daarmee zijn we er nog niet. Er is in onze postmoderne cultuur namelijk een fundamenteel wantrouwen in het woord ontstaan. Er is grote twijfel of de lezer of hoorder wel ooit achter de bedoeling van de schrijver of spreker van een woord kan komen. Wat rest zijn de verschillende interpretaties ervan. Iedere lezer creëert zijn of haar eigen tekst.
Wantrouwen
Deze scheiding van woord en zaak is de zondeval van onze cultuur. Het wantrouwen van het woord, zo paradoxaal als we naar het informatieaanbod kijken, is wijdverbreid. Dit wantrouwen gaat diep en het woekert voort. In politiek, kerk en film. Waar kun je dan echter nog van op aan? Zijn er misschien andere handelingen van ons die onze ware bedoelingen verraden?
Zoals de rode blos die op iemands wangen verschijnt, verraadt dat hij of zij verlegen is. Als we niet zomaar van een woord uit kunnen gaan, dan kunnen we misschien naar zulke symptomen kijken. Want die liegen tenminste niet! Stone onderzoekt daarom in zijn film of agressie niet 'eerlijker is dan woorden. Is er in zo'n directe ervaring geen beter contact met de wereld mogelijk? De inhoud van dit contact is in de films van Tarantino en Stone echter wel erg leeg ...
Ik word er niet vrolijk van.
Gebroken
Er is dus onmiskenbaar wat aan de hand met woorden. Ze zijn niet meer vanzelfsprekend. Dat is het grote gelijk van de postmoderne visies op taal.
Taal is geschapen en als onderdeel van de geschapen werkelijkheid even gebroken als bijvoorbeeld sociale relaties. Soms krijg je de indruk dat taal voor vele christenen een uitzonderingskarakter heeft gehad. Dat hebben we hoop ik nu wel gehad. We kunnen niet terug naar een voor-kritische visie op taal waar een woord simpel verwijst naar een ding, maar moeten evenmin met postmoderne profeten meebrullen dat er in taal geen communicatie mogelijk is. Taal gaat ergens over. Onze babylonische cultuur schreeuwt keihard om verlossing van de taal. De praktische consequenties van het volgen van Jezus zijn hier cruciaal: wat minder babbelen en staan voor wat we zeggen. Het klinkt zo simpel, maar het is vreselijk belangrijk dat in een tijd waar er zo'n wantrouwen naar het woord is, de werkelijkheid van onze woorden zichtbaar is. Opdat woorden weer opnieuw gaan leven.