Zending

1995-01-13
  • Jaargang 39
  • nummer 1
En laat jonge weduwen trouwen
Paulus was niet zo wereldvreemd als sommigen hem afschilderen. Zijn advies aan Timotheüs dat jonge weduwen zouden moeten hertrouwen, was nuchter en getuigt van inzicht ook in seksuele aangelegenheden. Hij was niet alleen bezorgd over het heil van deze zusters maar ook over de goede naam van de gemeente en uiteindelijk van haar Heer Jezus Christus. Maar als dat nu niet kan, hertrouwen, ook als men dat wil? En als zo'n jonge weduwe dan in zonde valt, zoals dat heet, wat moet je dan als gemeente?
Daarover gaat dit artikel.

De positie van een weduwe
Een paar jaar geleden werd ze weduwe; ze bleef achter met haar jonge kinderen in het huis waar ze sinds haar huwelijk altijd gewoond had. Dat huis werd niet haar eigendom bij de dood van haar man; het huis met alles wat er in was, koeien en kinderen inbegrepen, bleef in bezit van haar schoonfamilie; ja, ook zij zelf was en bleef deel van de familie van haar man, die destijds een behoorlijke bruidsprijs voor haar had betaald. Zij kan dus niet gaan en staan waar ze maar wil, tenzij zij haar kinderen opgeeft, afgezien nog van huis en haard.
Zo'n schoonfamilie heeft dus alle rechten, de weduwe alleen maar plichten, ook al is ze de vrouw des huizes en de moeder van het gezin. Zij kon ook niet erven van haar man, tenzij hij daar speciaal bij testamentaire beschikking een regeling voor getroffen zou hebben via een notaris. Maar in deze traditionele wereld komt dat zelden of nooit voor. De rechten van een individu zijn ondergeschikt aan die van de gemeenschap, zeker als het een weduwe betreft.

Wat ik al verwachtte, gebeurde. Een man kwam steeds regelmatiger bij onze zuster over de vloer. Het werd een publiek geheim dat ze een verhouding hadden. Het kwam ook ons ter ore. Vandaar dat wij het aan de orde stelden tijdens een van onze bezoeken.
Zij ontkende niet. Ze begreep ook best dat dit niet de bedoeling was volgens de bijbel. Op mijn vraag waarom ze niet met haar vriend trouwde, reageerde ze aanvankelijk wat terughoudend. Maar ze zou het er met hem over hebben.
Bij een opvolggesprek bleek dat het probleem niet bij hen lag. Ze wilden wel trouwen, maar waren bang het aan te kaarten bij haar schoonfamilie.
Ik drong er bij haar op aan om de familie toch maar eens te polsen, want zo doorgaan kon toch ook niet. Later kregen we de reaktie van de familie te horen: onder geen voorwaarde mocht ze hertrouwen behalve met iemand uit de eigen familie. De erfenis moest koste wat kost voor de familie behouden blijven; niet alleen het huis, de koeien en de kinderen maar ook zij zelf werd beschouwd als familiebezit.
Dat eventueel via de rechtbank de onroerende goederen van de erfenis voor de familie veilig gesteld konden worden, was niet voldoende. Geen huwelijk met wie ook buiten de familie werd toegestaan. Dat zij een relatie onderhield met iemand, deerde de familie niet; officieel wist men daar niets van. En wat officieel niet bekend is, bestaat volgens de tradities hier dan ook niet. Dat zou oogluikend worden getolereerd. Als er uit deze onwettige relatie dan een kind geboren zou worden, zou naar gewoonte de man schadevergoeding aan de familie moeten betalen. Het bezit van de familie is dan beschadigd, en dat moet natuurlijk vergoed worden. Het kind in kwestie zou gewoon een buitenechtelijk kind zijn, zoals er miljoenen in Afrika rondlopen.

De positie van de gemeente
Als gemeente zit je dan in een moeilijk parket. Natuurlijk zouden we onze zuster onder censuur hebben kunnen zetten. Zonde is zonde, en het gebod is duidelijk, nietwaar? Maar gesteld dat ze deze relatie zou hebben afgebroken, binnen de kortste keren zou ze in dezelfde nesten hebben gezeten.
Want er wordt genadeloos jacht gemaakt op zulke jonge weduwen. Menig man, getrouwd of niet, zal proberen bij haar in bed te komen. Ze zal pas rust kennen, zodra er een man over de vloer en in haar bed komt. Dan wordt het jachtseizoen gesloten verklaard. In vroeger tijden gaf het leviraatshuwelijk zulke weduwen bescherming. Een broer van de overleden man trouwde de weduwe; hij nam er gewoon een vrouw bij. Dan was ze in elk geval beschermd, en werden haar kinderen opgevoed in een beschermde omgeving.
En de erfenis bleef in de familiedat vooral! Maar tegenwoordig funktioneert dat leviraatshuwelijk niet meerer zaten ook genoeg nare kanten aan voor weduwen - en als een familielid van de overleden man het al voorstelt, zitten er vrijwel altijd seksuele motieven achter. Na een jaar of zo wordt de vrouw alsnog op straat gezet.

Wat moet een gemeente in zo'n situatie?
Paulus' advies kan niet worden opgevolgd. Kerkelijke tucht mist hier elke zin. Het zou uitlopen op afsnijding van de gemeente van iemand die echt de Heer wil volgen maar op dit punt gewoon geen kans ziet te doen wat de Bijbel vraagt. Doel van tucht is het behoud van een zondaar. In dit geval zou het tegendeel worden bereikt, afgezien van de vraag of onze zuster werkelijk een tuchtwaardige zondares is.
Tegelijk kan een gemeente er natuurlijk niet in berusten dat iemand duidelijk tegen het gebod van God ingaat.
Oogluikend toelaten van deze sitautie zou ook wel eens een negatief effect kunnen hebben op de huwelijksmoraal in deze omgeving, waar het huwelijk toch al laag staat aangeschreven. We hebben er dus iets aan gedaan. Of we inderdaad de juiste weg zijn ingeslagen, zal in de toekomst moeten blijken.

Een kompromitterend kompromis?
Onofficieel heb ik de relatie tussen onze zuster en haar vriend aanvaard.
Niet officieel in het midden der gemeente in een publieke eredienst: de schoonfamilie zou dan zich gedwongen hebben gevoeld in te grijpen, wat wel eens op de dood van de vriend zou hebben kunnen uitlopen. Wat onofficieel is, weet men niet. Ik heb gezegd dat ik deze relatie aanvaard als was het een huwelijk. Ze worden dan ook geacht als gehuwden te leven in liefde en trouw. Die belofte hebben ze gegeven, en daar worden ze dan ook aan gehouden. Bij 'huwelijks'ontrouw zal de gewone tuchtprocedure volgen die de kerkorde voorschrijft. Tegel ijk heb ik onofficieel de gemeente ingelicht.
Duidelijk zal moeten zijn dat dit niet behoort te kunnen maar dat de situatie ons dwingt tot dit kompromis. De gemeente zal haar verantwoordelijkheid tegenover deze mensen op zich moeten nemen; ze zal op hen moeten toezien, en zo bescherming bieden aan deze realtie die maatschappelijk op geen enkele steun kan rekenen. Als de samenleving te kort schiet, zal de gemeente wegen moeten vinden om haar leden bij te staan en te houden niet aan de letter maar aan de geest van het gebod.

Kompromissen sluiten is nooit makkelijk.
En de vraag of dit kompromis toch niet kompromitterend is voor de Heer en zijn gemeente, is bij mij nog niet helemaal tot zwijgen gebracht. Maar we hebben het gesloten niet op hoop van zegen maar in het vertrouwen dat de Heer alle dingen ten goede kan keren voor hen die geloven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief