Hans Anders
1995-01-27
Hans A. is zes maanden als militair uitgezonden geweest naar Bosnië.- Jaargang 39
- nummer 2
Geen makkelijke tijd, maar hij stond er niet alleen voor. Z'n vrouwen twee kinderen steunden hem waar ze maar konden. En de gemeente liet zich ook niet onbetuigd. Hans herinnerde zich de voorbede in de kerk, zondags voor z'n vertrek. Hij had er niet om willen vragen, maar het had hem toch wel veel gedaan. En later de brieven.
Soms van gemeenteleden van wie hij dat helemaal niet verwacht had. Een ouderling had hem drie, vier keer een preek op een bandje gestuurd. Niet dat hij ertoe kwam om die echt aandachtig te beluisteren - hadden ze wel een idee in wat voor omstandigheden hij daar zat? - maar toch. En na thuiskomst de vragen, de belangstelling.
De dominee die een speciaal welkomstwoord tot hem richtte. Kringen mensen om hem heen. Hij zat vol met z'n ervaringen en kon naar hartelust vertellen. Dia's laten zien op de gemeenteavond, waar ze speciaal voor hem tijd hadden ingeruimd. Op de kazerne gold hij als een deskundige die ervan mee kon praten. Hij was natuurlijk niet de enige die er geweest was, maar wel eentje die goed vertellen kon. Hans genoot ervan. Had het gevoel iets belangrijks gedaan te hebben.
En thuis? Daar hing aan de muur de Bosnische vlag die hij op de kop had weten te tikken. Alles was anders geworden. Hans was anders geworden.
Het duurde een paar maanden, voordat z'n vrouw hem dat in een huilbui voor de voeten wierp. Alles draaide om hem en zijn ervaringen, maar zij was er ook nog! En de kinderen. Ook zij hadden hun verhaal. Natuurlijk niet zo spectaculair, maar ze hadden wel maanden lang in spanning gezeten. Er alleen voor gestaan. Zich groot gehouden.
Nu ze zo uitgezien hadden naar hun man en vader, was er een eigenlijk een ander thuisgekomen.
Hans B. is zes maanden als militair uitgezonden geweest naar Bosnië.
Geen makkelijke tijd, maar hij stond er niet alleen voor. Z'n ouders hadden moeite gehad met zijn keuze, maar respecteerden het volledig. Bij het afscheid hadden ze dapper staan zwaaien - terwijl Hans wel wist hoe zij tegen hun tranen moesten vechten. En zijn vriendin had er niet van opgekeken, toen hij er voor de eerste keer over begonnen was. Ze kenden elkaar al lang genoeg om deze dingen van elkaar te weten. Ook dat ze oprecht hun best zouden doen hun relatie in stand te houden. Dat lukte ook wel, maar in de eerste brieven proefde ze wel iets van teleurstelling over de zo bewust gekozen uitzending. Was dat nou de VN-organisatie die hij zich had voorgesteld? Wat had hij daar eigenlijk te zoeken? Soms schaamde hij zich voor z'n blauwe helm. Hij deed z'n werk, draaide z'n shiften, maar diep van binnen namen de vragèn toe. Bij thuiskomst werd hij omhelsd. Door vriendin en ouders. "We zijn zo trots op je!" Hans was natuurlijk blij. Maar in de daarop volgende maanden kreeg hij steeds meer moeite met z'n omgeving, met zichzelf. Waar viel trots op te wezen? Waar had het allemaal voor gediend? En dankbaar waren ze in de kerk geweest voor z'n behouden thuiskomst.
Oké, maar waarom liet God die ellende daar dan voortduren? Wie of wat was God eigenlijk? Was Hij alleen de God van de catechisatie, of ook van de Serviërs, de moslims? Hans praatte er steeds minder over. Bij z'n vriendin vond hij wel rust en begrip, maar in z'n pas begonnen studie kon hij z'n draai niet vinden en met steeds meer moeite ging hij naar de kerk. Alles was anders geworden. Hans was anders geworden.
Toen een ouderling hem vroeg waarom ze hem niet zo vaak meer zagen, barstte de bom. En alles ging over de tafel. Z'n opvoeding, z'n geloof, z'n hele leven. Wat was de zin ervan? Wie was hij eigenlijk? Wie wilde hij zijn?
Hans A., Hans B., Hans C.... Ik kan, vanuit mijn eigen ervaring als uitgezondene en als legerpredikant, wel doorgaan met een heel alfabet Hansen.
Verhalen die illustreren hoe diep zes maanden uitzending naar een crisisgebied ingrijpen in iemands leven.
En in dat van hun thuisfront. Gewoonlijk is er best aandacht voor in de kerken. Rond het-vertrek, tijdens de uitzending en rond de thuiskomst. AI worden er weleens pijnlijke missers gemaakt: "Daar heeft-ie toch zelf voor gekozen?" Of: "Komt-ie nu alweer terug?" Maar het gaat maar niet om die zes maanden. De ervaring leert dat men veelal op een of andere manier 'anders' thuiskomt. Dat wordt werkelijk langdurig meegenomen en kan op den duur consequenties hebben in relaties, op het werk en in de kerk. Met name in het krijgsmachtpastoraat is daar de laatste jaren veel aandacht voor. Er wordt veelvuldig over gesproken en geschreven en er
wordt daadwerkelijk zorg verleend.
Maar in de kerken is dat niet zo eenvoudig.
Het gaat soms maar om een enkeling die met uitzending te maken krijgt en men is niet zo vertrouwd met de cultuur en de vragen die in de krijgsmacht leven. Wat is dan wijs in het pastoraat? Wat kan een predikant, een gemeente hierin betekenen? In augustus verscheen De geur van oorlog, een pastorale handreiking voor parochies en gemeenten bij uitzending van leden naar spanningsgebieden.
Een brochure die in opdracht van de Gereformeerde Kerken in Nederland is uitgebracht door het Interkerkelijk Vredesberaad (postbus 85893, 2508 CN Den Haag, tel. 070-3507100),en waaraan onder anderen door krijgsmachtpredikanten en -aalmoezeniers is meegewerkt. Er wordt het nodige gezegd over het officiële karakter van VN-missies (juist het door elkaar halen van mandaat, middelen en mogelijkheden leidt vaak tot onbegrip en frustratie), maar de kern van de brochure is de bespreking van wat uitgezondenen en achterblijvers ten diepste bezighoudt.
Vragen over motivatie en voorbereiding.
Praktische handwenken voor de betrokkenen zelf en voor hun (kerkelijke) omgeving. En vooral het proces van 'herijking': door en na een uitzending kan je kijk op de werkelijkheid en op jezelf veranderen. En dat met name op drie gebieden: werk en zinvol bezig zijn, relaties, en geloof in God.
Je komt 'anders' thuis, wordt van uitgezonden militairen gezegd. Anders is geen 'slechter' of 'minder'. Het kan voor de betrokkene, voor z'n directe omgeving en voor de kerkgemeenschap ook winst betekenen, als daar zorgvuldig mee wordt omgegaan.