In memoriam: Prof. Dr. Hooykaas (1906-1994)
1995-01-27
In januari 1994, al weer een jaar geleden, overleed Prof.Dr. Reijer Hooykaas. Hij werd 87 jaar en heeft een uitzonderlijk arbeidzaam leven geleid; daarin heeft hij veel betekend voor de geschiedschrijving van de natuurwetenschappen.- Jaargang 39
- nummer 2
Hij heeft als eerste in ons land een leerstoel voor dit vak bezet. Ook was hij een man die zich als (Calvinistisch) Christen deed kennen.
De eerste keer
Mijn eerste ontmoeting met prof. Hooykaas vond plaats in het najaar van 1981. AI sinds enige tijd was ik me bewust dat we in Zeist, destijds onze woonstede, een eminente plaatsgenoot hadden, die ik graag eens wilde spreken. Na enige tijd ging die wens in vervulling. Mij werd, nogal onverwacht, gevraagd of ik met prof.Hooykaas een gesprek wilde hebben, voor een artikel in Aktie, het blad van Youth for Christ; het verhaal moest bijna onmiddellijk ook aangeleverd worden!
Toen ik me over de telefoon introduceerde en vroeg uf ik eventueel op korte termijn bij hem mocht langskomen, was het onverwachte antwoord: "Komt u dan vanavond om 10 uur maar langs!" Zo stond ik precies op tijd voor een hoge deur van een mooi oud pand in Zeist. We praatten en praatten, lang nadat het bandje waarop het gesprek werd opgenomen afgelopen was. Tegen half drie die nacht kwam zijn vrouw, die op tijd naar bed was gegaan, naar beneden en vroeg hem of hij wel wist hoe laat het was. Toen stond ik ook na twee minuten buiten! Het was erg laat geworden en dat voor een eerste gesprek.
De volgende dag heb ik zijn vrouw een bos bloemen bezorgd. Toen ik naar een eventueel passende tekst uit de Bijbel zocht, kwam een vriend te hulp: "Zelfs des nachts gaat haar lamp niet uit". Dat woord uit Spreuken 31 is een voor haar leven kenmerkend woord geweest, meen ik. Tekst plus bloemen hebben het weer goed gemaakt, geloof ik zelf.
Mevrouw Hooykaas, van geboorte Hongaarse, heeft me er later tenminste nooit op aangezien!
Een meeslepend verteller
Waar ging het gesprek over? Over de wijze waarop in de 16e en 17e eeuw de Kerk van Rome en de Protestanten met het conflict rond Copernicus' visie van een 'heliocentrisch wereldbeeld' zijn omgegaan. Hoe moesten Christenen omgaan met de notie dat niet de zon rond de aarde draaide, maar omgekeerd, de aarde rond de zon? Hij maakte duidelijk dat door de Kerk van Rome het conflict rond b.v. de opvatting van Galilei veel meer op (vermeend) 'bijbelse gronden' werd gevoerd dan door de meeste Reformatoren en hun aanhangers. Vandaar dat er voor 'Rome' een heleboel op het spel stond! Luther had, als ik goed herinner, niet zoveel over Copernicus' visie gezegd; hij was al spoedig na de publicatie van Copernicus' geschrift overleden. Calvijn dat de opvattingen van Copernicus onjuist en ook belachelijk gevonden, maar was wel zo voorzichtig om erbij aan te geven dat dat zijn persoon Iijke mening betrof.
Het was geen zaak van 'binding aan de Schrift' om Copernicus' visie buiten de deur te houden. De Calvinistische aanhang was dus niet aan Calvijns opvatting gebonden! Een aantal overtuigde Lutheranen zoals de geleerde Rheticus en een aantal geleerde Calvinisten als de predikant en sterrenkundige ds. Philips van Lansbergen waren van oordeel dat er helemaal geen sprake van een conflict tussen 'geloof en wetenschap'! Laatstgenoemde, een aanhanger van de besluiten van de Dordtse Synode van 1918/19, die over 'Calvinus noster' sprak ('onze Calvijn'), had betoogd dat er maar één waarheid kon zijn, Gods waarheid. Het was, zo werd door hem gesteld, ondenkbaar dat de twee 'boeken' waaruit men Gods grootheid kon kennen, 'Het Boek der Schriftuur' en 'Het Boek der Natuur', dusdanig met elkaar in conflict zouden zijn!
Vandaar ging het gesprek verder naar de grote Franse geleerde en denker Pascal en diens strijd om de natuurwetenschappelijke en ook theologische waarheid. We hadden het over een tijd die prof. Hooykaas in Portugal had doorgebracht aan de Universiteit van Coïmbra, waar hij een eredoctoraat ontvangen had, over de weinige precisie waarmee men vaak de opvattingen van Darwin in tekstboeken weergaf en over de ontwikkeling in diens ideeën.
De eerste edities van de Origin of Species werden van de plank gehaald en er werden passages opgeslagen, waarvan gold dat dat niet in de eerste druk gestaan had, maar wel in de tweede of derde. Ik hoorde verhalen over Thomas Huxley, Darwins vriend, die onder andere had gezegd: .Follow the facts, to whatever abyss they may lead you". Dat motto: "Volg de feiten, ongeacht tot welke afgrond ze je mogen voeren", werd met instemming overgenomen. Hooykaas was iemand die zich steeds op waarneming beriep.
"Hoe staat het met de feiten? Onze modellen, onze rationele (of rationalistische) benadering kan er best in allerlei opzicht helemaal naast zitten, maar de fèiten, die zoeken we!" Een en ander werd doorspekt met vaak prachtige verhalen en anecdotes over mensen wier naam ik tot dan toe nog nooit gehoord had! We hadden het over het 'soortbegrip' in de biologie en hoeveel ingewikkelder dat ligt dan de meeste leken beseffen, over ontwikkelingen in de Geologie en de verhouding met geleerden uit het Oostblok, die soms een handje geholpen werden om voor een conferentie naar het Westen te komen, wat ze allemaal zo graag wilden!
Hooykaas was een uiterst boeiende verteller, merkte ik bij die ontmoeting, de eerste van een (beperkt) aantal gesprekken dat ik met hem heb mogen hebben.
geloof en wetenschap
Een groot deel van zijn betoog over de relatie tussen geloof en wetenschap kwam, meen ik zelf, in de volgende woorden naar voren, die ik uit mijn eigen interview in Aktie november 1981citeer: "De bezwaren die de wetenschap tegen de godsdienst zijn naar mijn mening geen echt natuurwetenschappelijke bezwaren geweest, maar rationalistische bezwaren." Ter toelichting zei hij: "Ik bedoel dit: Men geeft aan het menselijk verstand (ratio) de beslissingsbevoegdheid over wat waar of niet waar is. De natuurwetenschap geeft die bevoegdheid echter aan de waarneming. In de natuurwetenschap passen we onze rede, ons verstand, aan bij wat we 'zien'. Door van ons verstand uit te gaan, lopen we telkens weer het gevaar de verschijnselen aan de rede te willen aanpassen."
Dat thema was feitelijk al aan de orde bij de rede die Hooykaas uitsprak bij het aanvaarden van zijn ambt aan de VU, op vrijdag 1 februari 1946.
'Rede en Ervaring in de Natuurwetenschap der XVlle Eeuw' was de titel.
Een academische carrière
Prof. Hooykaas begon zijn academische carrière als student in de Chemie in Utrecht. Op 1 ju i 1933 promoveerde hij tot doctor in de wis- en natuurkunde op een proefschrift met de titel 'Het Begrip element in zijn historischwijsgeerige Ontwikkeling'. Later werd hij docent Scheikunde aan middelbare scholen in Amsterdam en Zeist. Na de oorlog werd hij benoemd, aan de VU, tot buitengewoon hoogleraar in de Geschiedenis van de Natuurwetenschappen; dat was de eerste leerstoel van die aard in ons land. 'Dat deed hij 1945tot 1966;van 1948tot 1960werd die opdracht gecombineerd met een professoraat in de Mineralogie. In 1967werd hij in Utrecht tot hoogleraar in de Geschiedenis van de Natuurwetenschappen benoemd. Van zijn lidmaatschap van nationale en internationeIe Genootschappen vermeld ik alleen de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afd.Letteren. Van 1976 tot 1976 was hij vice-voorzitter, van 1976 tot 1984 voorzitter van de Internationale Commissie voor de Geschiedenis van de Geologische Wetenschappen. Het eredoctoraat van de beroemde Universiteit van Coïmbra in Portugal is al genoemd. Hij sprak vijf talen vloeiend en kon zich redden in nog een aantal andere talen ...
Hooykaas was ook een gelovige, maar niet iemand die met zijn geloof te koop liep. Heel blij was hij, toen hij na colleges Kristallografie in de Sovjet-Unie heimelijk door geleerden werd benaderd die hem vroegen of hij Christen was. Dat hadden ze geconcludeerd uit de wijze waarop hij het onderwerp besprak en omdat ze zelf (min-of-meer in het geheim) Christen waren, hadden ze behoefte aan verder gesprek. Hooykaas was daarover opgetogen! "Hij meende", zegt dr. Oliver Barclay in een 'In Memoriam' in het Britse blad Science and Christian Belief, "dat, zonder dat men het eigen geloof expliciet vermeldde, het Christelijk geloof de
manier kleurde waarop men naar de natuur keek, en dat dat erg belangrijk was."1
Zijn werk: prachtige boeken
Vooral vermelding verdienen goed toegankelijke en soms ook nog wel verkrijgbare boekeri als Religion and the Rise of Modern Science. Scottish Academie Press. Edinburgh and London.
1972. (diverse latere herdrukken) Voor dat boek heb ik zelf steeds een voorkeur gehad. In 162 pagina's argumenteert Hooykaas dat de moderne wetenschap voor een groot deel is voortgekomen uit de Joods-
Christelijke invloed op het Westerse denken. Waar hij spreekt van bouwstoffen (de wetenschappelijke methode die voor een groot deel van de Grieken afstamt) acht hij groeistoffen, de hormonen en vitaminen, vanuit een bijbels wereldbeeld aan de moderne wetenschap aangeleverd. Vooral de invloed van het Calvinisme acht hij daarin groot. Hij rekent de Engelse 17e-eeuwse Puriteinen, maar ook Franse Hugenoten en landgenoten tot de grondleggers van de moderne wetenschap.
Het bijbels wereldbeeld is, mits zuiver bekeken, stelt hij welsprekend; van het grootste belang voor de ontplooiiing van de wetenschap gebleken.
Geloof en wetenschap hoeven dus niet per se elkaars concurrenten te zijn. Jammer genoeg, en ook onbegrijpelijk, is dat boek, de tekst van de beroemde en prestigieuze 'Gifford Lezingen' in het Schotse St. Andrews, nooit vertaald en in ons land uitgegeven.
Eigenlijk vind ik dat een schande!
Het is een fascinerend en heerlijk leesbaar boek.
Een tweede boek heeft als titel; The Principle of Uniformity in Geology, Biology and Theology. Ondanks zijn Engelse titel is dat uitgegeven in ons land: bij Brill in Leiden, in 1963.
De eerste woorden luiden (in mijn vertaling): "Het methodische principe dat ten grondslag ligt aan de moderne geologie en evolutionaire biologie is het principe van de uniformiteit. Het heeft een in brede kring bekend geworden toepassing in Charles Lyells boek 'Principles of Geology' (1830), waarin het boek aangekondigd wordt als 'een poging om de vroegere veranderingen in het oppervlak der aarde te verklaren door verwijzing naar oorzaken die nu 'in werking zijn'. Lyells these is dus: We mogen ervan uitgaan dat er geen principieel andere krachten nu werkzaam zijn dan vroeger en vroeger geen andere krachten zijn opgetreden dan nu vallen waar te nemen. Ook in dit boek van prot. Hooykaas, 237 pagina's, treft ons dezelfde heldere stijl, dezelfde ontzagwekkende eruditie en dezelfde 'implicietchristelijke wetenschapsbeoefening, die eist dat we buigen voor de onweerlegbaar waargenomen gegevens in Gods schepping. Ook dat is een verrukkelijk boek!"
Het derde boek om te noemen is, voorzover ik weet, als enige in ons land nog steeds verkrijgbaar. Het is een vrij compact geschreven Geschiedenis der Natuurwetenschappen, uitgekomen bij Bohn, Scheltema en Holkema. Utrecht.
1971; tweede druk uit 1979. In 289 bladzijden wordt - opnieuw, zeer helderde loop van de natuurwetenschap in zijn vele vertakkingen weergegeven.
Het gaat daarbij niet alleen om de ontdekkingen, maar ook vaak om de achtergronden en de denkweg die tot nieuwe ontdekkingen aanleiding gegeven heeft.
Naast beroemde boeken als Arthur Lovejoy's The Great Chain of Being, C.S. Lewis' The Discarded Image en Dijksterhuis' De Mechanisering van het Wereldbeeld zijn de hier genoemde boeken verrukkelijk leesvoer voor mensen die geïnteresseerd zijn in 'de geschiedenis van ideeën'.
Vergeet daarnaast de inhoud niet van allerhande vaak kleine brochures, over de zeer 'evangelische' Jansenist Pascal, die Hooykaas vurig bewondert.
Of over Teilhard de Chardin, die hij bijna even hartstochtelijk bestrijdt.
'Teilhardism, a Pseudo-Scientific Delusiori', de titel verraadt al een markant gebrek aan instemming met de ideeën van deze pater Jezuiet die in de eerste decennia van deze eeuw een bekend geoloog was en nu om zijn opvattingen nog wel eens vol bewondering door New Agers wordt aangehaald.
"Pseudo-wetenschap", oordeelt Hooykaas vernietigend.
Wie de inmiddels al weer oude, maar toch aardige (driedelige) serie Scientia, ter hand neemt, die inleiding op de diverse terreinen van wetenschapsbeoefening, zal merken dat Hooykaas het allerlaatste hoofdstuk van het laatste deel voor zijn rekening genomen heeft. Een eerbiedwaardige hekkesluiter!
Die trilogie dateert van 1956, is soms voor een prikje in een antiquariaat te koop en is m.i. nog steeds heel leesbaar.
Tenslotte
Veel meer zou hier nog te melden zijn, maar het ontbreekt ons evident aan de benodigde ruimte. Het is mijn vurige hoop dat dit zeer verlate 'In Memoriam' tenminste enkele lezers die het werk van Hooykaas tot dusver niet kenden enige interesse zal bijbrengen voor de formidabele bijdragen van deze boeiende wetenschapsbeoefenaar.
Hij is een van die mensen geweest die in het buitenland veel bekender was dan in eigen land. Dat lot heeft hij met wel meer 'profeten' gemeen.
P.S. Met dank aan mevrouw Ilonka Hooykaas voor het lenen van een aantal nu moeilijk verkrijgbare publikaties van haar man.
P.S. 2. Wie een copie van bepaalde zeldzame brochures van prof. Hooykaas wil opvragen kan dat doen bij E.O. afd. Documentatie.
De heer Jan Faber, hoofd van die afdeling, weet er alles van. tel. 035-882730
Noot
'Obituary: Professor Reijer Hooykaas'.
Science and Christian Belief. oktober 1994.
p.129.
| kunst "ik ben blij, wees ook blij en wees blij met mij"- ja hoor, weer zo'n halleluja-christen, natuurlijk nooit wat meegemaakt ... nee, want wat is 'dat nou helemaal: die paar keer in de gevangenis, en een keer of acht, negen afgeranseld en gestenigd, af en toe een schipbreuk en een etmaaltje rondgedobberd in open zee, van tijd tot tijd een paar dagen zonder eten of drinken, soms geen kleren aan je lijf, wat aanvallen van vrienden, rovers en andere vijanden – wat stelt dat nou voor? kunst om dan blij te zijn ... Kees van Baardewijk |