Ik geloof

1995-02-10
  • Jaargang 39
  • nummer 3
n.a.v. 'Ik geloof', Werkboek (f 11,90) en Handleiding (f 25,00) 4B door H. Folkers, P.H.R. van Houwelingen, J. Meerveld en P.M. de Wit. Uitgave de Vuurbaak, Barneveld, 1993

Geloof ik wel?
Tijdens de puberteit speelt in het geloofsleven van de jongere de twijfel een grote rol. De vraag 'Geloof ik wel ?', die bij kinderen tot een jaar of tien over het algemeen nog niet leeft, wordt dan tot een probleem. De jongere vraagt zich af hoe zijn ouders en andere volwassenen zo zeker weten, dat God bestaat? Wie bewijst, dat al die wonderverhalen uit de Bijbel geen sagen en legenden zijn? En als God nu werkelijk bestaat, waarom doet Hij dan niets aan de ellende in de wereld? Zo komt het geloof van de kinderjaren in de krisis van de puberteit. De jongere aanvaardt iets niet meer alleen, omdat ouders of gezaghebbende anderen dat zeggen. Hij wil zelf kiezen en verantwoording van zijn keuze kunnen afleggen.
Daarom is de vraag: 'Geloof ik wel?' heel relevant in die jaren.

Wat geloof ik?
Een ander ontwikkelingsproces, dat zich in de puberteit voltrekt is het zich eigen maken van de betekenis van allerlei abstrakte begrippen. Het geloof van de kinderjaren betreft voornamelijk konkrete verhalen en feiten.
Aan het voorbeeld van Abraham ziet het kind, dat God doet wat Hij belooft.
Uit het leven van Jozef leert het, dat God altijd helpt, ook al schijnt soms het tegendeel het geval te zijn. En dat God de verkeerde dingen vergeeft, weet het door de verhalen over Petrus en Paulus. Maar in de puberteit krijgt de jongere door de ontwikkeling van zijn denkvermogen inzicht in de betekenis van de vele abstrakte begrippen, die de Bijbel rijk is. Het doorzien van het verband en de samenhamg tussen al die begrippen valt voor de puber echter niet altijd mee. Nog moeilijker wordt het voor hem, als blijkt dat onze kerken op grond van de Bijbel een geloofsleer hebben, die in vrij ouderwetse taal en ingewikkelde termen en zinswendingen is geformuleerd. Als hij op catechisatie daarmee gekonfronteerd wordt, komen de volgende vragen vanzelf bij hem op: "Is het nu werkelijk nodig me daarin te verdiepen?", "Wat heb ik daar nu aan voor mijn geloof en voorde praktijk van mijn leven?" en "Wat zegt al die theorie me bij de vragen die voor mij belangrijk zijn?" In die tijd zijn voor de puber de vragen "Wat geloof ik, wat is de inhoud van onze geloofsleer?" niet belangrijk. Voor hem geldt de vraag: "Waarom zou ik geloven, wat heb ik eraan?"

De catechisatie
Hoewel de verantwoordelijkheid voor de geloofsopvoeding in de eerste plaats berust bij de ouders, helpt de gemeente hen daarbij onder andere door de catechisaties. Deze nemen een belangrijke plaats in, niet alleen door de overdracht van geloofskennis, maar ook door de gesprekken, die er onder leiding van de catecheet gevoerd (kunnen) worden over de vragen waar de jongelui mee zitten.
Op het moment, dat dit' gelezen wordt zijn de catechisaties al weer begonnen.
Ouders en kinderen verwachtten dat als iets vanzelfsprekends en ook de meeste kerkeraden en predikanten gingen er vanuit, dat deze draad weer werd opgepakt, zoals zij voor de vakantie was neergelegd.
Voor wie zijn oor echter te luisteren legt bij de verschillende belanghebbenden, merkt dat er over het algemeen gesproken behoorlijk veel ontevreden gevoelens over de catechisaties zijn bij jongeren, predikanten, ouders en sommige ambtsdragers.
Onder de catechisanten zijn er, die de wekelijkse uurtjes vervelend en nutteloos vinden, omdat ze er niets leren of het nut van de leerstof niet inzien.
Anderen vervelen zich omdat ze het hele uur alleen maar moeten luisteren naar iets wat hen niet interesseert, omdat het buiten hun belevingswereld staat. Het gaat niet over hun vragen, en de problemen waar zij mee zitten, komen niet ter sprake. Sommigen vinden, dat de predikant elke week weer hetzelfde vertelt, anderen vinden het te theoretisch en te moeilijk. En er zijn ook overal jongelui te vinden, die alleen maar komen om met elkaar te kletsen en lol te maken zonder iets op te vangen van de les. Huiswerk maken komt nog wel voor, maar houdt in de meeste gevallen weinig in. Iets uit het hoofd leren is er meestal helemaal niet meer bij. Wie doet dat nu nog als jongere? Dat is uit de tijd.
Ook de predikanten beleven niet altijd arbeidsvreugde aan het catechiseren.
De hedendaagse jeugd is druk, praterig en ongeconcentreerd. Er wordt niet of slechts oppervlakkig geluisterd en de interesse in het gebrachte is miniem.
Wie wil dat er nog iets overkomt, moet een bijzondere gave voor onderwijzen hebben of als een strenge politieagent voor de groep staan en voortdurend vermanen. Dat zoiets niet de juiste sfeer waarin geloofsoverdracht kan plaatsvinden bevordert, is voor iedereen duidelijk.
Ouders horen van hun kinderen vaak veel kritiek op de manier van catechiseren en op de houding van de medecatechisanten.
Velen van hen vragen zich - zeer terecht - af of de catechisaties niet anders gegeven kunnen worden.
Soms worden ouderlingen tijdens het huisbezoek gekonfronteerd met kritiek op de catechisaties.
Hoe serieus zij dit gemopper echter moeten nemen, kunnen zij in de meeste gevallen niet beoordelen. Hadden zij in hun jeugd niet dezelfde klachten en is alles desondanks niet goed gekomen? Er zijn echter ook ambtsdragers, die ontsteld zijn over de geringe kennis van de geloofsleer bij catechisanten, die belijdenis van het geloof willen afleggen. Belijdende leden moeten toch weten wat zij geloven?
En wat heeft een gemeente aan leden, die geen idee hebben van de inhoud van de leer van de kerk?

De methode 'Ik geloof'
Bovengenoemde problemen spelen niet alleen in onze kerken, maar evenzeer bij de zusterkerken.
In 1987 leidde dit bij de Vrijgemaakt Gereformeerden tot het iniatief van 3 predikanten en z onoerwtjsdeskundlgen tot het maken van de nieuwe catechisatiemethode 'Ik geloof'. Op de bestaande methode bestond onder andere de volgende kritiek: te moeilijk, te theoretisch, geen herhaling van de stof, en er werd geen rekening gehouden met de sterk uiteenlopende leeftijden en denknivo's van de catechisanten.
In de methode 'Ik geloof' wordt geprobeerd aan te sluiten bij de leefwereld en de belangstelling van de jongeren en hen aan te spreken op hun eigen nivo. Getracht wordt de stof zo aan te bieden, dat zij het intellektueel gezien kunnen volgen en dat zij iets eerst goed begrijpen, voordat zij het moeten leren.
Het doel van de methode is in de eerste plaats een positieve invloed uitoefenen op een bewuste keuze van de catechisant voor een leven met de HERE ('Ik geloof'). En in de tweede plaats' kennis en inzicht aan te brengen in de stof van de Heidelberger Catechismus ('Ik weet, wat ik geloof).
De methode is concentrisch. Dat betekent, dat in zes jaren de Catechismus drie keer wordt behandeld. In de eerste twee jaren worden in de deeltjes 1A, 1B, 2A en 2B de belangrijkste zaken aan de hand van bijbelse en alledaagse voorbeelden uitvoerig uitgelegd.
Tevens worden de bekendste vragen en antwoorden uit het hoofd geleerd. In de volgende twee jaren wordt er in de deeltjes 3A, 3B, 4A en 4B dieper op de stof ingegaan en worden er verbande gelegd met de praktijk van alle dag en de kerkgeschiedenis.
De reeds geleerde vragen en antwoorden worden dan herhaald en aangevuld met nog niet geleerde. In het vijfde en zesde jaar worden in de deeltjes SA, SB, 6A en 6B de overige belijdenisgeschriften betrokken bij de behandeling van de Catechismus. De catechesanten krijgen dan de rest van de vragen en antwoorden te leren en al de andere worden herhaald. Tenslotte volgt in dedeeltjes 7A en 7B voor het zevende jaar de voorbereiding voor het doen van openbare belijdenis.

Alleen de Catechismus
De keuze van de leerstof beperkt zich in 'Ik geloof' tot de Catechismus. De auteurs gaan er vanuit dat de bijbelstof, de kerkgeschiedenis en de andere belijdenisgeschriften systematisch aan de orde komen in het vrijgemaakt basis- en voortgezet onderwijs en dat ruim 90% van de catechisanten dit onderwijs volgen. Zij ruimen voor deze stof geen plaats in, omdat het voor kinderen niet motiverend is dezelfde stof in verschillende onderwijssituaties te moeten verwerken.
Omdat iedere catecheet maximaal over 26-30 uren per jaar beschikt, moet de aandacht in deze beperkte tijd zo weinig mogelijk worden verdeeld over verschillende gebieden. Het voordeel van deze benadering is, dat de catechisant in de loop van zes jaar meer dan eens door de hele Catechismus heen gaat.
De Catechismus is verdeeld in vijf leerstof gehelen.
a. Zondag 1- 7
b. Zondag 7 - 24
c. Zondag 25 – 31
d. Zondag 32 - 44
e. zondag 45 - 52

Didaktische ondersteuning
De hedendaagse jeugd is gewend onderwezen te worden door middel van een veelheid van werkvormen en met behulp van prachtig geïllustreerde leer- en werkboeken. De afstand tussen het leren op school en de traditionele manier van werken op de catechisatie is de laatste jaren enorm gegroeid.
De meeste predikanten hebben een geringe didaktische scholing en zijn niet of nauwelijks in staat hun werkwijze ingrijpend te wijzigen. Om hen daarbij te helpen geeft deze methode didaktische ondersteuning. In de eerste twee jaargangen zijn de werkboekjes voor de kinderen sterk voorgestruktureerd en geven de handleidingen voor de catecheet zeer gedetailleerde didaktische aanwijzingen.
Daarmee hopen de samenstellers bij de gebruikers een stuk onderwijservaring op te bouwen, waarop bij de volgende jaargangen teruggevallen kan worden.
Dat de auteurs zich hiermee een zware opgave hebben gesteld, bewijst het feit, dat nu na zeven jaar werken nog maar vier van de zeven jaargangen voor gebruik gereed en in de handel zijn.

Waardering
Een welgemeend kompliment voor de opzet en de uitwerking van deze methode is op zijn plaats. De auteurs zijn er voortreffelijk in geslaagd de moeilijke stof vrij dicht bij het kind te brengen, zodat de meeste catechisanten er behoorlijk wat van zullen begrijpen en onthouden. Met de vele samenvattingen, schema's, rasters, kaders, blokopdrachten en visuele voorstellingen is het een goede methode geworden, die de moderne onderwijsmethoden evenaart. Dit is vooral opvallend als men bedenkt, dat er geen konsessies aan de inhoud van de Catechismus zijn gedaan.

Een positieve waardering is ook op zijn plaats voor de praktische onderwijskundige ondersteuning, die geboden wordt in de eerste deeltjes. Hoewel de meeste catecheten niet gewend zijn te werken met een schoolbord, mag dit volgens de auteurs toch in geen enkel catechisatielokaal ontbreken.
In de handleiding voor de catecheet staat duidelijk vermeld hoe en wanneer deze dit bord moet gebruiken om bepaalde begrippen en het verband daartussen zichtbaar weer te geven. Indien de catecheet de aanwijzingen in de handleiding trouw opvolgt, leert hij rekening te houden met de verschillende nivo's van de kinderen, en krijgt hij oog voor de funktie van het opzoeken van teksten, het schriftelijk beantwoorden van vragen, het maken van aantekeningen, het overschrijven van bordschetsen en het uitvoeren van allerlei verschillende opdrachten tijdens het catechisatieuur.
Ook zal hij merken, dat huiswerk kontroleren en overhoren belangrijk is voor blijvende kennis van en inzicht in het behandelde.
Gezien het gebrek aan onderwijskundige ervaring van de meeste catecheten zou de methode waarschijnlijk aan waarde hebben gewonnen, als de auteurs deze praktische didaktische ondersteuning niet beperkten tot de eerste deeltjes, maar dit in alle jaargangen doorvoerden.

Geschikt voor onze jeugd?
Hoewel in onze kerken de laatste jaren samen met Christelijk Gereformeerde broeders hard gewerkt is aan de nieuwe methode 'Rondom de Bijbel' en deze voor het grootste deel klaar is, dringt toch de vraag zich op of 'Ik geloof' misschien nog beter is dan het produkt uit eigen kring. Tenslotte is op dit gebied het beste nog niet goed genoeg.
Een opvallend verschil tussen onze jeugd en de vrijgemaakt gereformeerde kinderen is dat de eersten in de meeste gevallen het algemeen christelijk onderwijs volgen. Daarom kunnen wij niet zeggen, dat onze kinderen systematisch de kerkgeschiedenis en de belijdenisgeschriften onderwezen krijgen.
Ook het bijbelonderwijs laat naar onze mening op verschillende algemeen christelijke scholen ~ewensen over.
Daarom is het zeer de vraag of de catechese aan onze kinderen zich kan beperken tot onderricht uit de Catechismus.
Waarschijnlijk zijn zij meer gebaat met de leerstofkeuze van onze methode 'Rondom de Bijbel', die afwisselend aandacht besteed aan de Bijbel, de geloofsleer, de kerk en het christelijk handelen. De luxe om alle tijd alleen aan de Catechismus te besteden, kunnen onze catecheten zich niet permitteren, omdat zij catechisanten voor zich krijgen met een geringere voorkennis.

Geschikt voor de hedendaagse jeugd?
Een andere vraag, die gesteld kan worden, is of de doelstelling, waarvan als vanzelfsprekend wordt uitgegaan, wel zo vanzelfsprekend is. Is het nodig, dat de catechisanten niet alleen de inhoud van de Heidelberger Catechismus kunnen weergeven, maar dat zij deze ook uit het hoofd kunnen opzeggen?
Is het verantwoord in deze tijd zoveel energie en tijd te steken in het leren begrijpen en uit het hoofd opzeggen van vragen en antwoorden, die voor een deel ingaan op problemen uit de 16e eeuw? Is het niet beter die tijd te besteden aan hedendaagse problemen, dwaalleren en verteidingen?
Heeft onze jeugd niet meer behoefte aan bijbelse voorlichting over:
- de post-christelijke tijdgeest: individualisme, materialisme, hier-en nu-mentaliteit, traditieloosheid, enz.
- ethische problemen: abortus, euthanasie, burgelijke ongehoorzaamheid, alkohol-, drugs- en gokverslaving, seksualiteit, samenwonen, huwelijk, voortplanting en gezinsplanning
- mondiale problemen: wereldvoedselprobleem, millieuproblematiek, mensenrechten, welvaart en welzijn.
- sociale problemen: diskriminatie, antifacisme, vluchtelingen, werkeloosheid, schoolkeuze, beroepskeuze, kriminaliteit, hulpverlening, maatschappelijke verantwoordelijkheid.
- beschouwelijke problemen: levensen wereldbeschouwing, waarden en normen, multireligiositeit, new-age en okkultisme.
- jeugdkulturen: popmuziek, housepartys, disko, enz.

Aan de ene kant is het belangrijk, dat de kinderen de fundamentele principes van de gereformeerde belijdenissen kennen en begrijpen, maar aan de andere kant is even noodzakelijk om in te gaan op de moderne levensvragen en hen te leren de oude bijbelse waarheden toe te passen in de hedendaagse situaties.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief