Verlangen naar een opwekking

1995-02-24
  • Jaargang 39
  • nummer 4
Als je de conclusies van rapporten en opiniepeilingen over de kerk tot je doorlaat dringen, word je niet echt vrolijk. De vraag is: hoe komt dat? Wat scheelt eraan? Als je aan oplossingen wilt denken, zul jeeerst de oorzaken moetenaanwijzen. Ik heb geprobeerd wat oorzaken op het spoor te komen en een weg tewijzen door het kerkelijke leven te houden in het licht van de Bijbel. In het bijzonder: Richteren 6.10.

Richting vanuit Richteren?
Uit de tijd van de Reformatie is een kerkelijke drieslag voort gekomen: nl.
De schrift alleen, de genade alleen en geloof alleen. Eigenlijk wordt hier indrie woorden gezegd waar het voor een christen op aan komt: De Bijbel.
Genadeen Geloof. Deze drie vormen "het enig nodige" voor een christen.
Wanneer wij de Gideongeschiedenis in het licht van daze drieslag bekijken, zien wij deze drie ook terug. En dat kan niet toevallig zijn, want in Richteren 6 leert de kerk van het Oude Testament én Gideon weer onderscheiden waar het op aankomt: De Bijbel, de genade en het geloof

I De Bijbel alleen, Gods Woord alleen
Als wij dit zeggen bedoelen we het in de volle betekenisvan het Woord. U weet dat in het Hebreeuws 'dabar' zowel woord als daadbetekent. Wij zien ook dat Gods Woord gesproken wordt met kracht. Gods woord is tegelijkertijd: daad. Bij de schepping sprak God en het was er, zodat alles uit het Woord van God is voortgekomen. Bij de Here Jezus, het vleesgeworden woord, zien wij dat opnieuw. Hij spreekt en het gebeurt. Als Hij zegt: uw zonden zijn vergeven, dan zijn ze vergeven. Als Hij zegt: sta op en wandel.
Dan staat iemand op en loopt.
Gods Woord gebeurt. Als God ons iets belooft en wij geloven het dan ontvangen wij het ook! Als God ons waarschuwt en dreigt met straf en wij luisteren niet naar Hem, dan komt die straf ook echt! Gods Woord is tot een vloek of een zegen. Wanneer wij Gods Woord horen en bewaren, is het ons heel konkreet tot zegen. Wanneer wij Gods Woord horen en naast ons neerleggen, worden wij
niet gezegend. Dat zie je heel duidelijk in de geschiedenis van Gideon; in de verzen 1 t/m 10

Positief of negatief
God maakt dat duidelijk door een profeet.
Een profeet is ahw de mond van God. Hij spreekt het woord van God.
Die profeet vertelt dat God zijn volk had verlost en dat Hij hen het beloofde land had gegeven. Daaruit blijkt dat God doet wat Hij toezegt. Positief, maar ook negatief. In de zin van zegen, maar ook van vloek. Want, zo laat de HERE via die profeet weten: "En lk heb tot U gezegd: Ik ben de HERE Uw God; eert dan niet de goden van de Amorieten, in wier land gij woont.. Maar gij hebt naar mijn stem niet geluisterd".
lsrael heeft het geweten. Zij hebben Gods waarschuwing in de wind geslagen. En dat heeft onherroepelijk konsekwenties. Wanneer wij als slogan hebben: het Woord alleen! dan bedoelen wij niet alleen dat wij Gods Woord in takt moeten laten, maar ook dat wij ons eraan moeten houden. En dat wij alleen op die manier zegen mogen verwachten. Want Gods
woord is daad.

Vertrouwen én gehoorzamen
Wij hebben het vaak als wij het over Gods Woord hebben over de Bijbel. De hele Bijbel en dat we daar niets van af moeten doen. Dat is een goede zaak.
want de Bijbel is het woord van God en wanneer iemand iets aan de Bijbel toevoegt of ervan afdoet, doet hij een groot kwaad, dat ook niet ongestraft zal blijven. Openbaringen 22:18,19 Maar met de slogan 'De Bijbel alleen' wordt meer bedoeld dan dat alleen. Er wordt bedoeld dat wij voor ons persoonlijk en kerkelijk en maatschappelijk leven ons moeten richten naar Gods woord. Wij moeten gewoon doen wat God zegt en Hem vertrouwen. Is dat onze intentie en wordt dit in de praktijk bij ons gevonden, dan mogen wij rekenen op Gods zegen. Maar als wij in feite geen rekening houden met God en ons niet door Hem laten gezeggen, dan hebben wij geen bloeiend kerkelijk leven en ook geen bloeiend .persoonlijk leven. In de tijd van de Reformatie i·sook aan allerlei stemmen het zwijgen opgelegd, om alleen te luisteren naar wat God te zeggen heeft en om het kerkelijke en persoonlijke en maatschappelijke leven daarnaar te richten. Om een paar voorbeelden te noemen: In de tijd van de Reformatie kwam de prediking van Gods woord weer centraal te staan. Maar ook de konkrete inrichting van de kerk (geen altaar, geen beelden, geen reliquiën meer) en het persoonlijkegeloofsleven van de kerkmensen veranderde ingrijpend. (geen aanroeping vanheiligen en van Maria meer) En dat heeft een geweldige zegen gebracht over ons volk over de kerk en over het persoonlijke leven. Wanneer wij zeggen 'De Bijbel alleen', moeten wij ons vandaag de dag ook afvragen of wij werkelijks Gods Woord willen volgen op alle terreinen van het leven. Of zijn er allerlei gebieden die wij onttrekken aan het direkte bemoeienis van de Here.

II Genade alleen!
Als wij die slogan van de Reformatie tot de onze maken, moeten wij ook de vollebetekenis van het 'uit genade alleen' tot ons laten doordringen. We zien dat niet alleen gebeuren in de zestiende eeuw, maar ook de periode van Gideon komt de genade in al zijn aspekten ten volle aan het licht. In de eerste plaats zien wij in deze geschiedenis dat God echt genadig is, wanneer Hij zich op het roepen van Zijn volk weer over hen wil ontfermen. Zij hadden dat niet verdiend. Ipv. de HEREte eren en te dienen, hadden zij God verlaten en waren andere goden achterna gelopen. Dat moet voor de HEREeen slag in het gezicht geweest zijn: Ingeruild te worden voor goden die niet eens bestaan. Maar Israel is Gods Zoon. En God heeft Zijn Zoon lief en straft hem. Zo brengt Hij hen tot zich terug en betoont hen genade.
Genade betekent geheel onverdiend weer in een verzoende verhouding komen met de Almachtige en Heilige God van de Bijbel.

Goede genade!
Genade, daar vraagt Gideon ook heel expliciet naar als hij zegt: Indien ik genade in Uw ogen gevonden heb, geef mij dan een teken dat Gij het zijt die met mij spreekt. En het teken dat· Gideon krijgt is dat God het offer dat hij brengt aanneemt. En God doet dat op zo'n wijze dat Gideon weet het is de HERE, de Almachtige en Heilige God. Het offer wordt verteerd door vuur uit de rots. Die HERE, Die God die een verterend vuur is heeft het offer aangenomen. Maar Gideon is niet verteerd. Hij leeft nog. God is hem genadig. Gideon is daar zo van onder de indruk dat hij een altaar bouwt en hij noemt dat: de HERE is vrede.

Gods Genade is veelomvattend
Genade: Dat is het meest beslissende wat er over de relatie van God tot Zijn volk gezegd kan worden en daarom kan het ook met een woord genoemd worden: Genade alléén. Daar komt het op aan. Maar .... verder is er sprake van Gideons roeping en uitverkiezing.
Van Gideons nieuwe gehoorzaamheid en zijn leven door de kracht van de Heilige Geest. Als God Gideon geen genade had bewezen, was ervan zijn roeping en uitverkiezing en nieuwe gehoorzaamheid en het leven door de Geest geen spaan terecht gekomen.
Het was genade. De verkiezing was verkiezing der genade. De roeping was uit genade. De nieuwe gehoorzaamheid kwam voort uit de genade die God hem bewezen had en de Heilige Geest, was een genadegave.
Wij realiseren ons wel dat er infeite veel meer over de genade van God te zeggen valt. Ik denk aan het hele gedeelte van ons hoofdstuk: de verzen 11 tlm 35 Waar we lezen van Gideons roeping en uitverkiezing. De Almacht en de Heiligheid van God. Het volstrekt onverdiende van Gods genade. Maar verder ookde nieuwe gehoorzaamheid aan God welke voortvloeit uit Gods genade. En een leven uit kracht van de Geest. Het wordt duidelijk uit de geschiedenis van Gideon, dat de genade wel het hart is van de relatie van God met Zijn volk, maar dat daarmee nog niet álles gezegd is. Daarvan spreekt onze geschiedenis, maar ook heel de Reformatie spreekt daarvan. Calvijn schreef de Institutie en werkte de genade ook uit naar de kant van de roeping en verkiezing, de Almachten de Heiligheid van God en de nieuwe gehoorzaamheid aan God en het leven door de Geest. Ook de belijdenisgeschriften die uit die tijd voortkomen: te weten de Heidelberger en de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels laten zich daar uitvoerig over uit en geven een heel evenwichtig spreken over de genade van God en de doorwerking daarvan op het hele gebied van de redding van de mens en wereld.

Het gevaar komt van twee kanten
Dat is dus gewoon belangrijk om daaraan te hechten. Dat alles kan worden samengevat onder die ene noemer: genade. En tegelijkertijd ... dat er heel wat onder die ene noemer is ondergebracht.
Als ik het goed zie dreigen er voor de kerken en christelijke groepen vandaag twee gevaren.

Het eerste gevaar
is dat de genade eigenlijk losgemaakt wordt van alle andere levensgebieden die ondenkbaar zijn zonder de genade, maar waar de genade ook inzichtbaar wordt.
Dwz. er wordt gesproken over genade en genade en nog eens genade, maar je mist het spreken over de roeping van de christen, over de heiligheid en de almacht van God en de gehoorzaamheid die van ieder christen wordt gevraagd en het leven door de Geest.
Het is enkel genade wat de klok slaat zonder dat dit konsekwenties heeft voor het christelijke leven of voor het christelijke denken. Op die manier hebben de mensen vandaag nauwelijks nog besef van zonde en van het onverdiende karakter van Gods genade!
Aan de andere kant dreigt het gevaar dat een van de andere aspekten van de genade helemaal los op zichzelf komt te staan. En los van de genade wordt gezien. Bijvoorbeeld: de uitverkiezing losgedacht van de genade. In gemeenten waar men denkt in termen van: mocht het nog eens komen staan te gebeuren. Alsof het volstrekt willekeurig is dat je door God wordt uitverkoren en geroepen. Alsof het een soort lot uit de loterij is. Uitverkiezing losgemaakt van genade, maakt mensen tot fatalïsten. Het komt met mij toch nooit goed of het kan met mij toch nooit meer mis gaan. In die gedachtengang wordt volstrekt niet meer beseft dat God mensen kiest uit genade en dat het beslissende moment is dat de mens het evangelie van Gods genade gelooft en daaruit leeft, met alle implicaties van dien.
Ook zijn er groepen of mensen die de gehoorzaamheid losmaken van de genade. Het is een gevaar dat de kerk van het oude en het nieuwe testament altijd weerbedreigt: wetticisme of judaïsme.
Dat een mens probeert gerechtvaardigd te worden door werken der wet. Genade dus die verkregen wordt door een leven naar de wil van God, ipv dat die nieuwe gehoorzaamheid voortkomt uit Gods genade. De Gehoorzaamheid losgemaakt van de genade maakt mensen tot slaven. Tot mensen die nog niet echt deel hebben aan de verlossing.
Een derde gevaar is wanneer de Heilige Geest losgemaakt wordt van de genade. De Heilige Geest als het een en al. In die groepen en gemeente waar dit gebeurt is de gave en de vrucht en de kracht van de Heilige Geest het een en al, terwijl de Heilige Geest door Jezus Christus verworven is; de Geest Die in alle toonaarden juist van Christus getuigt en de mensen naar Christus toebrengt en uit Christus doet leven. Ook het feit dat de Heilige Geest als onderpand en voorschot is gegeven, wijst erop dat die nieuwe tijd nog niet is aangebroken.
Dat is soms volstrekt onduidelijk als mensen en groepen menen dat alles kan herstellen als je maar voldoende gelooft in het werk van de Geest.

Hoe spreken wij over Gods genade?
Begrijpt U wat ik bedoel: Het spreken over uitverkiezing kan het leven uit 'genade alleen' verdringen. Het spreken over Gods Almacht en rechtvaardigheid kan de genade verdringen. Het spreken over de gehoorzaamheid die God van ons vraagt kan de genade verdringen en het spreken over de Geest kan de genade verdringen. Aan de andere kant moeten wij tegen de kerken van vandaag zeggen, en tegen onszelf zeggen: spreek U wel voldoende genuanceerd over de genade?
Laat U alle aspekten van Gods raad ·wel zien. Krijgen de mensen ook oog voor de roeping en uitverkiezing door de HERE. Krijgen zij wel oog voor de Almacht en de heiligheid van God?
Beseffen wij wel voldoende dat God van Zijn kinderen vraagt dat wij Hem liefhebben met heel ons hart, ziel en verstand. En dat de Geest één van de geschenken is die wij uit genade ontvangen.
Ik vraag mij af of de veelkleurigheid van Gods genade wel voldoende aan het licht komt. Aan de andere kant vraag ik me af of hier en daar de genade niet volstrekt ontbreekt in de prediking en de geloofsbeleving.

Ol Geloof alleen
Tenslotte komt in dit hoofdstuk heel sterk het laatste aan de orde: nl. het 'uit geloof alleen'. En geloof dan niet in die zin van twijfel, maar van zekerheid: Gideon wil zeker weten of het echt waar is dat God door hem, Zijn volk wil verlossen en daarom vraagt hij tot tweemaal toe een teken van de HERE. En hij zegt het letterlijk wat hij daarmee wil bereiken. Gideon wil zeker weten dat "Gij door mijn hand Israel wilt verlossen, zoals Gij gezegd hebt". Gideon wil weten, zeker weten, zodat het voor geen misverstand vatbaar is. Wat wil hij zo graag zo zeker weten? Niet dat God verlossing wil geven, maar dat God het door hém wil geven. Want dat is wel belangrijk, natuurlijk. Dan is hij daar met al de vezels van zijn bestaan bij betrokken.
Hij is van de partij. Het raakt hem persoonlijk tot het diepst van zijn bestaan.
Indien Gij door mj Israel wilt verlossen.

Dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij ...
Het is door geloof alleen. In de zin die de Heidelberger er ook aan geeft in zondag 7: Wat is een waar geloof?
Waar geloof is een stellig weten en vast vertrouwen. Maar dan wil ik het toespitsen op wat wij daarbij lezen in diezelfde zondag .... "dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van zonde, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn enkel uit genade op grond van de verdienste van Christus".
Niet alleen aan anderen, maar ook aan mij!

Is het iets van jezelf?
Hoe wezenlijk is ook dit niet voor een opwekking, voor een opleving van het geloof voor Gods volk. Het is zo wezenlijk dat onze geschiedenis daarop uitloopt: door geloof alleen en dan nog iets preciezer: dat God door Gideon Zijn volk wil verlossen. Verlossing kan zo'n algemeen en mooi woord zijn. In de kerk en in de Bijbel wordt het honderden keren gebruikt. En wij praten ook overons geloof dwz. over het geloof in Gods verlossing. En wij weten ook hoe God ons verlost. En waarvan God ons verlost. Als je catechisatie volgt en naar de kerk gaat dan weet je dat precies. Je kunt het voor anderen uit de doeken doen. Maar de vraag is: heb je er ook zelf deel aan? Is dit niet de spits van dat 'geloof alleen' dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij 'volkomen verlossing beloofd is. Je kunt in de kerk zitten en zondag aan zondag het evangelie horen. Je kunt ervan lezen. Je kunt erover praten, zonder dat het U raakt. Zonder dat je je afvraagt, maar wat betekent dit nu voor mij. Terwijl je er dus eigenlijk niet zelf bij bent. Die toeëigening van het heil, wat is dat belangrijk. Dat het ook iets van jezelf wordt. Dat je zegt Ja HERE, U verlost ook mij.

Je kunt niet afstandelijk blijven
Die toeëigening van het heil, die is zo wezenlijk dat de geschiedenis van Gideon daarin zijn hoogtepunt vindt.
Richteren 6:36-40 Waar de HERE hem persoonlijk verzekert van zijn roeping.
Dan is er in deze geschiedenis al vanalles gebeurd dat met geloof te maken had: Gestraft worden door God.
Bidden tot God. Gods Woord horen.
Door God persoonlijk aangesproken worden. Je ervan verzekeren dat het de HERE is die met je spreekt. Je ervan overtuigd weten dat de HERE vrede is. Je in zijn dienst laten nemen je laten leiden door de Geest. Maar nog blijft die strijd van het geloof: Is het ook persoonlijk bedoeld? Is het ook aan mij toegezegd. Heeft God ook mij op het oog. Dan heb je je hele leven al van God gehoord. Dan hoor je tot Gods volk en deel je ook in de dingen die dat volk meemaakt en doormaakt.
Dan wendt de HERE zich ook persoonlijk tot jou om jou van je roeping en verkiezing te verzekeren. Dan weet je: De Bijbel alleen en Genade alleen. Maar dan is er nog een vraag: Geloof alleen. Is het ook voor jou. Is het echt voor jou. Wil de HERE ook U laten delen in de verlossing van Zijn volk. Kan God U daar ook bij gebruiken.

De Bijbel alleen. Genade alleen. Geloof alleen. Als de kerken en de gelovigen zich richten naar deze regel dan kan een opleving niet uitblijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief