Terloops
1995-02-24
Hendrik van Bommel- Jaargang 39
- nummer 4
Omstreeks 1495werd in Zaltbommel geboren Hendrick Gerritz. (de) Backer.
In 1520,als hij wordt ingeschreven als student in Keulen, wordt hij genoemd Hinr.(icus) Gerardi de Bommel. In 1882 wordt hij gewoon genoemd Hendrik van Bommel en in het Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van het Nederlands Protestantisme (1983)komt hij onder dezelfde naam voor met als toevoeging Henricus Bomelius. In een beschrijving van de stad Bommel uit 1774wordt van hem gezegd, dat hij 'een zeer geleerd man' was. In de vorige eeuw heeft men Van Bommel eigenlijk pas goed 'ontdekt'. Toen vond men nl.
één van zijn belangrijkste geschriften terug, het boekje 'Summa der Godliker Scrifturen' uit 1523.
De jonge Hendrick heeft in zijn geboorteplaats de parochieschool bezocht en daarna ging hij naar de latijnse school.
In 1511ging hij naar de kapittelschool van de Lebuïnuskerk in Deventer. Deze school was in die tijd heel bekend. Er werd op een streng kerkelijkgodsdienstige manier onderwezen en met name goede bijbelkennis stond hoog in het vaandel. In het begin van de 16de eeuw bestond de school al enkele eeuwen. Aanvankelijk werden de leerlingen in gezinnen ondergebracht, maar dank zij een schenking omstreeks 1470 konden de jongens in een internaat worden geplaatst, waardoor een strenge opvoeding was verzekerd.
Uit een oud stuk blijkt, dat aan de school een brouwerij was verbonden, terwijl in hetzelfde stuk ook wordt gesproken over een boerderij. Er waren slechts vier schooluren per dag, die werden afgewisseld door ochtend- en avondgebeden, het bijwonen van preken en toespraken en het studeren in de studeerkamer.
Voor ontspanning was vrijwel geen tijd. Allerlei ontspanningsmogelijkheden waren verboden. Er mocht o.a.
niet worden gezwommen en gejaagd.
Zelfs mocht er niet worden gewandeld langs de IJssel. Studiemateriaal was er genoeg. Er waren in Deventer een aantal boekdrukkers, zodat er extra exemplaren konden worden gemaakt.
Frater in Utrecht Na zijn studie in Deventer ging Hendrik van Bommel naar de fraterschool in Utrecht en dan wordt hij Henricus Trajecti genoemd. Aan de school heeft hij les gegeven, maar hij had er ook veel tijd voor wetenschappelijk werk. In Utrecht heeft hij de basis gelegd voor zijn latere geschriften.
In 1520schreef hij over de scholen in ons land en wees hij op het grote belang van het onderwijs voor de kinderen. Hij wees de ouders op de bij de doop van hun kinderen afgelegde belofte, die mede inhield, dat de ouders hun kinderen naar een school moesten sturen. Dit was in die tijd niet vanzelfsprekend.
Maar Van Bommel benadrukte, dat de kinderen moesten leren lezen, zodat ze, zodra er goede vertalingen van de bijbel zouden zijn, ze die ook zouden kunnen lezen. Het evangelie is er immers niet alleen voor de priesters, maar voor alle mensen. Hij wijst er in dit verband o.a.
op, dat de joden de bijbel ook in hun eigen taal kunnen lezen en daarbij niet afhankelijk zijn van de geestelijken.
Opmerkelijk is, dat Van Bommel in hetzelfde geschrift de ouders oproept hun kinderen niet naar een klooster te sturen: "Brengt ze toch niet 'onversiendelick' daarin. Vooral niet omdat uw gezin zo groot is; ook niet met goede bedoelingen..."
Met name wijst hij hierbij op de nonnenkloosters: "Een grote menigte van meisjes zien wij in onze dagen door een gewijde sluier en door hun bijzondere kleding aangewezen als Christus toebehorende. Maar hun instellingen worden door mannen van ervaring niet profijtelijk geacht; geen apostel kan ze goedkeuren.
Mijn groot bezwaar is, dat zij hun gebeden in het Latijn moeten zingen, waarvan ze zelfs geen 'bijtje' verstaan. Paulus verbiedt... het bidden tot God met vreemde talen (1 Cor. 14), met onbegrepen woorden, omdat daarmee niemand wordt opgewekt tot het zoeken naar een betere geest."
Dit schreef Van Bommel in 1520,toen nog slechts weinig mensen publiek voor hun mening durfden uit te komen.
In het Utrechtse fraterhuis, gelegen achter St. Pieter, ging het streng toe. Er moest gewerkt en gestudeerd worden.
De bewoners van het huis werden wel 'broeders van de penne' genoemd.
Gehoord van Luther
In Utrecht heeft Van Bommel van Luther gehoord. Eén van zijn vrienden was Hendrik van Zutphen, die in 1524 als één van de eerste martelaren in ons land werd gedood. Van Zutphen was wat ouder dan Van Bommel. Hij had gestudeerd aan de universiteit van Wittenberg en daar Maarten Luther ontmoet. Ongetwijfeld heeft Hendrik van Bommel dus van Luther gehoord, maar van invloed van Luther kan nauwelijk worden gesproken.
Zelfstandig was hij tot het inzicht gekomen, dat de kerkelijke structuren niet goed waren en dat de bestudering van de bijbel niet moest zijn gebonden aan de voorhanden zijnde uitlegboeken van de geestelijken. Zó was hij hervormingsgezind, voordat er van de hervorming sprake was.
De volgende keer verder.