Gezin - Zin of geen zin (1)

1995-03-10
  • Jaargang 39
  • nummer 5
I. Karakterisering van onze tijd
Lea Dasberg vertelt in één van haar boeken hoe zij de verschrikkelijke tijd van het concentratiekamp kon doorstaan, omdat ze dacht aan de handen van haar moeder, die ze als kind op haar hoofd voelde.
De zoon van de eerste Amerikaanse ambassadeur Adams in Londen schreef, toen hij acht jaar was, in zijn dagboek "Heb met vader gevist, de fijnste dag van m'n leven. Heb die dag nooit vergeten".
En dan zegt hij dat die dag een grote invloed heeft gehad op zijn leven.
En Adams zelf, de vader? Hij had ook iets geschreven van die dag. Dit: "Vissen geweest met m'n zoontje". Meer niet. Maar wat een invloed voor de jonge Brook!
Leg daar eens naast de volle agenda's van vandaag. Ouders zijn meer bezig met zichzelf en met hun carriére dan met hun kinderen. Een enquête in de V.S. laat zien hoe weinig tijd vaders met hun kinderen doorbrengen. Voor kinderen van twee tot twaalf jaar hebben ze twaalf minuten per dag. Gezamenlijk eten is er bijna niet. Het is de magnetron-tijd, de snelle hap, want de agenda is zo vol.
Is het een wonder, dat bij veel jongeren een gevoel van eenzaamheid naar boven komt? "Niemand geeft om mij".
Volgens het rapport van het Sociaal Cultureel Planburo 1994overweegt één op de vijf jongeren in Nederland zelfmoord.
Van de 10-24-jarigen die in '91 overleden, pleegde 5% zelfmoord. De dichter Marsman zei: "Ik sta alleen.
Geen God of maatschappij die mijn bestaan betrekt in een bezield verband".
20% van de jongeren is niet gelukkig.
Als u bedenkt, dat er zo'n twee en een half miljoen jongeren zijn tussen de 15 en 25 jaar. 20% van hen, dat is zo'n half miljoen, is niet gelukkig. Zit met zichzelf in de knoop. Crisistoestanden, omdat ze geen werk krijgen. Heibel thuis. Gefrustreerd, dat de kindertijd zo snel voorbij gaat. Een zeventien-jarig meisje zegt: "Ik wil niet volwassen worden, omdat ik te snel volwassen ben geworden." Het leven is voor haar een eenzaam avontuur, zonder idealen en illusies. Zoals dat meisje, de 25 al gepasseerd en gestorven aan ieders belangstelling, in haar auto'tje na haar dode kantoortijd naar haar flatje rijdt. Weer alleen op haar kamer. Eenzaamheid is een verschrikking.
En God? In Psalm 27 is ook zo'n eenzaam mens aan het woord.
"AI hebben mijn vader en moeder mij verlaten, toch
leemt de Here mij aan".
Ja, dat geldt voor deze dichter. Maar voor de meesten verdwijnt God achter de dingen van deze wereld. Volgens het al genoemde SCP-rapport, dat het onderzoek onder 15.000scholieren in kaart bracht, hecht slechts 14% veel waarde aan geloof. Dat cijfer is nog geflatteerd, omdat ook Turkse en Marokkaanse jongeren in het onderzoek betrokken waren. Deze scoren namelijk wel hoog!
Onze kinderen leven in een geseculariseerde wereld. Onze zoon vertelde hoe in de klas de godsdienstleraar had gevraagd: Wie gelooft, omdat de ouders ook geloven? Elf vingers gingen omhoog.
Wie gelooft niet? Veertien vingers omhoog. Wie gelooft persoonlijk? Twee vingers.
In 1970 was in ons land 41% onkerkelijk. In 199271%!
De secularisatie is begonnen zo'n vijfhonderd jaar geleden in de tijd van de Renaissance: De mens is vrij, onafhankelijk.
Ook van God. Dat liep uit op de stelling van Nietzsche: 'God is dood'. En dat zie je vandaag. Met God wordt geen rekening meer gehouden. Een wereld zonder God. Een gesloten wereld. Zelfs uiterlijke dingen die aan God herinneren, verdwijnen. In de troonrede van het paars kabinet wordt de naam God niet meer genoemd. God is misschien nog wel bóven deze wereld, maar Hij is er niet meer in. Een vrouw die in het centrum van Ede woonde, verhuisde naar de Rietkampen, een nieuwe wijk. Ze heeft het daar prima naar de zin. Vanwege het nieuwe huis zeker? Ja, dat ook. Maar vooral omdat ze 's zondagsmorgens niet meer de klokken hoort luiden. Dat herinnerde haar te veel aan God. Onze tijd wordt ook gekenmerkt door het individualisme. Individu - dat is: losgepeld uit de samenhang. Er treedt een enorme verzakelijking op.
Een man op het bedrijf wordt nooit gevraagd, hoe het met zijn vrouw gaat en daar vindt men het gans egaal of z'n kind sterft en z'n huwelijk strandt.
Ook het gezin gaat kapot door individualisme.
Daar kan het zo gaan als op een autosnelweg met twee banen naast elkaar: Er is gemeenschap via de weg, men houdt rekening met elkaar, maar er is geen enkele verbondenheid. Men kijkt naar elkaar, maar men ziet elkaar niet.
leder gaat z'n eigen gang. "Waar is Pa vanavond?" vraagt de zoon. "Pa? Die zal wel weer overwerken". "Overwerken?"
Ze haalt onverschillig de schouders op. Ze hebben geen zorg meer voor elkaar. Ieder is onafhankelijk. Autonoom.
Het huis is een hotel geworden.
Of - nog erger - een motel, waar de vreemden van de snelweg even langs komen om te slapen en voor de snelle hap.
Gaat het in de zgn. christelijke gezinnen beter? Dat valt nog te bezien. Aan een meisje uit een christelijk gezin, dat zei "Ik heb geen relatie met God. Hij is zo ver weg" werd gevraagd: "Kun je er met je ouders over praten?" Ze antwoordde: "Nee, m'n vader is ouderling, maar ik heb nog nooit met hem over het geloof gepraat. Soms doe ik dat met m'n moeder. Dan is ze er verbaasd over wat ik er allemaal uitgooi, maar ze neemt me wel serieus."
Voor veel ouders is geloof: geloven volgens het.boekje. Ze kennen het vaste stramien: Bidden - eten - bijbeiendanken - borden stapelen - afwassen.
Geen persoonlijke relatie met God. Een leeg testament. Godsdienst voor de vorm. Kinderen kijken of er wat in zit, wat wezenlijk is voor hun leven. Zo niet, dan gooien ze 't weg.

II Bijbelse gedachten over gezin
Als je gaat trouwen, moet je kinderen willen krijgen. Dat is gezond. Immers, zo heeft God het bedoeld: Vader en moeder verlaten, vrouw aanhanqen, tot één vlees zijn, kinderen ontvangen als uit Gods hand. Kinderen krijgen is een zegen.
Ik weet wel dat er uitzonderingen zijn. Er zijn echtparen die geen kinderen kunnen krijgen. Dat is een groot verdriet. En ik weet ook wel, dat het allerbelangrijkste in het huwelijk is, dat man en vrouw elkaar in liefde toebehoren. Maar de structuur die God bedoeld heeft is: trouwen én kinderen krijgen. Kinderen krijgen wekt hoop. Niet alleen voor deze aarde. Na de industriële revolutie zag men brood in kinderen en werd het kindertal groter. Zij zorgden voor een grotere welváárt voor de ouders.
De Bijbel heeft oog voor het welzijn van de kinderen. Wanneer Mozes met het volk Israël door de woestijn trekt, ziet hij achter zich rijen van graven. Elke pleisterplaats verandert in een begraafplaats.
Maar ze gingen verder met het oog op de kinderen. Hun kinderen zouden in het beloofde land komen en later zouden ze in hun kinderen de Messias mogen begroeten.
Zo mag dat vandaag nog. Wij krijgen kinderen met het oog op morgen - op de nieuwe aarde, wanneer Christus weerkomt.
Dan gaat de belofte van Zacharia in vervulling (Zach. 8:4,5): "Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten. De pleinen van de stad zullen vol zijn van jongens en meisjes die daar spelen".
Kinderen moeten wel het gevoel hebben, dat ze veilig zijn, geborgen. Het kind moet zich thuisvoelen. Het kan er steeds weer terugkomen, de deur staat altijd open.
Kinderen moeten voelen, dat ze gewenst zijn. Wat verschrikkelijk als een meisje zegt, dat ze er eigenlijk niet had mogen zijn. Of erg voor die vrouw, die als kind voortdurend achteruit gezet werd t.o.v. haar knappere zus: "Jij bent een aap". Erg als een jongen in het gezin steeds weer de schlemiel is. "Daar komt onrust weer aan!"
Erg als een vrouw voor de teevee vertelt van haar vader, die haar als meisje onteerd en misbruikt had. "Ik haat je, vader! Ik haat je!" En dan herken ik die vrouw als degene, die bij me op de studeerkamer zat, met wie ik samen de begrafenisdienst van haar vader voorbereidde.
Zulke huizen zijn een hel!
Daar worden wonden geslagen, die nooit helemaal of helemaal nooit genezen.
Bieden we echt onderdak aan onze kinderen? We hebben machtige sportpaleizen en recreatieparken gebouwd, maar is er nog plaats voor het hàrt?
Soms krijg je het gevoel, dat gezinsgeborgenheid een totaal verloren begrip is geworden. De veilige gemeenschap, de huiselijke gezelligheid is voor een groot deel verdwenen. En als het gezin in de kamer bijeen is, dan is de teevee het enige middel, dat hen aan elkaar bindt.
Aan het eind van de avond gaat de knop om en ieder gaat zijns weegs. Dat was het dan weer.
Dan hebben kinderen geen ouders en ouders geen kinderen meer. Wil het weer goed komen, dan zullen ouders hun kinderen moeten vertellen wie God is. Nee, persoonlijker: Wie God is voor hen. De kinderen zijn jouw kinderen.
Zeker, jij bent verantwoordelijk voor hen. Maar eigenlijk zijn het Gods kinderen.
Daarom wil je als ouders zo graag, dat ze op hun hemelse Vader gaan lijken.
Je wilt er geen gelijkenissen van jou als vader en moeder van gaan maken, maar dat ze vernieuwd worden naar het beeld van hun Schepper. Dat ze als jonge, volwassen geworden mensen straks de Here zullen volgen en liefhebben en dienen. Ouders moeten hen dat vertellen, zegt Psalm 78. Ze moeten hen dat onderwijzen. Dat is niet het ouderwetse vingertje, dat opgestoken wordt en dat maar steeds heen en weer zwaait, waarschuwend: "Pas op! Pas op!" Nee, onderwijzen is de uitgestoken handwijzer van iemand, die het leven kent en die de richting aangeeft.
Meestal roept dat verzet op bij de jongeren, maar zó groeien ze naar de volwassenheid.
Soms wordt het verzet bittere ernst en ontwikkelt zich radikaal. Wanneer? Als er geen tegenspel is van ouders.
Juist door het tegenspel kan het goed gaan. Het geeft de jongeren de kans met hun vader en moeder in een vorm van protest te groeien naar zelfstandigheid.
De jongeren zijn in wezen niet tégen gezag, maar ze zijn tegen het ontbreken van écht gezag. Ze zijn vóór echt gezag. Namelijk gezag dat perspectief biedt. Je merkt steeds meer, als men gezag laat gelden, dat de jongeren bereid zijn op hun manier de leiding te volgen, wanneer deze maar een wég wijst. Macht is geen gezag. Vader kan met de vuist op tafel slaan en moeder kan machteloos in een huilbui uitbarsten, maar de zeggenschap is weg. Een vuist geeft wel macht en zelfs tranen kunnen een ijzeren wet zijn, maar deze hebben geen gezag. Gezag heeft iets te zéggen en wijst een duidelijke weg.
Waar dàt ontbreekt, staan de jongeren op in een revolutionair protest of ze zonderen zich af in hun eigen wereld van stereo, televisie kijken, uitgaan met hun vrienden. Of - en dat kan ook, - ze geven zich aan iemand die hen een zorgeloze toekomst biedt, als ze er maar voor willen betalen - het is de wereld van de hasj, de drugs. Of - ook dat is mogelijk - ze bergen zich in de man, die hen wél in het gelid krijgt: de man van de dictatuur, met z'n ideologie van ras en bodem: 'Turken oprotten' en 'Juden raus'.
Ouders, die zeggen: "Ik laat mijn kinderen vrij", weten soms zelf niet welke richting ze uit moeten. En daarom laten ze hun kinderen alle kruispunten van het leven zien en zeggen: "Zoek maar uit welke kant je op wilt". Daar zit iets dreigends, iets onbarmhartigs in. Stel u voor: Er zijn een paar ruimtevaarders op weg naar de maan, maar ze raken uit de koers en komen in een verkeerde baan terecht. En dat dan de mensen vanaf de aarde zouden zeggen: ,,0, er leiden verschillende wegen naar de maan. Ga maar door". Dan zouden ze in letterlijke zin doorgaan en nooit meer terug komen (Billy Graham).
En met je eigen kinderen zou je dat wel doen? "Zoek maar uit, kijk maar waar je terecht komt".
Dat zijn ouders, die eigenlijk niet eens weten wat er in het hart van hun kinderen leeft aan verlangen. Ik zei dat er een groot aantal jongemensen is met een gevoel van eenzaamheid. Wat dacht u: Als u ze diep in het hart kijkt, verlangen' ze met hun jonge leven naar God.
"Waar is God? Mijn hart roept uit tot God, die leeft en aan mijn ziel het leven geeft". Inderdaad, ze roepen om Hem.
Ouders zijn geen ouders, als ze hun kinderen niet vertellen van die rust.
Nee, het is nog dieper. Soms kun je 't namelijk niet vertellen, maar moet je de dingen zelf beleven. Geloven is niet een stelletje waarheden tot je beschikking hebben. Geloven is vertrouwen, dat God in je leven is. Dan kun je enthousiast zijn over Zijn liefde, maar ook in en inverdrietig, kapot. omdat je aan de kant staat, werkloos. Of ook, dat je uitspreekt, dat je verlangt naar Gods nabijheid, omdat er spanning is vanwege ziekte, rouw na een sterfgeval. En dan aan tafel - een gebed, regelrecht uit je hart, biddend om werk voor je dochter, zoekend naar vrede voor een opstandig kind.
Huilend omdat het gezin gebroken is.
Prof. Ter Horst zegt, dat het gezin de belangrijkste plaats is voor de geloofsopvoeding.
Kinderen moeten zién en voélen, dat de ouders een levende relatie met de Heer hebben. Dat betekent voor de kinderen meer dan duizend preken. We moeten aan hen iets van ons leven met God overdragen. Het zijn immers niet onze kinderen. Ze zijn van God. En de Here zal daarom eens vragen: Wat heb je Mijn kinderen meegegeven?
Daarbij hebben we anderen nodig. Geloofsgenoten.
Veel gezinnen sluiten zich op en sluiten anderen buiten. Ik las ergens een goed woord daarvoor: cocooning.
Een gezin dat zich afsluit als in een cocon. Wij als ouders kunnen onze kinderen niet alleen opvoeden. Van de school is niet alles te verwachten. Je moet het van je geloofsgenoten hebben.
Samen met hen, die eenzelfde ideaal nastreven.
Vroeger was er de familie - grootouders, ooms en tantes. Maar de familie woont ver weg. Daarom zijn geloofsgenoten nodig. Zij moeten elkaar opzoeken en in een gemeenschappelijke omgang laten zien hoe goed het is God te kennen en als christen te leven. Elkaar steunend en helpend, ideeën ontwikkelend.
Ter Horst zegt "Eigenlijk hoort de hele gemeente 'ja' te zeggen op de doopvragen" . Inderdaad, het kind is het kind van Gods gemeente.
Heeft u er wel aan gedacht hoe belangrijk dit is voor één-ouder-gezinnen? Ze zijn al zo kwetsbaar. Vrienden haken af.
En dan de gebroken gezinnen. Zij kennen soms ook een gebroken geloofsgemeenschap.
Het geloof krijgt een enorme zwieper. Staan dan andere gezinnen klaar om ze op te vangen? Ook de kinderen. Want zij zijn vaak het kind van de rekening. Ze hebben in een geweldig spanningsveld geleefd. Ze werden geacht te kiezen. Vóór papa betekent tégen mama. En omgekeerd. En kinderen willen zo graag dat vader en moeder bij elkaar blijven. Ze bedenken allerlei middeltjes om dat voor elkaar te krijgen. En als dat dan niet lukt voelen de kinderen zich schuldig. En als ze geloven, krijgt dat geloof ook nog een dreun. Want ze hadden nog wel zó gebeden...
Zijn er gezinnen die zulke gezinnen opvangen? Ik zou ook een lanswillen breken voor de alleen-staanden of -gaanden. Niet om hen te schilderen als een zielige groep, maar om hen te zien als mensen die levenswijsheid kunnen geven en kameraadschap delen.
Voor hen zelf kan het gezin een plek zijn om te schuilen of op adem te komen, of om betrokken te zijn bij de gewone dingen.
Tenslotte: Het is heerlijk als ouders plezier aan hun kinderen beleven. Maar er is ook veel verdriet. Dat erge, waarvan een moeder in één nacht grijs haar kan krijgen en waardoor een vader niet meer tegen de dingen-opqewassen is en zich dan maar heel stil terugtrekt. Misschien voelen ouders zich wel schuldig tegenover hun kinderen. Zoals David t.o.v. Absalom. Hij had hem veel te veel zijn eigen gang laten gaan. Absalom was zijn lieveling. Maar ook: Kinderen kunnen hun ouders diep grieven en op het hart trappen. Zoals Absalom t.o.v.
David.
Daar is maar één plek waar het goed kan komen. Neerknielen aan de voet van het kruis. Ouders en kinderen moeten willen zeggen tegen God: "Heer, hier staan wij met onze schuld. Vergeef en maak onze verhouding weer zuiver en goed en open en mooi. Breng ons hart weer terug naar dat van de kinderen en het hart van de kinderen terug naar ons hart". Dan is er ruimte voor vergeving.
Ook ruimte voor de belofte, die God aan het eren van vader en moeder gegeven heeft: Een lang leven op aarde. Mijn dagen zullen verlengd worden, als ik mijn vader en moeder eer. Als ik aan mijn vader en moeder kom, raakt me dat in mijn leven op aarde.
Dit is de belofte van God: Het zal u wél gaan. Dan gaat het goed in de gezinnen.
Dan gaat het ook goed in de samenleving.
Immers, van goede gezinnen gaat een weldadige invloed naar de samenleving uit.

Noot
1 Toespraak gehouden op de Vrouwencontactdag 1994

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief