Boekbespreking

1995-03-10
  • Jaargang 39
  • nummer 5
De terugkeer van Jezus Christus

Onder deze titel schreef ds A. Koers uit Wormer een boekje over het 'hoe en wanneer' van Christus' wederkomst.
Het ligt al een tijdlang in de boekhandel te koop en wacht dus op een bespreking. Met welgemeende excuses aan de schrijver en de uitgever komt dat er nu pas van.
Ik heb een tijdlang geaarzeld met het schrijven van deze bespreking, niet omdat ik dit boek niet de moeite waard zou vinden, in tegendeel zelfs, ik heb het met veel aandacht gelezen, maar vanwege een opmerking in het voorwoord, die mij wat kopschuw maakte.
Os Koers voelt zich sterk gedrongen om zijn opvattingen op papier te zetten, "ook al ben ik me ervan bewust, dat ik een heel leger critici over me heen kan krijgen. Critici ook met een bepaald soort kritiek. Ik heb me namelijk al vaker verwonderd over de vreemde scherpte, waarmee men soms reageert, als het over deze dingen gaat. Een reactie niet vanuit een duidelijk beter weten van de dingen, maar vanuit een duidelijk niet-weten en zelfs vanuit een duidelijk nietwillen-
weten. Maar wat eerlijke en kundige kritiek betreft: ik geef graag mijn mening voor een betere."
Ondanks deze laatste geruststellende woorden heb ik het gevoel me op glad ijs te begeven. Ik ben geen deskundige, maar wil wel eerlijk mijn mening proberen weer te geven. Bovendien kun je in een bespreking niet aan alles recht doen wat in een boekje met deze opzet wordt aangesneden. En ik vrees daarmee ds Koers tekort te doen.

Een gelovige aanpak
Het boek is geschreven met liefde voor het Woord van God en de gemeente van Christus. Ook proef je bij de schrijver dat het volk Israël hem heel na aan het hart ligt of, om het met een woord van de apostel te zeggen: dit volk is hem onvergetelijk en dat speelt een belangrijke rol in de uitleg van de Schriftwoorden die hij bespreekt. De schrijver is zorgvuldig in zijn argumentatie en dat geeft je een goed gevoel bij het lezen van deze overdenkingen.
Maar er staan ook dingen in waar hij mij niet overtuigt, waar ik een andere kijk op heb en dat heeft ongetwijfeld te maken met de manier waarop wij, ds Koers en ik, op deze punten de Bijbel lezen. Ik wil heel graag naar hem luisteren en heb daarom zijn argumenten voor mijzelf ook serieus overwogen, maar blijf met hem van mening verschillen. Ik wil dat proberen toe te lichten.

De plaats van Israël
Welke plaats heeft Israël in het hei Isplan van God? Deze vraag speelt in de overdenkingen een belangrijke rol. Zal Israël er in de nieuwe bedeling nog aan te pas komen, in de zin dat de Here God met het volk der joden een aparte weg gaat. Os Koers zegt daar volmondig ja op. Niet dat hij de zgn twee-wegen leer onderschrijft, maar hij laat de geschiedenis uitlopen op het herstel van Israël na de opname van de gemeente. Op blz 48 van zijn boekje heeft hij dat schematisch weergegeven.
Nadat Gods bemoeienis met de mensheid opnieuw vastloopt bij de torenbouw van Babel, gaat Hijverder met Abraham en Israël. De volkeren staan een tijdlang buiten spel, zonder dat God hen uit het oog verliest. Maar het heil valt hen slechts mondjesmaat ten deel. De grote lijn van Gods werk loopt immers over Israël. Wanneer Israël Gods genade in Christus Jezus verwerpt gaat God naar de heidenwereld en dan komt daar de grote lijn te lopen. Nu deelt Israël slechts mondjesmaat in Gods heil. Wanneer echter de heidenen op hun beurt de Christus verwerpen en Hem opnieuw kruisigen, (wat wordt daarmee bedoëld? JB) keert God weer terug naar Israël. En komt er een eind aan "de tussengeschoven tijd der heidenen". Volgens de opvattinq.van ds Koers wordt dan de gemeente opgenomen in de hemel en begint de periode van het '1000-
jarig rijk', waarin het gelovig Israël leeft temidden van het klaarste heidendom, dat volledig buiten de genade staat.

Vragen
1 Mijn eerste vraag betreft de uitleg van Luc. 21:24 "totdat de tijden der heidenen vervuld zijn." Os Koers gebruikt dit woord om aan te tonen dat de tijden der heidenen om zijn. Nadat de Here lange tijd aan Israël is voorbij gegaan, zie boven, brengt Hij een keer in het lot van Israël. En ds Koers noemt daarbij een datum: 1967. Het jaar waarin Jeruzalem weer in joodse handen is gekomen. Zijn redenering is dan als volgt: "Jezus zegt 'En Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heiden zullen vervuld zijn.' Even andersom gezegd: bij het niet meer vertrapt worden van Jeruzalem door de heidenen zit het keerpunt voor de heidenen."
Ik vind deze redenering niet kloppen.
Niet het eerste is voorwaarde voor het tweede, maar het tweede is voorwaarde voor het eerste. Als de tijd der heidenen vervuld komt er een einde aan de onderdrukking van Jeruzalem.
Is het daarom juist om de verlossing van Jeruzalem op deze wijze te dateren?
Of moet hier gedacht worden aan de echte volledige bevrijding van Jeruzalem aan het eind der tijden, waarbij we veeleer hebben te denken aan het Jeruzalem dat van boven is?
Gekoppeld aan de bevrijding van Jeruzalem ziet de auteur in de 60'er jaren een snel verval van het christendom, een bewijs te meer dat de tijden der heidenen om is. Ik weet het niet. Het westerse christendom lijkt voor een deel op z'n retour, veel franje valt weg, een louteringsproces is aan de gang, daar steekt wel een stuk gelijk in, maar uit onvervalste hoek wordt ons ook gezegd dat elders in de wereld (delen van Afrika, Korea, de velden wit zijn om te oogsten). En een laatste vraag in dit verband is: is er in Israël sprake van een geestelijk réveil?
En dan bedoel ik niet in orthodox joodse richting, maar dan denk ik aan de messiasbelijdende joden, aan de erkenning door het jodendom van Jezus als de Zoon van God. Bedoelt ds Koers dat ook?
2 Wat ik in deze overdenkingen mis is de ook in het Oude Testament steeds meer zichtbaar wordende koncentratie op de Verlosser. In de profetische boeken klinkt steeds vaker en steeds duidelijker de teleurstelling door over het verloop van Israëls geschiedenis.
Die geschiedenis raakt door de ballingschap definitief in het slop, en ook al keert er een rest terug, er vindt geen herstel plaats van het davidisch koningschap. De rest wordt behouden met het oog op het vervolg dat God geeft: verlossing door de messias die Hij in deze wereld geboeen doet worden.
En al wordt de tempel herbouwd, de priesterdienst in ere hersteld, alles wijst op de volkomen priester en de volmaakte offerdienst die God geven zal. In deze zin heb ik tenminste de indrukwekkende profetie van Zacharia leren lezen. De zin van de terugkeer uit Babel is het uitzicht dat God geeft op de verlosser die geboren gaat worden.
Er zijn meer vragen te stellen, maar ik wil het bij deze paar opmerkingen laten. Het zijn kritische opmerkingen in opbOuwende zin bedoeld, laat dat duidelijk mogen zijn.
Ik heb, ondanks deze kritische kanttekeningen de overdenkingen met aandacht en interesse gelezen. Wie zich wil verdiepen in het thema dat de schrijver aansnijdt, krijgt hier iets aangeboden, wat tot nadenken stemt.

ds A. Koers, De terugkeer van Jezus Christus, Merweboek Sliedrecht, f12,50

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief