Persschouw

1995-03-10
  • Jaargang 39
  • nummer 5
Zijspiegel

Wie was David? De vraag werd me gesteld door een student, naar aanleiding van een incident in het Israëlische parlement, waar de heer Perze gezegd had geen waardering te hebben voor alles wat David op de grond en het dak had gedaan. Ik had hem al bijna een gebrek aan algemene ontwikkeling verweten, toen ik opeens aan de oom van mijn moeder moest denken.
Deze was ruim tachtig jaar geleden ouderling in de Gereformeerde Kerk op Marken en werd, wanneer geen dominee beschikbaar was, er vaak op uitgestuurd om aan de VU hoogleraren over te halen een zondag op Marken te preken. Meestal had hij succes.
Maar bij een van die bezoeken werd hem gevraagd of hij dan niet een keer college wilde geven. Hij nam de uitdaging aan en stond opeens in een zaaltje met studenten aan wie hij toen de vraag voorlegde: wie was David? De antwoorden liepen uiteen van een groot koning tot een rokkenjager.
Oom Elbert antwoordde dat ze allemaal gelijk hadden, maar het belangrijkste waren vergeten: David was een man naar Gods hart. Niks mythologie, niks dichterlijke verhalen. Gewoon een levend mens van Gods welbehagen.
En ik, die oom Elbert in zijn nadagen nog-heb gekend, kan me voorstellen hoe hij daar in zijn Marker dracht met z'n bijna twee meter achter de katheder heeft gestaan. In z'n ogen, gewend aan het turen over zee, de verwondering over Gods liefde voor de mensen.
Dat verhaal heb ik de aanstaande socioloog als antwoord gegeven.

Klaas de Jong

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief