Tussen kerk en keuken
1995-03-24
Margreet Maljers-Kroes, Alkmaar- Jaargang 39
- nummer 6
Huisdieren
,, Liselot krijgt een hond voor haar verjaardag", zei Miek, een goeie vriendin waar ik uren mee door de duinen kan slenteren. "Fantastisch", zei ik en schopte een verschrompeld denneappeltje naar de kant. Ze keek opzij.
"Meen je het?", vroeg ze met een wantrouwend ondertoontje in haar stem.
"Natuurlijk", zei ik enthousiast. "Ze is dol op die hond van je zusje en ik vind het echt een kind om een hond te hebben."
"Jij was nooit zo in voor honden", herinnerde ze me. Dat was waar, want nadat ik in een kinderziekenhuisje een meisje had gezien met littekens over haar hele gezichtje, had ik honden bij mijn, toen nog kleine kinderen, weggehouden.
.Liselot is bijna achttien ... die zal een hond toch niet meer onverhoeds beetpakken", antwoorde ik. "Wat voor soort hond wil ze?" Miek zuchtte. "Ik weet het nog niet en dat is knap lastig."
"Ach joh, alle jonge hondjes zijn lief", zei ik. "Je loopt er vanzelf tegen op."
"Moet je me geen goede raad geven,"
informeerde ze en schopte ook tegen een denneappel.
"Ben je niet lekker, wat weet ik nu van honden," zei ik verbaasd.
"Nee, dat is waar. Hoewel dat mensen niet remt geloof ik. Ik heb zoveel adviezen gekregen dat ik er gek van word,"
zei ze balorig: "Wil je een hond? Dénk er om dat je een mannetje koopt... Oh, wil je een hond? Dénk er om dat je een vrouwtje neemt. Geen foxterrier nemen hoor ... Die luisteren niet. Zo'n eigenzinnig ras ... Je moet een fox nemen, die zijn zo lekker pittig. Neem vooral een rashond, dan ken je het karakter ...
Neem vooral geen rashond, die zijn gewoon verfokt!
Neem er één uit een asiel. Denk erom, beslist niet uit een asiel ... Babbeldebabbel babbeldebabbel." Ze schokschouderde en wierp me een half wanhopige blik toe.
Ik barstte in lachen uit en na een tel grinnikte ze mee. "Ik heb alleen gezegd: niet zo'n kanjer die met zijn staart de kopjes van tafel veegt," zei ze. "Dit is de limiet," ze hield haar hond ongeveer een kwart meter boven de grond."
Dat kon ik me voorstellen. Ik ben ook niet gek van die grote wolven die met een kwijlende bek en een blik van 'ik lust wel een hapje Maljers' naar je kijken.
"Hoe vindt Chris het?" informeerde ik naar de mening van haar twintigjarige zoon.
"Chris vindt het maar niks. Hij zegt dat hij nooit en te nimmer die hond uit zal laten. Enfin, dat trekt wel bij," zei ze.
Een week later belde ik en kreeg Chris aan de telefoon.
M'n moeder is even weg ... Uit met Lot en het hondje ... Helemaal gek zijn ze van dat beest," zei hij. "Maar ze zijn zo weer terug, want hij kan nog niet ver lopen."
"Ik kom er aan," zei ik en stapte op de fiets.
Toen ik arriveerde, waren ze net weer thuis. Op het parket in de kamer lag een puppy. Lichtbruin en kortharig. Hij keek trouwhartig omhoog en duwde zijn snoetje tegen mijn schoen.
"Wat een beeld," ademde ik en streelde over zijn kop. "Vind je niet?"
straalde Liselot en pakte het hondje op.
"Een plaatje," zei ik. "Hoe heet hij?"
"Joris", zei Liselot.
"Dat klinkt bekend", bedacht ik en liet me naast het diertje op de bank zakken.
Miek kwam aan met de thee en we keken met z'n drieën vertederd naar het hondje dat stoer overeind ging staan en blafte. Hij was al flink groot voor een jong beest.
"Zeg, wat voor soort is het?" vroeg ik.
"Een kruising tussen een Mechelse herder en een Labrador", zei Liselot.
"Blijven die dan klein?" zei ik voorzichtig.
Miek lachte. "Nee, maar Lot vond deze lief."
"En hij vond ons ook lief. Dat kon je aan alles merken", legde Liselot uit.
"Gelukkig dat hij maar aan één eis moet voldoen," zei ik.
"Wie weet wat het anders was geworden!
Hoe vindt Chris het?"
Moeder en dochter schoten in de lach.
"Chris ... die is helemaal verkocht. Wie denk je dat hem 's avonds laat nog even uitlaat? Precies!"
"Geen groter voorstander dan een vroegere tegenstander," zei ik wijsgerig.
De hond blafte. Hij wist dat ik gelijk had. Een pienter beest voor zijn leeftijd.