De samenleving verandert. En de kerk ... ? (3)
1995-04-07
Het eeuwige evangelie is een verantwoorde ankerplaats in een stormachtig veranderende samenleving. En een Kerk die simpel dit evangelie spelt en doorvertelt is up to date. Zo kan het vorige artikel worden samengevat. Maar dit betekent niet, dat we ons verder aan alle veranderingen in de samenleving niets gelegen hoeven laten te liggen en alles bij het oude moeten laten blijven. Terwille van het evangelie zullen we ons wel degelijk ook op de veranderde samenleving moeten instellen. Hoe? Daarover gaat dit artikel.- Jaargang 39
- nummer 7
Er is een tijd geweest, dat de kerk zozeer bij het leven hoorde, dat het estafettestokje van het geloof tamel ijk vanzelfsprekend overging van geslacht op geslacht: Deze tijd is grotendeels voorbij.
Eind jaren zestig, begin jaren zeventig al was er een eerste generatie kerkverlaters. Spreek je hun inmiddels bejaarde ouders, dan noemen zij vaak de kerkscheuring van de zestiger jaren als één van de oorzaken. Velen hebben uit frustratie om zoveel ruzie besloten te kappen met de kerk. Als andere oorzaak - en deze m.n. interesseert me - noemen zij ook het niet bijtijds inspelen op de veranderde omstandigheden.
Veel ouders hebben hun kinderen opgevoed met de situatie van voor de Tweede Wereldoorlog voor ogen. Zelf waren ze nog heel vanzelfsprekend in de Geref. zuil tot geloof gekomen en onbewust rekenden ze er op, dat het bij hun kinderen ook zo zou gaan. Als je maar naar een School met de Bijbel ging, belijdenis deed, het goede meisje, de goede jongen trouwde, dan kwam het allemaal wel goed. Maar het kwam in heel veel gevallen niet goed, want al die organisatorische steunberen van de vijftiger, zestiger jaren vielen weg en tegelijk kregen geloof en kerk te kampen met een totaal nieuwe wind, die in de jaren zestig door de samenleving ging waaien. Wij kunnen hiervan leren, dat we ons op de huidige situatie zullen moeten instellen.
5. Een ontzuilde, ontkerkelijkte samenleving bepaalt bij het grote belang van een persoonlijke geloofskeuze en een je eigen gemaakt geloof.
Wil je als christen standhouden in deze tijd, dan zal er sprake moeten zijn van een levend geloof, een persoonlijke band aan God en Zijn Woord.
Een je eigen geworden, je eigen gemaakt geloof kan standhouden door veranderingen heen. Buitenkantgeloof en gewoonte-christendom redden het in onze samenleving niet meer. Slechts waar geloof - hoe klein, kwetsbaar en aangevochten ook - kan overleven. Hetgeen overigens nooit anders is geweest, zoals uit de gelijkenis van de zaaier blijkt. Maar in een gesekulariseerde samenleving valt dat alleen wat sterker op.
Geloofsopvoeding
Om deze reden zal de geloofsopvoeding gericht moeten zijn op het kunnen maken van een persoonlijke keuze. Dit is m.i. het hoogste bereikbare van de geloofsopvoeding: kinderen/jongeren begeleiden tot het punt waar ze zelf, in eigen verantwoordelijkheid, op goede gronden, een keuze kunnen maken.
Van geloofsopvoeding geldt - net als van alle andere opvoeding - dat ze gericht is op het terugtreden van de opvoeder. Niemand immers kan voor een ander kiezen. Ouders kunnen niet voor hun kinderen kiezen, ze zullen dat uiteindelijk zelf moeten doen.
Tegelijk worden we er in onze samenleving heel sterk bij bepaald, dat kinderen en jongeren in de gelegenheid gesteld móeten worden zich 'het geloof der vaderen' persoonlijk eigen te maken. Geloof en kerk mogen geen vreemde elementen blijven, die telkens op onnatuurlijke, geforceerde wijze, het leven binnendingen. Dan bestaat het gevaar, dat het geloof een stukje buitenkant blijft. Het geloof echter wil iets van de binnenkant worden, wortel schieten in het hart. Dat kan als het geloof van jongs af op natuurlijke wijze met heel het leven verweven is, herkenbaar en hanteerbaar. Bewust overigens schrijf ik in de gelegenheid stellen zich eigen te maken. Ook hjer in kl inkt besef van onze beperktheid door. Je kunt je kind voor kortere of langere tijd dwingen bepaalde uiterlijke vormen in acht te nemen, je kunt je kind echter nooit dwingen zich het geloof persoonlijk eigen te maken.
Geloof laat zich er niet in praten of er in diskussiëren, geloof laat zich er niet in zingen en zelfs niet er in leven.
Geloven is een geheim, waarvan het fijne alleen bij de HERE God Zelf bekend is. In dit besef mag je rusten ...
na gedaan te hebben wat binnen jouw bereik ligt en tot jouw verantwoordelijkheid behoort.
6. Een kerk in een veranderende samenleving moet - terwille van het evangelie - flexibel zijn.
Bovenstaande opvatting betekent wel, dat we in de praktijk van het kerkelijk leven flexibel zullen moeten zijn. We zullen op zoek moeten gaan naar vormen, die kinderen en jongeren helpen het geloof zich eigen te maken. Hoewel, vaak hoeven we daar niet eens echt te zoeken. Het bijzondere is, dat je die nieuwe vormen vanzelf ziet opkomen in veel gezinnen, in de kerkdienst, tijdens de catechisatie.
Gezinnen
Naar mijn indruk zijn veel ouders heel bewust en creatief bezig hun kinderen in geloof op te voeden. Uit hun eigen mond heb ik van vrij veel oudere gemeenteleden gehoord, dat zij werden grootgebracht zonder thuis bidden te leren. Er werd wel gebeden, maar in stilte. Nu hoor ik hen soms heel enthousiast vertellen over hun kleinkinderen, die aan tafel of voor het slapen gaan een persoonlijk gebedje doen. Er zijn ook vele schitterende kinderbijbels en boekjes uitgegeven - voor elk wat wils, voor elke leeftijd - die ouders helpen hun kind op speelse wijze bij geloof en kerk te bepalen. Ook de Vakantiebijbelschool is zo'n middel.
Hoewel allereerst bedoeld als evangelisatiemiddel, is ze ook een middel om op een aansprekende manier de ei'gen kinderen te bereiken. Veel ouders beseffen, dat geloofsopvoeding niet aan de school of zelfs de kerk uitbesteed mag worden, maar allereerst een eigen verantwoordelijkheid is. Het gezin is de voornaamste kraamkamer van het geloof. Dat kan ook niet anders in een samenleving, waarin het geloof in Christus niet veel natuurlijke partners meer heeft.
Kerkdienst
Ook de eredienst wordt in veel gemeenten afgestemd op de veranderde samenleving. Tenminste, zo verklaar ik de bijzondere aandacht voor het kind in veel gemeenten. Er wordt aan gewerkt dat kinderen de kerk als hun 'thuis' ervaren: voor de kleinsten een crèche, voor de kleinen een bijbelvertelling, voor de iets groteren een bijbelklas.
Kinderen helpen bij het kollekteren of het muzikaal begeleiden van de dienst, een kinderlied wordt gezongen, onberijmde psalmen. Ik waardeer deze ontwikkelingen positief en werk er graag aan mee. Naar mijn inschatting hebben deze ontwikkelingen op zich niets te maken met vervlakking, een hang naar uiterlijke poespas of gebrek aan verbondsbesef. Ze komen vanzelf op, zijn welhaast onontkoombare aanpassingen aan de tijd waarin we leven, noodzakelijke middelen die kinderen helpen om het geloof zich eigen te maken. We kunnen het ons gewoon niet meer permitteren om onnodige afstand tussen kind en kerk te houden.
Op zoek naar het hart
Gevolgen zijn er ook voor de catechisatie.
Als predikant probeer je te werken aan een open en tegelijk veilige sfeer waarin iedereen zichzelf mag zijn en zeggen wat hij/zij op het hart heeft. De catechisatie verloopt vervolgens als een permanente dialoog.
Eigen inbreng, ervaringen, gedachten en vragen zijn van harte welkom. Niet dat er niet aan kennisoverdracht wordt gedaan, die is niet minder hard nodig dan vroeger! Ze staat echter ingekaderd in het persoonlijk gesprek en draagt in veel gevallen ook het karakter van een gesprek. In dat gesprek wordt als het ware de aarde bewerkt om het hart ontvankelijk te maken voor het Woord.
Immers, zolang iets volstrekt oninteressant en onbelangrijk Iijkt, is het hart net ongeploegde grond: het zaad blijft liggen, gedoemd om weggepikt te worden.
Zelf maak ik ook gebruik van de gitaar tijdens de catechisatie. Meestal beginnen of eindigen we met een lied uit de Youth for Christ-bundel. Mogelijk dat de catechisanten het vooral ervaren als een moment van ontspanning, zelf zie ik het als een poging om via het lied een andere snaar in het hart te raken.
En verder, wie met elkaar hebben durven zingen, schamen zich ook niet om persoonlijk mee te praten. Ook sluit ik niet uit dat je rol als predikant/catecheet veranderd is. Indien het doel van de catechese het persoonlijk kunnen toeëigenen van het geloof is, kan de catecheet zich niet verstoppen. Je wordt in zekere zin zelf ook een leermiddel; jouw omgang met God in Christus, jouw geloofsworsteling kan in de catechese een positieve rol spelen. Net als de apostel Paulus deelt hij/zij dan niet alleen het evangelie, maar ook zijn eigen leven mee (1 Thess. 2:8). Woorden die mij verder te binnen schieten zijn weerbaar maken, de zoekende mens tijd en ruimte gunnen, leren bidden en leren Bijbel lezen. Zo laat ik sinds kort - de catechisanten zelf eindigen met gebed. En met een oudere groep lezen we delen van de Bijbel door: iedere dag een hoofdstuk en op catechisatie spreken we - aan de hand van hun en mijn vragen"": het gelezene door.
Zo ben je biddend op zoek naar het hart. Niet dat deze aanpak op zich beter is dan die van vroeger en al helemaal zie ik er geen succesformule in. Niemand weet van tevoren de weg van het zaad in de schoot. Maar in een open kerkverband als het onze zie ik geen andere weg.
Geduld
Hiernaast bedoel ik met flexibel zijn 'geduldig zijn'. Onze kerken zijn met duizend draden met onze samenleving verweven. M.n. bij jongeren zie je soms de negatieve invloeden daarvan.
Ik denk dan aan de omgang met sexualiteit, aan het feit dat velen samenwonen, het materialisme en drankmisbruik enz.. Dit alles valt zeer te betreuren. Tegelijk moet je juist t.a.v. jongeren beseffen, dat ze iets hebben van pas opgekomen Afrikaantjes.
Die zie je zo voor onkruid aan.
Geef je ze echter de tijd, dan blijkt dat toch sprake is van een sierplant je. En zo meen ik, moeten we m.n. jongeren benaderen. Niet in paniek raken of met de botte bijl hakken, maar met elkaar teruggaan naar af, naar het evangelie zelf en vanuit het evangelie weer helemaal opnieuw alles doordenken. Dat vraagt tijd en geduld, maar gaat de HERE hier Zelf niet in voor? Lankmoedigheid is een woord dat wezenlijk is voor de HERE! Zij het dat ons geduld niet mag ontspruiten aan de weekheid van Eli!
7. Door de veranderingen in de samenleving worden we bepaald bij het belang van de gemeenschap der heiligen.
Totnogtoe kreeg het belang van een persoonlijk verworteld geloof sterke nadruk. Het persoonlijke wil ik echter niet tegen het gemeenschappelijke uitspelen. Eerder is met het wegvallen van veel organisatorische steunberen rond de kerk het belang van de gemeenschap der heiligen toegenomen.
Onze kerken moeten het niet hebben van strukturen, die jongeren en ouderen bij de kerk houden. Zij moeten het al helemaal niet hebben van een bepaald vanzelfsprekend gezag waarmee (jongere) gemeenteleden bepaalde beslissingen a.h.W. van bovenaf krijgen opgelegd. Wij moeten het vanwege onze kwetsbaarheid helemaal hebben, allereerst van de Geest van God, maar ook van de inhoudelijke overtuigingskracht van het evangelie van Jezus Christus. En waar anders dan in de relaties tussen mensen onderling, binnen de gemeenschap van de kerk kan zichtbaar worden wat het christelijk geloof waard is?
Het is ongelofelijk belangrijk, dat jongere gemeenteleden de kerk als een positieve faktor leren kennen en waarderen.
Niet als een plaats waar je betutteld wordt, beoordeeld, waar voor buitenbeentjes geen plaats is. Nee, als een plaats waar je welkom bent, gekend wordt. Word je gegroet, wordt er 'gehuild met hen die huilen en is men blij met hen die blij zijn? Ervaar je liefde en hartelijkheid? AI die door en door Bijbelse kernwoorden hebben hun aktualiteit niet verloren, maar zijn in aktualiteit juist toegenomen door de kwetsbare positie van onze kerken.
Investeren in de gemeenschap
En daarom: investeer in de gemeenschap der heiligen. Investeer in jeugdverenigingen, Bijbelkringen, medeleven en persoonlijke betrokkenheid.
Leef de liefde van Christus uit! En doe dat ook met het oog op de samenleving en met het oog op de toekomst: de liefde in de samenleving is aan het verkillen en voor de toekomst is een toenemende eenzaamheid onder m.n.
ouderen en niet-werkenden te verwachten.
Waar dan de liefde woont gebiedt de HEER Zijn zegen. En wie weet kunnen we over enige decennia zeggen, dat de tijd van crisis een tijd van loutering is geweest...?