Over mussen en duiven
2007-05-25
Ik houd van mussen. Een paar jaar geleden werd er alarm geslagen, omdat de mussenstand in ons land onder druk stond. Inmiddels zie ik ze alweer vrij veel in onze tuin, dus misschien is dat gevaar geweken. Maar nu zit ik weer met het volgende: hoe staat het met de mussenstand in de kerk?- Jaargang 51
- nummer 11
De nadering van Pinksteren riep de vraag bij mij op: waarom daalde de Heilige Geest eigenlijk neer in de gestalte van een duif, toen met de doop van Jezus? Gelukkig zijn de commentaren niet erg eenstemmig over het antwoord op die vraag. Dat geeft mij wat ruimte.
Want dan denk ik aan de twee duifjes waar Jozef en Maria mee mochten volstaan, toen ze na de geboorte van Jezus naar de tempel moesten. Het offer van de armen, de gewone mensen. Heb je geen geld voor kleinvee, dan zijn twee duiven ook wel genoeg. En daar had je hele zwermen van. Op de markt kon je ze voor zo goed als niets kopen. En ze zijn makkelijk te vangen.
De doop van Jezus: een duif die neerdaalt op een lam. Als nu die offergedachte niet in me was opgekomen, had ik gezegd: de Heilige Geest had net zo goed als een mus kunnen neerdalen. Waarom klinkt dat haast oneerbiedig: de Heilige Geest daalde neer in de gestalte van een mus? Is een duif dan zoveel beter? Het was in ieder geval geen zwaan en ook geen adelaar en al helemaal geen Feniks.
Ik heb nu alweer ruim vier jaar met ziekte te kampen. Dat is een heel gedoe. Ook omdat sinds ongeveer diezelfde tijd het geestelijk klimaat onder ons niet goed lijkt te zijn voor de mussenstand. Ik heb in mijzelf een enorme mus ontdekt en die voelt zich af en toe bedreigd. Om een voorbeeld te noemen: het is bekend dat tijden van ziekte belangrijke leermomenten kunnen opleveren. Maar het is dan wel van belang hoe je dat bekijkt. Je zou zo maar kunnen denken dat ik er geloviger op geworden zou zijn en misschien zijn er ook wel mensen die dat inderdaad worden. Ik niet. Ik ben meer dan ooit gaan inzien dat ik het bepaald niet van mijn gelovigheid moet hebben.
Een ander voorbeeld: de nadruk op gelovigheid gaat gepaard met nadruk op ervaringen. En dat heeft me een keer een bijzonder sombere ziekenhuisperiode opgeleverd. Wekenlang heb ik geworsteld met die enorme teleurstelling: waarom ervaar ik niks, juist als het zo moeilijk is? Is het wel goed bij mij?
Ik wil maar zeggen: de mus in mij heeft het niet gemakkelijk in deze tijd. Ik zal het musdom echt niet verheerlijken.
Ik ga het ook niet vergoelijken. Maar wat ben ik dankbaar dat zo’n onbeduidende mus op de markt niet dood neer zal vallen zonder de wil van de Vader. En wat een geluk dat zelfs de mus een plekje kan vinden ergens in de buurt van die allesbeslissende plaats in de tempel: het altaar.
Is dat een eigenschap van de Heilige Geest: dat Hij het kleine niet over het hoofd ziet?
Ds. Gerrit Zwarts is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Breukelen.