Persschouw
1995-04-07
Hoe kunnen jongeren gaan geloven?- Jaargang 39
- nummer 7
In de eerste plaats: laten we beginnen reëel naar onze kinderen te kijken en ze niet overschatten. Ook onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren en er moet een wonder gebeuren, willen ze hun hart aan de Here geven.
Dat kost ons een dagelijks gebed, een pleiten op de belofte van de Here, bij hun doop gedaan.
In de tweede plaats: we zullen onze kinderen stimuleren zelfstandig voor de Here te kiezen. Daar moet je al vroeg in investeren. Door ze zelf te leren bidden als ze 8 of 9 jaar oud zijn en op latere leeftijd met hen daarover in geprek te blijven. Sommige ouders weten niet eens of hun kind van 15, 16 jaar 's avonds met de Here spreekt.
Ook het zelf Bijbel lezen en/of een dagboekje moet hoog op de prioriteitenlijst van de opvoeding staan. En stel je kind dan maar voor de keuze.
Je wilt als ouders toch graag dat je zoon of dochter voor de Here kiest?
Waarom zou je ze dat dan ook niet vragen?
In de derde plaats: gun aan je kinderen hun eigen ontwikkeling. Het is belangrijk dat ouders aan hun kinderen de ruimte geven voor hun eigen vragen en twijfels ten aanzien van geloof en kerk. Jongeren wijzen vaak heel scherp op de zwakke plekken in het kerkelijk leven en ze mogen verwachten dat ze daar met hun ouders een eerlijk gesprek over kunnen voeren.
Geen schijnheiligheid, niet de zaken mooier voordoen dan ze zijn, want daar prikken jongeren snel doorheen.
Laat ze maar merken dat je zelf ook niet overal een pasklaar antwoord op hebt.
In de vierde plaats: laten we als ouders en ouderen eens bij onszelf nagaan hoeveel wervingskracht er van ons gedrag en van ons spreken uitgaat naar de jongeren toe. Merken ze aan ons dat we enthousiast zijn voor de dienst van de Here? Kunnen we ook eerlijk over ons eigen geloofsleven spreken met onze kinderen, zodat we écht zijn? En ook zo dat we jongeren stimuleren zelf na te denken, een eigen mening te vorme-n, een persoonlijke band met de Here op te bouwen?
Mogen ze aan ons merken dat wij ook niet altijd op de toppen van ons geloof leven en ook zondige mensen zijn?
Dat mag toch ook in het gebed aan tafel uitkomen? Dat is toch geen opzegversje?
In de vijfde plaats: op God leren vertrouwen lukt heel moeilijk als er voortdurend in je eigen gezin geen vertrouwen heerst. Als ouders en kinderen elkaar voortdurend wantrouwen, leert een kind ook niet zich aan God over te geven. Daarom is het klimaat in huis van belang voor de keus die jongeren in het geloof moeten maken. Ouders kunnen zo mooi laten zien aan hun kinderen dat God werkelijk te vertrouwen is. Ouders mogen laten zien dat God hun vader in de hemel is en dat Hij dat ook wil zijn voor hun kinderen.
Als het geloof thuis alleen maar voor de vorm aanwezig is, is de kiem gelegd voor kerkverlating! Dat leren alle onderzoeken ons. Daar kunnen we toch veel mee doen! Er in ieder geval voor zorgen dat we in ons eigen gezin een klimaat kennen van Godsvertrouwen.
Het geloof niet buiten het gewone, praktische leven houden.
In de zesde plaats: als ouders steeds weer bedenken dat je bezig bent in een proces waarvan het eindpunt is dat je je kinderen los zult laten! Eens, komt de dag dat onze kinderen het zonder ons moeten doen. Dan zullen ze het ook'moeten kunnen. Opvoeden is: stukje bij beetje loslaten. Zoals je een kind leert fietsen, steeds langer los van jou, tot het je niet meer nodig heeft. Het is niet goed als een jongere van in de twintig nog 'steeds niet alleen mag 'fietsen'. Laat je kind ook leren van z'n fouten. Ook daar wordt het zelfstandig van.
Dit is een gedeelte van een artikel, ciat de (vrijgemaakt) gereformeerde Ds.
H.J. Messelink over bovengenoemd onderwerp schreef in het Gereformeerd Kerkblad voor het Midden.
Voor heel veel jongeren spreekt vandaag de dag het geloven niet meer vanzelf. Hoezeer ook de ouders hun best doen de kinderen iets aan te reiken wat kan stimuleren tot een persoonlijk belijden, er ontstaat geen echte band met God. We hebben deze zes punten aan onze lezers uiteraard niet doorgegeven om ermee aan de haal te gaan, maar om ermee aan het werk te gaan!
Ds. Messelink is zich bewust, dat met deze punten niet alles gezegd is.
Daarom is hij op bepaalde vragen rondom het gevoel etc. in een ander artikel nader ingegaan. Het gaat er nu om, hoe wij met die vragen van de jongeren omgaan. Iedereen, die met de jeugd in onze tijd te maken heeft, weet hoe je soms terecht komt in een zone van verlegenheid. Als we maar willen blijven luisteren en ons inspannen om samen te zoeken naar antwoorden, die zijn afgestemd op het bijbelse getuigenis! Tot slot vermeld ik wat Luther in dit kader eens schreef: "Alle kracht der christenen ligt in het opkomende geslacht en zo dit in de tijd van de jeugd verwaarloosd wordt, gaat het met de christelijke kerken als met de tuin, die in het voorjaar verwaarloosd is."