Van huis uit
1995-04-07
Alles verloren maar niet bang ...- Jaargang 39
- nummer 7
Jaren geleden schreef Renate Rubinstein een boek over haar scheiding, over het trauma van in de steek gelaten te zijn. Het boek heette: Niets te verliezen en toch bang.
Ik vond de titel zo intrigerend dat ik het boek wilde lezen. Zelden zijn de chaos, de desoriëntatie, de wanhoop en het verdriet van verlaten zijn zo indringend beschreven.
Je ziet in zo'n verhaal heel duidelijk dat wij mensen ons heel wat voelen als ons leven in orde is en alles op zijn plek staat in ons universum. Zo gauw daar iets aan verandert door ziekte, dood of scheiding, storten we vaak in.
Wij kunnen moeilijk leven met gebrokenheid.
Zo zijn we snel aangekomen bij de grenzen van onze zekerheden, van ons bestaan. We zoeken allemaal, gelovig of ongelovig, naar een ideaalwereldje, een paradijs.
Als kind was ik heel nieuwsgierig naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Het leken van die goudomrande begrippen., Het was er nog mooier dan in de mooiste sprookjes. Ook daarin kwamen gouden poorten en kastelen van parelmoer voor maar de mensen waren er net zo als bij ons.
De mensen doen er niets verkeerds, nou daar kon ik me wel wat bij voorstellen.
(Ook als kind kom je de onvolkomenheid van mensen tegen.) Eigenlijk een soort vakantie voor altijd met volop lekkers en zonneschijn.
Toen ik volwassen was, betrapte ik mij erop dat mij bij de gedachte aan de eeuwigheid een gevoel van saaiheid besloop. Was het echt leuk om het altijd fijn te hebben? Zou je daar niet zo aan wennen dat je snakte naar wat leven in de brouweri in de vorm van een enkele ondeugd? ' Wij mensen kunnen alleen maar leven met onze gevoelens van begrensdheid.
Wij kunnen ons eenvoudig niet voorstellen hoe iets eeuwigdurends eruit ziet. Alles, maar dan ook alles in ons leven heeft een begin en een eind.
De leuke dingen, vaak veel te snel, de minder leuke dingen ook. Elke dag is er een afscheid nemen van iets of iemand. Niets komt ooit terug. Je verheugt je maandenlang op de vakantie of op een feest en zie, het is zo weer voorbij op naar de volgende gebeurtenis. Als je verdriet hebt lijkt de tijd vaak stil te staan. Ongelukkige tijd duurt veel langer dan blije.
Maar op een morgen sta je op en voelt dat er toch een randje van de ergste pijn is weggesleten. Naarmate je ouder wordt. leven er steeds meer geliefden alleen nog in je herinnering.
Steeds meer kruisjes achter namen op de kalender.
Het is met ons zelfs zo dat ons besef van wat fijn is onlosmakelijk verbonden is met het feit dat er een einde aan zit. Oeverloos feesten is dodelijk, eeuwig vakantie hebben en weg zijn, weg moeten blijven zelfs, wie zou het willen?
Een verjaardag die nooit ophoudt, wat onbeschrijfelijk vermoeiend. In bed met een griep die niet meer verdwijnen wil, altijd de eerste scherpe pijn van verlies blijven voelen, welk mens zou er mee kunnen leven?
Chronisch ziek zijn houdt een beetje in wat ik bedoel. De uitzichtsloosheid van zoiets is het ergste denk ik.
Zo kunnen wij ons door onze eigen beperktheid niet voorstellen hoe heerlijk iets eeuwigdurends als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde is.
Zo komt het denk ik ook dat alleen mensen die met ziekte of verlies moeten leven daar een echt verlangen naar kunnen hebben. Ook zij die al een lang leven gehad hebben, kunnen dat verlangen meer gaan voelen.
Tenminste, zo is het bij mij. Als ik naar het nieuws kijk en al die rampen zie denk ik geregeld: kwam de Here Jezus maar weer terug. Kijk ik naar mijn leven, naar mijn gezin, dan stel ik prompt die gedachte nog even uit. De oudste gaat naar de middelbare school, wat zal het worden? De jongste moet afzwemmen voor A, zal het lukken?
Verandering in het leven houdt gelukkig ook vernieuwing in. Afscheid nemen is lang niet altijd negatief.
Je voor het eerst wat zekerder van jezelf gaan voelen, een ziekte die over is, niet meer overspannen, de dochter die eindelijk leert fietsen. Nee, de hemel is vast geen statisch iets. Daar zullen toch ook allerlei dingen gebeuren, daar zullen mensen zich toch ook kunnen ontwikkelen. Je bent toch niet voor niets met je eigen unieke gaven en talenten geboren? Gebonden aan onze beperktheden kunnen wij slechts in gebroken vreugde en verdriet iets van de eeuwigheid zien.
Zelfs tijdens het leukste uitstapje maken de kinderen ruzie of word je zelf moe en chagrijnig, zelfs in het diepste verdriet kun je glimlachen om iets prettigs. Niets is .bijons ooit honderd procent. Alleen de dood is dat. Hier op aarde althans. Misschien dat wij er daarom zo bang voor zijn.
Mijn tante, die dichteres was, is pas gestorven. Zij was een lieve, wijze vrouwen ze was nog maar 60 jaar.
Op haar rouwkaart stond een fragment van een van haar gedichten, De nieuwe dag is opgestaan en in de stralen van Gods morgen vangt hij het roepen van een haan, strijkt over dat wat werd verborgen de hand en spreekt mij lachend aan.
Hij laat mij zingend verder gaan.
(Papieren schouder, Hennie Roth) Alles lijkt verloren, maar dat is het niet!
Ik stel mij graag voor hoe zij, na de pijn van haar ziekte, nu zingend verder gaat, honderd procent genezen.