Rekenen met de dynamiek van religieuze bewegingen

2007-05-25
  • Jaargang 51
  • nummer 11
‘Ik ben er wel van overtuigd geraakt, dat de eerste christenen heel charismatisch waren’, zei ik eens tegen een collega die nogal kritisch tegenover de charismatische beweging stond.
‘Oh , zeker’, antwoordde hij, ‘ze waren zo charismatisch als een deur, maar dat betekent nog niet dat wij het ook moeten wezen!’

Is dat waar? Voor een antwoord op deze vraag is een uitstapje naar de godsdienst-historische en sociologische wetenschap interessant, omdat ook binnen deze disciplines nagedacht is over het charismatische. De theorie is in grote lijnen, dat charismatische ervaringen een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van religieuze bewegingen. Deze ontwikkeling kent grofweg een viertal stappen. Elke nieuwe religieuze beweging begint met iemand, die charismatische/ profetische ervaringen heeft. Een tweede stap is dat die ervaringen door middel van onderwijs gedeeld worden met anderen. In de kring van leerlingen, die op deze manier gevormd wordt, kan men aan de hand van dat onderwijs vergelijkbare charismatische ervaringen opdoen als de ‘godsdienststichter’. Een derde stap is dat dit onderwijs op schrift wordt gesteld en becommentarieerd. Zo ontstaat een gezaghebbende religieuze traditie, waarbinnen de charismatische ervaringen van volgende generaties geïnterpreteerd kunnen worden. In een vierde stap, wordt dat onderwijs institutioneel geborgd: het wordt toevertrouwd aan mensen die aan bijzondere eisen moeten voldoen (ambten, organisatie). Zo raakt een godsdienst vol ontwikkeld en kan het een tijd mee.

Bijbel
In het Nieuwe Testament herken je dit patroon. Jezus wordt geschetst als charismaticus, die zijn leerlingen laat delen in zijn kennis en kracht. In het boek Handelingen wordt duidelijk dat de eerste gemeente een charismatische gemeente was, gegroeid rond het onderwijs van de apostelen. De groei van een religieuze traditie vinden we in de brieven van de apostelen. De aanstelling van oudsten, opzieners en diakenen verwijzen naar stap 4. In de brieven aan Timoteüs en Titus vraagt dit laatste veel aandacht (2 Timoteüs 2:1). De ‘gezonde leer’ moet geborgd worden. Ook al is de charismatische achtergrond nog steeds voelbaar (vgl. 2 Timoteüs 1:6), toch zijn de meeste mensen het er wel over eens, dat deze brieven een latere fase van het jonge christendom weerspiegelen. Deze tendens zet zich door na de eerste eeuwwisseling met de opkomst van de bisschop, als betrouwbare hoeder van de traditie.

Probleem
Volgens de theorie ontstaat er een probleem als mensen aan de bestaande godsdienstige traditie geen spirituele en charismatische ervaringen meer opdoen. Of wanneer de ervaringen die ze wél opdoen niet meer verwoord kunnen worden in de taal en de begrippen van die traditie. Daarom staan er in elke vitale religieuze beweging van tijd tot tijd mensen op met niéuwe charismatische ervaringen.
Buiten de bestaande kaders om, en in kritiek daarop, wordt daarbij teruggegrepen op de oorspronkelijke inspiratie van de godsdienststichter. Deze vormen op hun beurt het begin van een nieuwe traditie. Zo zie je steeds weer vernieuwingsbewegingen opkomen in de kerkgeschiedenis: Montanisten, Fransiscus van Assisi, Luther, de Dopersen, Piëtisme en Nadere Reformatie, de Engelse en Amerikaanse opwekkingsbewegingen, de apostolische beweging, de pinksterbeweging en de charismatische beweging.

Eerste en tweede orde
Ik concludeer dat het vóórkomen van charismatische ervaringen een historische bepaaldheid heeft. Dat maakt charismatische ervaringen niet minder belangrijk. Integendeel: het gáát er in de godsdienst nu juist om dat je op een of andere manier bijzondere kennis en kracht van God ontvangt. Zo gezien zijn charismatische ervaringen wezenlijk voor de godsdienst. Maar wel krijgen charismatische ervaringen na verloop van tijd in de geloofsbeleving een andere plaats. Sommigen gaven stijgen in de ‘top 10’, anderen dalen. Paulus begint in 1 Korintiërs 14 al met het aanbrengen van een rangorde. Ze krijgen ook een andere gedaante: minder mystiek en meer bemiddeld door onderwijs en liturgie. Soms zelfs is het ontvangen van het onderwijs als zodanig een charismatische ervaring. Zoals duidelijk wordt in Psalm 1, Psalm 119, het verhaal van de Emmaüsgangers, het exegetische werk van Luther. Zijn reformatorische exegetische ontdekking over Romeinen 1:16 was een charismatische ervaring: de poorten van het paradijs ging voor hem open.
De meer bemiddelde vormen van charismatische ervaring zijn echt charismatische ervaringen: je ontvangt echt kennis en kracht van God. Maar je zou kunnen zeggen dat dit charismatische ervaringen zijn van de tweede orde. Hiermee bedoel ik dat ze meer bemiddeld zijn en behoren tot een andere fase in de ontwikkeling van religieuze bewegingen. Ook in de tijd geeft de Geest charismata gelijk Hij wil.

Nieuwe waardering
Wat ik bedoel is misschien nog het best te vangen in een voorbeeldje. Iemand ontving op een conferentie eens een profetie over zijn leven. Enthousiast vertelde hij het zijn vrouw. ‘Ja’, zei de vrouw, ‘dat heb ik je nu ook altijd al gezegd, maar je wou nooit luisteren’. Dit voorbeeldje geeft voor mij precies de waarde én de betrekkelijkheid van de gave van de profetie aan. De waarde is, dat God door deze charismatische ervaring het hart van de man bereikte, waar de vrouw dat blijkbaar niet kon. Dat is een lofprijzing waard. Maar er valt ook een oproep in te horen om voortaan de woorden van je partner toch wat meer krediet te geven.
Ongeveer zoals de apostel Thomas na de bevestiging van de opstanding tegelijk een oproep meekrijgt om te geloven zonder te zien. De profetie van de Geest is blijkbaar soms dichterbij dan je denkt. Het buitengewone leidt naar een nieuwe waardering van het gewone. Is dat trouwens niet ook de beweging die elk geestelijk groeiend mens op de een of andere manier maakt?

Verdiept begrip
Het mooie van het boek van Smouter vind ik, dat hij een open oog heeft voor de pijnlijke vragen die onvermijdelijk door charismatische ervaringen worden oproepen. Die vragen verdienen in het voetspoor van Paulus nog meer aandacht dan dat ze in Smouters boek krijgen. Zo ziet Paulus het werk van de Geest als een sterven en opstaan met Christus (Romeinen 6; 2 Korintiërs 4). Dat krijgt vorm in de doop, waardoor een mens begraven wordt in de dood van Christus. Zo kun je – wat uitdagend geformuleerd – zeggen: de Geest geeft ons het leven, door ons te laten sterven. Het werk van de Geest is niet slechts blijdschap ná verdriet (dat óók natuurlijk), maar ook blijdschap in verdriet! Zo valt ook te spreken van vrede in de strijd, kracht in zwakheid, heling in gebrokenheid, leven in de dood (vergelijk vooral 2 Korintiërs 4:7-15). Dat gaat verder dan het benadrukken van de voorlopigheid en beperktheid van de gaven van de Geest. Het zegt: in het lijden zélf is de Geest werkzaam, in de dood zelf werkt het leven. Het zegt: er kan winst zitten in het lijden, ja zelfs in de dood. Een inzicht dat gevaarlijk misbruikt kan worden, maar m.i. wezenlijk is voor christelijk pastoraat.
Zo komt Paulus via zijn bezinning op geestesgaven tot een verdiept begrip van het werk van de Geest, waarbij lijden en dood niet buiten het werk van de Geest blijven, maar er deel van uitmaken. Deze stap (leven in de dood) zie ik Smouter in het boek eigenlijk niet maken. Lijden en pijn blijven staan onder het voorteken van een ‘helaas’ en ‘jammer’ en blijven zo eigenlijk buiten het werk van de Geest staan. Maar in het Nieuwe Testament lezen we zinnen als: ‘Houdt het voor enkel vreugde mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt…’ (Jakobus 1:2). ‘De apostelen verlieten het Sanhedrin, verheugd dat ze waardig bevonden waren deze vernedering te ondergaan omwille van de naam van Jezus’ (Handelingen 5:41). In charismatische kringen is voor deze stoutmoedige spiritualiteit te weinig ruimte.

Antwoord
Moeten wij net zo charismatisch worden de eerste christenen? Wij moeten niks. Wel mogen wij charismatische ervaringen net als zij verwelkomen als tekenen van Gods aanwezigheid en de komst van Zijn Rijk. We hebben ze meer dan nodig. Het boek van Smouter is er om ons dat in te prenten. Ik voeg er aan toe: als we maar bereid zijn om mee te bewegen in de ontwikkeling die door de Geest op deze manier in gang gezet wordt.

Ds. Job Smit MA uit Apeldoorn is als predikant werkzaam bij de Stichting Novel Zorg en Wonen in Heerde (verpleeghuis Wendhorst).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief