Heilige Grond
2010-05-14
Het Youth for Christ (YfC) hoofdkantoor in Driebergen ademt jongeren aan alle kanten. Rechts om de hoek bij de ingang is een muur volgespoten met graffiti. Ergens anders in de hal hangt een grote banner van één van de jongerenactiviteiten van YfC. Ik heb hier afgesproken met Corjan Matsinger, de schrijver van het boek: Heilige grond. Een erg mooi en sterk onderbouwd boek, de schrijver is duidelijk niet over een nacht ijs gegaan. Ik heb het in één adem uitgelezen. Bijna elke bladzijde schuurt en roept de kerk op om na te denken over de plek van jongeren in hun kerk. We nemen voor het interview plaats in ‘the upperroom’ van de eetzaal, met de hoop dat we er niet vroegtijdig uitgekickt worden.- Jaargang 54
- nummer 10
Als oud-studiegenoten met hart voor jongeren, hebben we niet veel nodig om het gesprek op gang te trekken.
‘Ik wilde niet een boek schrijven dat zich afzet, maar wel iets wat geboren is vanuit de praktijk, uit liefde voor kerk èn jongeren. Ik heb altijd op de rand geacteerd van de lokale kerk. Dat was in mijn tijd als jeugdwerker (PKN Zeist) ook mijn opdracht: ga ze opzoeken, want wij raken ze kwijt! Juist dat lopen op het randje was het leukste en spannendste. Dus het boek schuurt wel, maar niet vanuit het afzetten tegen iets.’
Het valt me op dat je veel verwacht van jongeren als leiders.
‘Zeist had geen volwassen jeugdleiders, dus ik moest aan de slag met twintigers en tieners. Waarvan verschillende gasten niet eens christelijk waren. Dat was mijn praktijk. Daar heb ik ontdekt dat zij Gods troefkaarten zijn.’
Ik vroeg me tijdens het lezen inderdaad af of het boek niet beter zo had kunnen heten: Gods troefkaarten. Ik vind dat wel een kernpunt in je boek.
‘Dat snap ik wel, alleen zit ik op dit moment meer in de fase van heilige Grond. Ik leer steeds meer sporen te ontdekken van Gods Geest in de postchristelijke jongerencultuur. Er is geen plek waar God niet is. Daar moeten we heen. Kijk alleen al eens naar de nieuwe bronnen van spiritualiteit: muziek, cultuur, stilte en omgaan met vrienden. Ik vraag me dan af: hoe vertalen we dat als kerk naar jongeren van nu. Je ziet steeds meer jongeren popmuziek gaan gebruiken als aanbiddingmuziek. Bijvoorbeeld nummers van U2. Dat zijn aanhaakpunten in de jeugdcultuur.’
Je bent dus een soort moderne Paulus die de jeugdcultuur beschouwd als het nieuwe Athene… ‘
Misschien wel ja. In het boek heilige grond zitten veel voorbeelden. Eén meisje zegt bijvoorbeeld ‘God is duisternis’ (p.109). Het is belangrijk om aan te sluiten bij de spiritualiteit van vandaag. Dat is soms een grensgevecht, want wanneer ga je over de schreef? Dat is het dilemma van de evangelist tegenover de herder. We moeten ons daarin wel bewust zijn dat het jeugdwerk van nu, de kerk van over vijftien jaar is. De impact van jongerenwerk op de kerk als geheel is niet te negeren.’
Nog één punt. Je waarschuwt voor de gevaren van de christelijke subcultuur. Waarom?
‘Ik wil geen oordeel vellen. Je hebt een veilige plek nodig, maar wel gericht om te participeren in de Missio Deï, Gods plan met deze wereld. Het moet geen geïsoleerde plek worden. Ik las een verhaal van een wiccan die bekeerd is. Erg mooi natuurlijk. Maar zij zegt: ik ben al mijn oude vrienden kwijt en heb nu een mooi Bijbelstudiegroepje. Dan hoop ik wel dat ze contact houdt met haar vrienden. Een transfer vanuit de duisternis naar het licht betekent nog niet een verhuizing van je leefomgeving.’
In geen tijden met zoveel plezier een boek over jeugdwerk gelezen.
Corjan Matsinger (2010), Heilige Grond; Buijten & Schipperheijn, Amsterdam; € 12,90.