Jezus en de goden

2010-05-14
  • Jaargang 54
  • nummer 10
Apologetiek houdt zich bezig met het verdedigen van de persoon en de boodschap van Jezus Christus, aldus de uit India afkomstige Ravi Zacharias. Hij schreef zijn boek Jezus en de goden om antwoord te geven op de volgende vragen: ‘Was Jezus wie hij beweerde te zijn? Is de christelijke claim van uniciteit een mythe? Kun je het leven van Christus bestuderen en overtuigend aantonen dat hij de weg, de waarheid en het leven was en is?’ (17)

Apologeet uit de derde wereld
Zacharias begint met te vertellen over zijn eigen zoektocht naar zin en waarheid, als rebelse zeventienjarige telg uit een voornaam geslacht. ‘Op een dag fietste ik langs een crematieplaats en stopte ik om aan de hindoepriester te vragen waar die persoon, van wiens lichaam er alleen nog een hoopje as over was, nu was. “Jongeman,” zei hij, “dat zul je je de rest van je leven afvragen, maar je zult nooit een antwoord vinden.” Als een priester er al niet meer van weet te bakken, dacht ik, hoeveel hoop is er dan voor een leek als ik?’ (26)
Na zijn bekering – ‘de Here Jezus was binnengekomen’ – veranderde Zacharias’ leven ingrijpend. Uiteindelijk zou hij een internationaal bekend apologeet worden, vanuit de overtuiging dat het geloof waar de Bijbel het over heeft ‘niet in strijd [is] met de rede’. (66) Tegelijk beklemtoont hij - in een aangrijpend hoofdstuk over het probleem van het lijden - dat geloven niet de conclusie is van een redenering. ‘In essentie is geloof een vertrouwen in de persoon van Jezus Christus en in zijn macht, zodat zelfs als zijn macht mijn doelen niet dient, mijn vertrouwen in hem overeind
blijft door wie hij is.’ (67)

Uniciteit van Jezus Christus
Na het inleidende hoofdstuk biedt Zacharias een geschakeerd zicht op de unieke persoon en boodschap van Jezus Christus. Alleen al zijn hemelse afkomst, maagdelijke geboorte en smetteloos leven zijn uniek in de wereldgeschiedenis (hoofdstuk 2). Maar er is nog veel meer. Zo begon Jezus niet aan zijn missie door zijn welvarende omgeving vaarwel te zeggen op zoek naar verlichting, zodat hij het antwoord zou vinden op de geheimen van het leven. Dat was de oorsprong van het boeddhisme. ‘Hij kwam niet om een bepaalde groep mensen een etnische identiteit te verschaffen, net als de mensen om hen heen hadden – dat soort redenen had de islam. Hij gaf geen enkel volk reden om trots te zijn op de ouderdom van hun cultuur of hun sterke sociale cohesie – praktisch alle pantheïstische culturen beroemen zich op hoelang ze al bestaan.’ (51)
Een ander aspect is dat in het christelijk geloof de persoon en de leer niet worden opgesplitst, zoals in andere religies wel het geval is. ‘Je hebt Mohammed en de Koran. Boeddha en het achtvoudige pad. Krisjna en zijn filosofie. Zoroaster en zijn zedenleer. (…) Je verwacht je hulp niet van Zoroaster; je luistert naar hem. Boeddha kan je niet bevrijden; zijn Edele Waarheden helpen je verder. Mohammed kan je niet veranderen; het is de schoonheid van de Koran die je aanspoort.’ Jezus echter legde niet alleen zijn boodschap uit, hij was identiek aan zijn boodschap. ‘Jezus wees niet alleen de weg. Hij zei: Ik ben de weg. Hij opende niet alleen nieuwe perspectieven. Hij zei: Ik ben de deur. Ik ben de goede herder. Ik ben de opstanding en het leven. Ik ben die er zal zijn. Hij biedt ons niet zomaar het brood dat leven geeft. Hij is het brood.’ (97)

Apologetische uitweidingen
Zacharias’ boek kent geen systematische opbouw. Een passage uit het Evangelie naar Johannes vormt telkens de opmaat tot een grote variëteit aan anekdotes, citaten, gedichten, weetjes, meditatieve stukjes, en uitweidingen van typisch apologetische aard. Zo gaat de auteur onder meer in discussie met het zogenoemde naturalisme. Dat wil zeggen de basisovertuiging dat alles – inclusief de mens, diens moraal en religie - volledig verklaard kan worden vanuit ‘natuurlijke’ (lees: evolutionaire) processen. Slagen ‘naturalisten’ erin het menselijk besef van goed en kwaad te verklaren en tegelijk recht te doen? Dat lukt ze beslist niet, meent Zacharias. ‘Er is geen enkele voorstander van evolutionaire ethica die heeft kunnen verklaren hoe een onpersoonlijke, amorele grondoorzaak via een nietmoreel proces een morele basis voor het bestaan zou hebben voortgebracht.’ (120)
De auteur laat zich tevens geregeld uit over andere godsdiensten en schrikt daarbij niet terug voor forse uitspraken. ‘Het boeddhisme wordt vaak heel simplistisch voorgesteld als een religie van medeleven en gedragsnormen’, schrijft hij bijvoorbeeld. ‘In werkelijkheid bestaat er waarschijnlijk geen geloofsstelsel dat ingewikkelder is dan het boeddhisme.’ (97)

Evaluatie
Op een zeer gevarieerde manier heeft Ravi Zacharias willen aantonen waarin Jezus Christus uniek is. Daarin is hij denk ik wel geslaagd, al vind ik het boek op tal van plaatsen wat oppervlakkig en van de hak op de tak. Tegelijk heb ik het lezen ervan als inspirerend ervaren en ik vermoed dat dit ook voor veel lezers van Opbouw zal kunnen gelden. Zijn boek laat zich typeren als één grote illustratie van wat deze Indiase apologeet verstaat onder geloven in Jezus Christus, namelijk ‘een cognitieve, hartstochtelijke en morele betrokkenheid bij datgene wat de kritische blik van het verstand, het hart en het geweten doorstaat’. (75)
Zeker de hartstocht is merkbaar in dit boek. Illustratief daarvoor is het door Zacharias aangehaalde gedichtje van Elizabeth Browning: De aarde barst van de hemel, / Elke simpele struik brandt van God; / Maar alleen wie ziet doet zijn schoenen uit; De rest zit eromheen en plukt bramen. (86)

Zacharias, R. (2009). Jezus en de goden. De betrouwbaarheid van de christelijke boodschap. Buijten & Schipperheijn / Motief, Amsterdam; 200p. € 17,50.

Drs. R.J.A. Doornenbal (1966) is docent in onder meer apologetiek aan de Academie voor Theologie van Christelijke Hogeschool Ede. In dat kader schreef hij Ma(i)len over de wereldreligies. In gesprek over het evangelie en andersgelovigen (Boekencentrum 2007).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief