Bid en dank voor de Turkse kerk

2010-05-14
  • Jaargang 54
  • nummer 10
Twee bolwerken staan de doorbraak van het evangelie onder de Turken in de weg: de islam en het nationalisme. ‘Een Turk is moslim en een Turk die christen wordt is een landverrader’ is de haast onwrikbare overtuiging. Maar we vertrouwen erop, dat God deze bolwerken zal slechten. Alle reden dus om in de Nacht van Gebed en de Zondag voor de Vervolgde Kerk (28, 29 en 30 mei) voor Turkije te danken en te bidden.

Er is in Turkije, met zijn rijke Bijbelse geschiedenis, weinig meer te vinden van de kerk van Christus. Van de 70 miljoen inwoners behoort 0,2% tot één van de christelijke minderheden. Het aantal etnisch Turkse protestantse gelovigen is nog veel kleiner: ongeveer 3000 mensen. Turkije is daarmee één van de minst bereikte landen ter wereld. Maar hun aantal groeit, en meer nog groeit de verwachting dat God hen voor grote dingen zal gebruiken.

Op 18 april 2007 werd de hele natie geschokt door de brute moord op drie christenen in Malatya. De islamitisch-nationalistische motivatie van de moordenaars werd in heel het land te kijk gezet door het contrast met de liefde en vergevingsgezindheid van de christelijke nabestaanden. De eerste scheur in het bolwerk! Sindsdien is er een gestage toename van mensen die contact zoeken.
De dag van de moord, 18 april, is uitgeroepen tot de jaarlijkse internationale gebedsdag voor de Turkse kerk.

Orhan Pýcaklar leidt een kleine gemeente in Samsun, een zeer nationalistische stad waar Atatürk in 1919 zijn onafhankelijkheidsstrijd begon. Hij schreef op 20 april jl. het volgende.
‘Dierbare vrienden in Jezus Christus, () Al tien dagen veroorzaakt een bloeddorstige bende ernstige onrust. () Ze hebben gedreigd dat ze een leider van de christenen zullen vermoorden om de regering in verlegenheid te brengen. Het is duidelijk dat mijn leven op het spel staat.
() Als ik omkom bid ik dat dit bemoedigende werk mag doorgaan. Mijn familie zal zeker de machtige steun van onze Heer hebben, evenals de gebeden van vrienden als jullie die ons voortdurend hebben gedragen in voorbede. Dit is onze enige en betrouwbare toevlucht.’
In navolging van dit vertrouwen mogen ook wij voor Turkije bidden.

Nederlands werk in Turkije
De verspreiding van het evangelie in Turkije begon met een Nederlands initiatief. In 1666 vroeg de Nederlandse ambassadeur aan de hoofd-vertaler van de Sultan om de Bijbel in de Osmaans-Turkse taal te vertalen. Hij stuurde het manuscript naar Nederland om het te laten drukken maar daar raakte het zoek. Uiteindelijk werd de Bijbel pas in 1827 gedrukt!
Ook vandaag de dag spelen Nederlandse christenen een heel bescheiden rol in Turkije. Frits en Monique van de Kerk werkten van 2000 tot 2006 in het retraitecentrum Tatil Evi. In die periode en nu nog zijn alle Nederlandse werkers in het land op de vingers van één hand te tellen.

Gebed
Bid, dat de Heer
• nationalisme en islam ontwapent en voor de ogen van het Turkse volk te kijk zet (Kolossenzen 2:15)
• Zijn Geest uitstort en de dromen vermenigvuldigt waarmee Hij zich aan veel Turken openbaart (Handelingen 10:3)
• de Turkse christenen toerust om het evangelie te verkondigen en de oogst binnen te halen die we hoopvol verwachten (Lukas 10:2)
• Nederlandse christenen Zijn liefde voor het Turkse volk in het hart geeft zodat we bidden, geven en gaan (Romeinen 10:14)
• de bureaucratische weerstanden tegen het conferentiecentrum Tatil Evi verbreekt zodat het huis weer kan worden gebruikt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief