Zijn de Geestesgaven scheppingsgaven?

2007-05-25
  • Jaargang 51
  • nummer 11
Smouters boek over de Geest heeft een heldere hoofdlijn. Die gaat ongeveer zo: vanaf de schepping werkt de Geest aan de realisering van Gods plannen en dat werd herstelwerk, toen het mis ging tussen God en mens. Met Jezus op aarde konden mensen zien hoe God de mens bedoeld had. De Geest verbindt ons vervolgens zo met Jezus Christus, dat Hij ons herstelt overeenkomstig Gods oorspronkelijke bedoelingen. Dat werk van de Geest wordt op de nieuwe aarde voltooid.

In dat traject komen ook – hoe kan het anders - de gaven van de Geest in beeld. Zoals de gave van genezing, tongentaal, uitwerping van demonen. Het opvallende is nu, dat deze gaven van de Geest volgens Smouter geen noodmaatregelen zijn, maar oorspronkelijke scheppingsgaven. God gaf ze bij de schepping aan de mens, ze gingen helaas verloren door de zondeval, maar in verbondenheid met Christus herstelt de Heilige Geest de toegang tot deze gaven. Daarom zijn die gaven van de Geest niet bovennatuurlijk van aard, maar natuurlijke scheppingsgaven.
Ze vormen de noodzakelijke toerusting van de mens om zijn ‘koninklijke’ opdracht (p. 69) uit te kunnen voeren.
Smouter schrijft: 'Dat was allereerst de gave om te luisteren naar God en met hem te spreken; al het andere hing daarvan af. Gaven van wijsheid en kennis zijn daar nauw mee verbonden. Maar als ik me voorstel hoe het is om te werken in de cultuuropdracht maar zonder zwoegen en sloven, dan kan ik me heel goed indenken dat daar ook de macht en het gezag over wind en zee, demonen en ziekten bij hoorden.' Ik vind het een intrigerende gedachte dat de Geest ontsluit was God al in de schepping heeft gelegd. Toch heb ik nogal wat vragen bij deze gedachtegang.

Paradise lost
Laten we proberen deze zienswijze iets meer helder te krijgen en ik kies dan de gave van genezing als voorbeeld (zoals de schrijver zelf ook doet). Toen God de eerste mens had geschapen (Genesis 2:7) gaf Hij hem een speciale tuin als woonplaats met daarin o.a. de boom des levens. Na de zondige keus van Adam en zijn vrouw werden zij uit deze tuin verdreven om te voorkomen dat de mens van die boom zou eten (Genesis 3:22-24). Volgens ds. Smouter is dat het moment waarop die bijzondere scheppingsgaven voor de mens werden afgegrendeld. Engelen bewaakten de toegang met een vlammend zwaard. Smouter zegt het zo: 'In deze beeldende taal zie ik uitgedrukt dat de koningsgaven die God ons had gegeven om over de schepping te heersen, door de zonde niet zijn verdwenen, maar toegesloten' (p. 70).
Daarom is de gave van genezing niet iets bovennatuurlijks en was ziekte niet normaal in het paradijs (p. 71).
Ik krijg de indruk dat de schrijver met dat laatste bedoelt dat de eerste mensen wel vatbaar waren voor ziekte, maar het niet werden, omdat ze in koninklijke tuin van God leefden als zijn vrienden. Mogelijk dat de vruchten van de boom des levens hen beschermden tegen ziekte (zoals in Openbaring 22:2)? Deze gedachtegang – wel vatbaar, geen ziekte – zou goed aansluiten bij het gegeven dat wij over een geweldig immuunsysteem beschikken. Er is een slagorde van ‘strijders’ om ons lichaam te verdedigen tegen ziekten. Ik kan me niet voorstellen dat God dat pas aan de mensen gegeven heeft na de zondeval. Dat zou namelijk een aardige herschepping van ons DNA en lichaam betekend hebben. In dat licht zou ook de gave van genezing een scheppingsgave kunnen zijn geweest.

Speculatief?
Speculatiever vind ik de schrijver in zijn spreken over de koningsgaven, waaronder het gezag over wind en zee. Ik vind dit een soort terugprojecteren van Jezus' wonderen op de oorspronkelijke mogelijkheden van de mens – voor de zondeval. Smouter stelt – enigszins zuchtend? – dat de mens met die oorspronkelijke uitrusting niet zou hoeven te zwoegen en zweten bij het uitvoeren van zijn cultuuropdracht. Ik wil niet oneerbiedig zijn, maar het lijkt mij dat ons zwoegen en zweten toch vooral verminderd is door allerlei technische snufjes en niet door de bijzondere gaven van de Geest.

Alternatieve geneeswijzen
De gedachte dat de gaven van de Geest in feite oorspronkelijke scheppingsgaven zijn, gebruikt de schrijver voor zijn visie op alternatieve geneeswijzen (hoofdstuk 11). Hij begint met de constatering dat ook niet-christenen wonderbaarlijke genezingen doen. Omdat sinds de zondeval gezondheid geen normale situatie meer is, zoekt de mens naar genezing.
Volgens de schrijver kan dat op twee manieren. Op oosterse wijze ploeteren om de krachten van het paradijs terug te vinden òf op westerse manier ploeteren om te overleven zonder die krachten (p. 143). Bij oosterse geneeswijzen moeten we dan denken aan Reiki, magnetiseurs en dergelijke, waarbij verborgen krachten worden toegepast.
Als ik het goed begrijp bedoelt de schrijver dat de oorspronkelijke scheppingsgaven – die na de zondeval vergrendeld werden voor de mensen – op een of andere manier tóch door alternatieve genezers (deels) ontsloten kunnen worden. De grote vraag is dan toch: hoe krijgen zij die toegang, buiten het geloof in Christus en het ontsluitende werk van de Heilige Geest om?

Rovers
Het merkwaardige is dat ds. Smouter niet ingaat op de vraag hoe alternatieve genezers toegang weten te krijgen tot de scheppingsgaven. Maar hij schrijft wel hoe de duivel zich toegang verschaft, namelijk op een onrechtmatige manier. Toch vindt ds. Smouter dat we de alternatieve geneeswijzen niet bij voorbaat aan de duivel mogen toeschrijven en hij wijst het gebruik van alternatieve geneeswijzen niet zonder meer af. Het belangrijkste lijkt te zijn of je ervoor kunt bidden en danken. Ik zou scherper willen zeggen dat veel alternatieve genezers zich kennelijk op een onduidelijke en onrechtmatige manier toegang verschaffen tot gaven die God ooit heeft afgegrendeld. In feite zijn dat dus rovers. Met de beste bedoelingen, dat geloof ik wel. Om die reden zou ik mij maar verre houden van Reiki, magnetiseurs wat dies meer zij. Tenzij deze mensen nadrukkelijk belijden dat Jezus Heer is en dat zij zich onderwerpen aan de leiding van de Heilige Geest. Maar ja, of ze dan nog aan dit soort praktijken willen meewerken? Voor reguliere artsen zou ik die strenge eis niet stellen. Zij maken namelijk gebruik van scheppingskrachten die voor ieder mens in principe toegankelijk zijn en waarvan wetenschappers allerlei wetmatigheden hebben ontdekt.
Natuurlijk is ons verstand verduisterd door de zonde en kan er mede daarom veel misgaan. Toch zijn het geen scheppingsgaven die God afgegrendeld heeft. Daarom heb ik meer vertrouwen in een pil of een medische behandeling dan in alternatieve genezers die verborgen krachten blootleggen.

Scheppingsgaven?
Ik probeer tot een conclusie te komen. Deels zouden de gaven van de Geest al aan de mensen gegeven kunnen zijn bij de schepping. Dan denk ik vooral aan wijsheid en de fijngevoeligheid om naar God te luisteren – gaven die direct verband houden met de Vaderkind relatie. Van andere gaven betwijfel ik of dat oorspronkelijke scheppingsgaven zijn. Genezing, tongentaal, uitdrijven van demonen – is dat denkbaar in het paradijs?
Tenslotte zit me nog één zin dwars uit dit mooie boek. Smouter schrijft: 'Ik ben ervan overtuigd dat de christelijke kerk meer gelovigen kwijtgeraakt is aan de academische wetenschap dan aan het alternatieve circuit' (p. 144). Ik zie dat anders. Zouden christelijke studenten niet eerder weg gedwaald zijn van kerk en geloof door het ontbreken van een toereikend christelijk antwoord op de ontwikkelingen binnen de wetenschap, dan door de wetenschap zelf? Ik zou liever de hand in eigen boezem steken.

Dr. Rolie Barth is predikant van de Nederlands Gereformeerde kerk van Baarn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief