Terloops

1995-05-05
  • Jaargang 39
  • nummer 9
Joodse indrukken
De vorige keer haalde ik enkele gedeelten aan uit aantekeningen van een jood, die in Zaltbommel werd geboren, daar en elders ondergedoken zat en zo de oorlog overleefde. In zijn aantekeningen maakt hij nog een aantal opmerkingen over het anti-semitisme, dat na het einde van de oorlog beslist nog niet verdwenen was. Ik citeer:

Bij niet-joden was er vrijwel geen begrip of medegevoel
(nl. inzake de specifieke problemen, die joden hadden door hun ervaringen tijdens de oorlog - v.W.). Pas in 1960, vijftien jaar tie de Duitse capitulatie, werd voor het eerst in wijdere kring aandacht besteed aan het lot van de joodse Nederlanders.
Op de televisie was de documentaire van dr. Lou de Jong te volgen, getiteld 'De Bezetting'. Daarin werden de verschrikkelijke gruwelen van de nazi's getoond. Voor veel Nederlanders gingen eindelijk de ogen open. Toch was het nog maar een begin van de publieke bewustwording. Lang niet iedereen had televisie ... '

Hij wijst dan verder op de houding van de christelijke kerken, die in een aantal gevallen veel te wensen overliet.
Zijn verwijt in dit opzicht geldt vooral de rooms-katholieke kerk onder leiding van het Vaticaan. Ik sprak er met hem over, dat met name gereformeerden tijdens de oorlog veel voor de joden hebben gedaan. Een joods gezin uit Zaltbommel zat op verschillende adressen ondergedoken, maar op één na waren het allemaal gereformeerde gezinnen. Het verhaal gaat verder:

"Bij een sollicitatie voor een post op de meubelafdeling van Vroom en Dreesman in Utrecht, werd mij door de personeelschef te verstaan gegeven, dat 'er al genoeg joden in het filiaal werkten'. Bij de kinderloze echtgenote van een huisarts in Brabant was ik bij wijze van spreken kind aan huis. Ik had er niet alleen een goede klant (hij handelde in textiel- v.W.), maar ik bleef er zelfs wel eens lunchen. Op een dag werd er een jonge priester binnengelaten, terwijl ik op bezoek was. We werden aan elkaar voorgesteld: "Dit is ..., een jood, maar een goeie."

Ondergedoken
Toen de dreiging voor de joden tijdens de oorlog steeds groter werd, besloten twee joodse gezinnen uit Zaltbommel onder te duiken. Ze bleven dicht in de buurt, nl. in een hotel-restaurant in het centrum van de stad. Eén gezin woonde zelfs tegenover het hotel! Het hotel pand was een samenvóeqsel van twee panden met hoogteverschillen.
Hierdoor kon een ruimte worden gemaakt.
Mijn vriend maakte over zijn verblijf daar aanteken ingen:

"In het hotel werden we 'geïnstalleerd' in de kleine ruimte pal onder het schuine dak, je kon daar alleen komen met behulp van een laddertje. Een wasmogelijkheid was er evenmin als een toiletvoorziening. Voor dergelijke behoeften moest steeds weer iets georganiseerd worden. Beneden ons optrekje was een gang die langs de hotelkamers liep. De meeste van die kamers waren in gebruik bij ingekwartierde Duitse soldaten. We spraken dus altijd op fluistertoon. Om de grenzeloze verveling enigszins te weerstaan, werden kranten en boeken gespeld.
Ik herinner me, dat ik 'De goede aarde' van Theun de Vries minstens twee keer heb gelezen. Ik probeerde ook wat te tekenen en schreef op wat me de moeite waard leek. We kregen andere roepnamen: Moeder werd Truus, vader werd Jan en ik Piet. Achternaam: Jansen. "

Voor het geval dat er een overval zou komen werden vluchtoefeningen gehouden.

Nu en dan werden vlucht-oefeningen voor alarmsituaties uitgeprobeerd. Het hotel was ooit eens vergroot door er een naastgelegen pand bij te trekken .
.De zolders van het aangekoppelde pand ~en van binnenuit niet meer bereikbaar en zouden dus in geval van nood een bijna onvindbare schuilplaats kunnen zijn.
Op een middag probeerden we met behulp van een stevige plank tussen de twee schuine dakramen van de ene naar de andere zolder te komen. Zittend op de verende plank zouden we van dakraam naar dakraam wippen.
Mijn vader raakte echter midden op de plank uit het ritme. Hij kreeg een paar tikken tegen zijn achterste en bleef tenslotte radeloos halverwege zitten.
Met veel moeite wist hij achterwaarts weer terug te komen. Daarmee werd het vluchtexperiment als onbruikbaar afgekeurd. "

Als dagverblijf hadden de ondergedoken joden kamer 10 aan de voorkant van het hotel. dus tegenover de eigenlijke woning van de ene familie. Ze konden zien wie spullen uit hun woning en winkel haalden en na de bevrijding werd dat alles keurig teruggevorderd.
Ook zagen we op een dag de auto van de andere familie door de straat gaan:

"Onze Chevrolet zagen we door de straat weggesleept worden achter een paard. Voordat we onderdoken had ik een paar handen vol suiker in de benzinetank laten glijden, zodat de motor onmiddellijk zou vastlopen als die werd gestart."

De volgende keer het verhaal van de overval op het hotel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief