Hij heeft er alles voor over!
1995-07-14
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die.- Jaargang 39
- nummer 14
Vergissing
De bij ouderen bekende prof.dr. J.H. Bavinck ('de zendingsman') schreef eens over die merkwaardige ervaring: je zit op het station in de trein te wachten op vertrek; direct naast je kijk je in een andere trein; op een gegeven moment denk je: we gaan rijden, maar dan blijkt dat de ándere trein is gaan rijden.
Aan die vergissing knoopt Bavinck dan de opmerking vast: mensen zeggen nogal eens, dat God zo ver is (bv. 'blijf bij mij, Heer' in een bekend gezang), terwijl het juist andersom is: mensen gaan bij God weg.
Die omkering: niet God is ver, maar wij zijn ver bij Hem vandaan gegaan, speelt ook een rol in het gedeelte Matth. 13 vs 44-46.
De context van deze verzen
Het is van belang te letten op de opbouw van dit gedeelte. Vier gelijkenissen (onkruid/schat/parel/sleepnet), waarvan onkruid/sleepnet bijeenhoren, en schat/parel een paar vormen. De kern (schat/parel) wordt omringd door onkruid/sleepnet.
In onkruid/sleepnet is het probleem van het kwade aan de orde: wat zou je graag nu al orde op zaken willen stellen, nu al willen uitzuiveren. Maar, zo zegt de Here Jezus, dat komt pas op de jongste dag. Het koninkrijk is nu nog een verzameling van goede en slechte dingen. Daar moeten de volgelingen van de Here Jezus mee leren leven. (En hoe moeilijk is dat!)
Maleachi
De in onkruid/sleepnet gebruikte beelden rond de jongste dag (vurige oven voor onrechtvaardigen, stralende zon voor de rechtvaardigen) zijn ontleend aan Maleachi 3/4. Ook in Maleachi is de bange vraag aan de orde: waarom doet God niets aan het groeiend onrecht? Het antwoord is: er komt een dag van oordeel en recht! Zoals onkruid/sleepnet tegen de achtergrond van Maleachi gelezen moeten worden, zo ook schat/parel. Duidelijk is dat in beide gelijkenissen het 'eigendom mogen noemen' centraal staat. Bij de 'schat' levert dat ons vandaag vragen op (bv. was dat wel eerlijk?) maar in die samenleving en rechtsorde was dat volkomen legaal. Teruglezend in Maleachi (rond 4 vs 17) stuiten we eveneens op 'eigendom'. De HERE zegt van de rechtvaardigen: ze zullen Mijn eigendom zijn.
ZIJN eigendom
Zo zal in schat/parel ook bedoeld zijn: de HERE verlangt naar het moment waarop Hij de rechtvaardigen 'Zijn eigendom' kan noemen. Daartoe moet Hij alles geven wat Hij heeft. Wij weten uit het evangelie, dat de HERE dat ook gedaan heeft. Hij hééft alles gegeven wat Hij had, om ons Zijn eigendom te mogen noemen: Zijn Zoon Jezus Christus.
De afstand die gevoeld wordt tussen Hem en ons is dan ook eerder door ons veroorzaakt dan door Hem. Laten we niet de vergissing waarover Bavinck spreekt, maken! De gelijkenissen bedoelen dan ook niet ons op te roepen, alles voor de HERE over te hebben (hoezeer dat óók een bijbelse boodschap is; alleen in dit gedeelte niet aan de orde), maar willen ons in moeilijke dagen troosten met de hartverwarmende boodschap dat de HERE er alles voor over heeft (gehad) om ons tot de Zijnen te maken. Met minder troost behoeven wij niet verder!