De mens en de schepping (2)

1995-05-19
  • Jaargang 39
  • nummer 10
De zondeval
Adam en Eva. In hen herkennen we iets van onszelf en van de mensheid als geheel. God confronteert hen met een boom. Die heet de boom der kennis van goed en kwaad. Deze boom staat voor de keuze. Een mens ontkomt niet aan de keuze, want hij is immers gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis en dat geeft hem inzicht en verantwoordelijkheid. Dat is inherent aan het mens-zijn.
Dieren rennen hun instincten en begeerten achterna en eten elkaar op en ook binnen de soort kunnen dieren wreed zijn, maar mensen zijn geroepen om anders te zijn, om maar niet als de dieren te zijn.

De boom des levens staat voor het doen van Gods wil, voor gehoor geven aan wat Hij zegt. De boom der kennis van goed en kwaad is dan het alternatief.
Het is de deur naar buiten, uit het huis van de Vader. Zie de gelijkenis van de verloren zoon. Die wilde het onderhand zelf weten en volwassen zijn. Hij wilde zelf de wereld wel eens verkennen, maar kwam er achter dat die vol dorens en distelen zit.
Adam, de mens(heid), maar ook ikzelf, wil de schepping voor eigen rekening ingaan en beheersen. Alsof hij zelf God was wilde hij de schepping gaan ontwikkelen, verder en verder. Het is dan ook geen toeval dat de schepping juist in de persoon van dat meest ontwikkelde dier, de slang, hem lonkt en uitnodigt: doe het maar. De schepping vraagt er bij monde van de slang zelf om.
Adam heeft zich niet tot God gekeerd, maar van Hem afgekeerd en is verboden gebied binnengegaan. Net als een kind dat alleen de huiskamer ingaat om op ontdekking uit te gaan. Daar ligt zoveel dat a.h.w. vraagt om ontdekt en uitgeprobeerd te worden, maar er zijn gevaren. De ouders waarschuwen daar ook voor ('even wachten!'), want zo'n kind moet niet omgaan met een stopcontact of met een heet strijkijzer.
Daar zitten mogelijkheden en krachten waar een kind geen weet van heeft en die zich tegen hem kunnen keren.
Alleen vader en moeder kunnen met die dingen omgaan zonder ongelukken (hoewel, soms....). Dat is eigenlijk de situatie van Adam en Eva.
Er ligt daar een wereld open met veel uitdagingen en mogelijkheden. Maar de Here zegt: "Wacht nu even. Ga niet zonder Mij. Kom naar Mij toe en luister eerst even."
Wachten.
Niet voortijdig op eigen houtje gaan exploreren. Immers ook de schepping heeft een gebruiksaanwijzing die je eerst moet lezen.
Wachten zoals de Here Jezus dat ook deed. Hij wilde niets doen zonder zijn hemelse Vader. Had de mens nu gewacht op zijn Schepper en naar Hem geluisterd, dan had hij de schepping in mogen gaan met goddelijke zegen, met God aan zijn zijde, maar dat wilde hij niet. Hij had genoeg aan zichzelf en wilde alleen over de aarde heersen en alles daarin vermeerderen voor eigen rekening.
De Schrift waarschuwt dat je dan een goddeloze wordt met als kenmerk dat je geen rust, geen vrede kent. Altijd maar worden voortgejaagd door je drang naar meer, door je ontevredenheid (Jesaja 57:20,21). Hoe waar en hoe profetisch is de Schrift inderdaad!
Immers, wij, Adam, hebben inderdaad kennis vermenigvuldigd, we hebben onze heerschappij over vele dingen weten te vestigen en we zijn op jacht naar nog meer en meer: meer winst, meer oplagen, meer produktiviteit, meer bekendheid.
Maar is de wereld daar nu werkelijk beter van geworden? Nee, want 'meer' gaat altijd ten koste van iets of iemand anders. Wat voor de ene winst is, wordt bij een ander als verlies afgeschreven.
Denk aan de situatie rijke en arme landen. Veel weten, veel vooruitgang en ontwikkeling. We kunnen het eigenlijk niet aan en we roepen soms krachten op die we zelf niet in de hand hebben. We denken licht te brengen met onze kennis en vooruitgang, maar er komt net zoveel duisternis bij.

Hier steekt onze onmacht af bij Gods macht, want Hij kan licht en duisternis wel uit elkaar houden en Hij weet water en land doeltreffend te scheiden wat ons ook niet altijd lukt. God de Schepper kan de geweldige krachten in de schepping aan. Adam en Eva niet. Wat Hij in de hand houdt, loopt ons uit de hand. Daarom die waarschuwing dat als ze van de boom zouden eten, zouden sterven.
Nobel had het dynamiet ontwikkeld met de bedoeling dat het voor goede doeleinden zou worden gebruikt: tunnelbouw door de bergen bijv. Evenzo Oppenheimer. Men ging zijn werk gebruiken voor oorlogsdoeleinden met als resultaat de atoombom. Ook een kerncentrale zoals in Tsjernobyl was gebouwd ten nutte voor de mensen, maar het keerde zich tegen hen.
Wij doen in onze eeuw diezelfde ontdekking die alle culturen en oude volkeren voor ons al hebben gedaan: het loopt ons uit de hand. De dood komt mee. En deze aloude wijsheid die vinden we al in de Heilige Schrift, het woord van de eeuwige God. Maar we vinden daarin ook het getuigenis van een heel ander mens, een andere, nieuwe Adam. Dat is Jezus van Nazareth.
Hij loopt op het stormachtige meer en zelfs de storm gehoorzaamt Hem. Hij is blijkbaar de Heer van licht en ook duisternis en zijn troon staat boven de watervloed. Immers, God was met Hem! Christus kan alle machten aan de lijn houden en dan doen ze geen kwaad. Hij alleen kan de hoogspanning in de schepping de baas.
Ja, God was met Hem, zelfs tot in de dood en die kon Hem dan ook niet vasthouden. Maar Job kan de Leviathan en de Behemoth echt niet temmen.
Probeer het maar niet!

"Het was zeer goed"
En toch is de schepping door God goed gemaakt (Genesis 1:31). Dat er de klad in is gekomen ligt niet aan Hem, maar aan eigenwijze mensen die het beter meenden te weten dan de Schepper Zelf.
Zo zien we dat na de zondeval de harmonie wordt verstoord allereerst tussen God en de mens. Dat is zonde.
De man geeft God de schuld dat Hij de vrouw heeft gegeven (Gen. 3:12). Een onlogische opmerking die me doet denken aan het volgende voorbeeld dat ik niet van mijzelf heb, maar dat ik eens in een boekje (ik weet niet meer van wie) heb gelezen. Een man geeft een gebroken spiegel terug met het excuus: "Ten eerste heb ik nooit een spiegel van u geleend; ten tweede was-ie al kapot toen ik 'rn kreeg; ten derde heb ik 'rn hee1 teruggegeven."
Veel mensen zeggen tegen God: "Ten eerste heb ik niets met U te maken.
Ten tweede hebt U mij zo geschapen, dus wat kan ik er aan doen? Ten derde heb ik helemaal geen zonde gedaan."
Vervolgens wordt de vrede tussen man en vrouw verstoord: de man zal over haar heersen. Helaas, het recht van de sterkste dat in de dierenwereld heerst, gaat nu ook heersen tussen mensen, te beginnen bij man en vrouw. Daar blijft het niet bij. want later zal Lamech iedereen die hem te na komt, doodslaan (Genesis 4:23,24).
Nu worden de mensen toch bijna als de dieren: ze gaan ook hun driften en begeerten gehoorzamen terwijl ze daar over zouden moeten heersen.
Ook de aardbodem waarop we leven, zal naast zegen ook vloek voortbrengen.
Van het land Kanaän wordt heel beeldend gezegd: "Het land toch werd verontreinigd en Ik vergold daarna zijn ongerechtigheid, zodat het land zijn inwoners uitspuwde" (Leviticus 18:25).
Onze zonden zijn voor de aarde letterlijk onverteerbaar. Na de zondeval lopen goed en kwaad door elkaar, tarwe en onkruid groeien samen op en we leven in de duisternis. Zo hebben we goed en kwaad leren kennen. maar niet op een fijne manier. Dat is nou zonde. Dat wat Paulus verzucht, dat het goede in hem altijd gepaard gaat met evenveel kwaad. Hij kan dat niet uit elkaar krijgen. En het uiteindelijk resultaat van alles bij elkaar opgeteld is de dood. Dat is dat we zelf ook instorten, net als de schepping.

Alles wordt nieuw
Toch is er redding, want Jezus is de enige mens die die verboden deur wel dicht heeft gelaten en juist daarom mag Hij de schepping ingaan en in bezit nemen (Psalm 24). Hij heeft vrede gemaakt tussen God en Adam.
In Hem komen al die lijnen die kriskras door elkaar lopen weer bij elkaar. Dat doet Hij door zijn liefde die zoekt en vindt. Colossenzen 1:19,20: "Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruizes, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is."
Het kwade verstoort niet meer het goede en het licht wordt niet gehinderd door de duisternis en de zee kent zijn plaats en strijdt niet langer tegen het land. Hemel en aarde zelf, die als eerste worden genoemd in Genesis 1, worden ook met elkaar verzoend als bruidegom en bruid. Dat is: Christus ontmoet zijn bruid.
Om het dichterbij te brengen: Dit nieuwe werkt nu ook al onder ons en in ons. Door Christus leren we onze krachten niet meer tegen elkaar, maar met elkaar te gebruiken en dan komt er een kracht vrij die helend en genezend werkt. De Heilige Geest deelt Christus gaven en schatten uit tot opbouw van de gemeente.
Onze krachten en mogelijkheden wenden we niet slechts voor onszelf, maar voor elkaar aan en dan ontstaat er iets nieuws: een gemeente, een lichaam.
Het geheel wordt meer dan de delen.
Zo zien we al iets gebeuren van Genesis 1:26-28en van het algeheel model van dat eerste hoofdstuk van Genesis.
Maar meer nog, vooruit blikkend zien we in het laatste bijbelboek een nieuw en nog schitterender beeld oplichten.
Jezus komt en Hij maakt alle dingen nieuw op een vernieuwde aarde. Hij heeft de roeping waargemaakt om te heersen en alles aan Zich te onderwerpen en uiteindelijk zal ook Hij Zich onderwerpen aan God de Schepper van hemel en aarde (1 Corinte 15:23-28).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief