Dit kan zo echt niet
1995-05-19
Broeder Veenstra ging recht op zijn doel af. Dat doel was dominee De Vries. Hij zou de dominee eens even van zijn klacht op de hoogte stellen.- Jaargang 39
- nummer 10
Met een stevige pas liep hij op de predikant af. "Dominee, zo vervreemdt u van de gemeente!"
"Hoe bedoelt U?" vroeg de dominee.
"Precies zoals ik het zeg, als u zo doorgaat, gaat het helemaal mis, dan vervreemdt u van de gemeente!"
"Ik begrijp toch niet wat u bedoelt", zei dominee De Vries, "vertelt u eens verder.' , Broeder Veenstra was ervan overtuigd dat de dominee wel begreep waar hij het over had. Zou hij hem nu uit zijn tent willen lokken? Was dit een valkuil?
Je wist het immers maar nooit met die jonge predikanten. Hij wist zich niet helemaal een houding te geven. Zou de dominee het werkelijk niet begrijpen? Maar het was toch zo duidelijk als wat dat dit zo niet kon?
De dominee was moe na een intensieve zondag, maar hij bleef rustig en vriendelijk. Hij vatte zijn vraag nog eens op een andere manier samen.
"U bent het niet met mij eens, maar ik weet niet waar u boos over bent. Kunt u me dat toch nog even uitleggen?"
Broeder Veenstra twijfelde nog even over zijn reaktie. Hij was immers niet boos, hij vond alleen dat het zo niet kon. Toen zei hij: "Dat u zomaar in de kerk zo'n toneelstuk opvoert."
"Ik begrijp het", zei de dominee, "u bent het er niet mee eens dat ik een stukje van mijn preek op een andere manier heb uitgelegd."
"Ja," zei broeder De Vries, "want zo raakt u vervreemd van de gemeente.
Hebt u daar nog nooit last mee gehad in uw eigen gemeente?"
"Nee", zei de dominee, "in mijn eigen gemeente heeft tenminste nog nooit iemand er iets van gezegd dat ik af en toe op deze manier een voorbeeld geef".
"Vreemd", reageerde broeder Veenstra, en zijn gezicht verraadde enig ongeloof, "het kan toch niet anders dan dat anderen u er ook hebben gewezen dat dit zo niet kan."
"Nee, ik heb het echt nog niet van iemand anders in mijn gemeente gehoord.
Jammer dat u er moeite mee hebt."
Dat antwoord was toch niet helemaal de bedoeling van broeder Veenstra.
Hoe kwam de dominee er nu bij dat hij er moeite mee had? Nu kreeg hij ook nog de schuld, alsof het aan hém lag.
De dominee had toch een toneelstuk opgevoerd en hij toch niet?
"Het gaat niet om mij", verweerde broeder Veenstra zich, "er zijn heel veel mensen die er moeite mee hebben, ik hoor dat overal. Dit kan zo echt niet."
"Broeder, ik zal proberen om er rekening mee te houden dat er mensen zijn die er moeite mee hebben. Maar ik had het echt nog niet eerder van iemand gehoord."
Het leek een aardig antwoord van de dominee; hij zou immers rekening proberen te houden met deze verontruste broeder. Maar broeder De Vries bleef verontrust. Nu dacht de dominee weer dat het aan hém lag. Alsof hij er moeite mee had. Maar zo zou de dominee overal ruzie krijgen. En dat had hij hem nu verteld, hij had hem gewaarschuwd voor de gevolgen.
Waarom zei de dominee dan dat hij er moeite mee had?
"Dominee, ik kom nogal eens ergens, en ik hoor ook wel het een en ander.
En dit kan zo echt niet, dat moet u toch weten. Verder hoef ik u niets uit te leggen."
Met grote passen beende broeder Veenstra weg in het donker. Hij had het tenminste gezegd. Aan hém lag het niet....