Doopformulier

1995-05-19
  • Jaargang 39
  • nummer 10
(herziene versie) van ds. G. van den Brink

Gemeente van onze Here Jezus Christus, Het bevel om te dopen heeft de Here Jezus gegeven toen Hij sprak: Gaat dan heen, maakt alle volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Het water van de doop duidt op afwassing. De Here wast alles wat boos is van ons af. Dat is een belofte. Hij zegt: zoals Ik je van buiten was, zo was Ik je van binnen. Zo zeker als Ik je van buiten was, zo zeker was Ik je van binnen.
Geloof je dat?
Omdat wij in de Naam van de Drieënige God gedoopt worden krijgt deze belofte een drievoudige inhoud.
Als God de Vader ons wast, belooft Hij: Ik zal je Vader zijn en Ik zal voor je zorgen.
Geloof je dat?
Als God de Zoon ons wast, belooft Hij: Ik maak je één met mezelf, zodat mijn leven jouw leven, mijn dood jouw dood, mijn offer jouw offer, mijn opstanding jouw opstanding en mijn hemelvaart jouw hemelvaart wordt. Geloof je dat?
En als de Heilige Geest ons wast, zegt Hij: Ik beloof dat Ik in je wonen zal en dat Ik de gemeenschap verzorgen zal tussen jou en de Vader en de Zoon.
Geloof je dat?
Nu weten we allen dat bij een verbond twee partijen betrokken zijn. God is de Belovende en de Gevende. Hij verwacht van ons, dat wij de ontvangende en gelovende partij zijn. Geloven is: Hem laten zijn, die Hij voor ons zijn wil; zodat we Hem liefhebben met heel onze ziel, heel ons verstand en met alle kracht.
Wat onze kleine kinderen betreft: de doop maakt duidelijk, dat zij wedergeboorte nodig hebben. Maar de Here hoeft niet te wachten met Zijn verbond tot zij alles kunnen begrijpen en aanvaarden.
Zonder het te weten hebben ze deel aan de menselijke schuld en vloek en zonder dat ze het weten neemt de Here hen met hun ouders op in Zijn gemeente. Precies zoals Hij de kleine kinderen van de Israëlieten met hun ouders meenam door de Rode Zee, zonder dat die kleintjes het zich bewust waren. Dat zegt de Schrift bijvoorbeeld als de Here tot Abraham zegt: Ik ben uw God en de God van uw nageslacht. En de apostel Petrus zegt op de Pinksterdag: voor u is de belofte en voor uw kinderen. De Here Jezus heeft dat tot uitdrukking gebracht toen Hij zei: laat de kinderen tot mij komen en verhindert ze niet, want voor zulken is het koninkrijk der hemelen. Daarna sloot Hij ze in zijn armen en zegende hen.
We moeten er ook op letten dat het Oude Testament en het Nieuwe op gelijke wijze spreken over zegeningen, geschonken in gezinsverband. Zo ging Noach in de ark met zijn huis (= gezin).
Abraham mocht en moest allen besnijden, die in zijn huis waren. En voortaan alle jongetjes wanneer ze nog maar acht dagen oud waren! Saul werd uitverkoren met zijn huis. David werd gekozen en de zegen kwam over zijn huis. Obed-
Edom werd gezegend met zijn huis.
Precies zo spreekt het Nieuwe Testament over de doop. Lydia, de verfverkoopster, werd gedoopt met haar huis.
De gevangenbewaarder van Filippi werd gedoopt met zijn huis. Ook werd nog een zekere Stefanas, van wie we verder niets weten, gedoopt met zijn huis.
Wie dus schriftuurlijk wil spreken over de doop moet het niet meer hebben over kinderdoop of volwassendoop; de Bijbel zegt nadrukkelijk dat er maar één Here, één geloof en één doop is. De doop wordt bediend in het gezinsverband.
Dat onze kinderen in de gemeenschap van ons gezin worden gedoopt betekent, dat wij als ouders hen later met grote ernst moeten plaatsen voor de vraag: Geloof je dat? En: laat je de Here nu voor je zijn, die Hij zijn wil?
Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij de ouders, die voor hun kinderen moeten bidden, die hen moeten onderwijzen uit de Heilige Schrift en op liefdevolle en gelovige manier hen moeten dringen tot het aannemen van die Here, die hen aangenomen heeft. Zoals de Israëlieten die hun kleine kinderen meegenomen hadden door de Rode Zee hen later moesten bewegen tot de dankbare keus voor de weg, waarop de Here hen had geleid. Want alleen als Gods liefde door ons wordt beantwoord, is er gemeenschap met de Vader en de Zoon en wordt onze blijdschap volkomen. Amen.
Laat ons bidden.
Barmhartige Vader, Lang geleden hebt U ons in de zondvloed en in de doortocht door de Rode Zee voorbeelden gegeven van de Heilige Doop: uw vijanden deed U in het water ondergaan, maar uw volk hebt U door het water heen gewassen en gered.
Wij bidden U: wilt U zo ook dit kind door Jezus Christus heen wassen en redden. Wil dit kind inlijven in Jezus Christus onze Heiland. Zijn bloed en zijn Geest zijn immers onze zondvloed en onze Rode Zee. Geef dat dit kind met Christus begraven mag worden in Zijn dood en met Hem mag opstaan in een nieuw leven. Schenk het een waar geloof, zodat het samen met de gemeente van alle tijden U mag loven en danken voor uw onuitsprekelijke goedheid, alle dagen van zijn leven. Om daarna eeuwig met U te zijn. Amen.
Geliefden in de Here Christus, U hebt gehoord, dat de doop door God is ingesteld om aan ons en onze kinderen zijn verbond te verzegelen. Daarom moeten wij dit sacrament met dat doel en niet uit gewoonte of bijgeloof gebruiken.
Om nu duidelijk te laten blijken dat u zó de doop begeert, behoort u op de volgende vragen oprecht te antwoorden: Ten eerste: Belijdt u dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwige oordeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom behoren gedoopt te zijn?
Ten tweede: Belijdt u dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en hier in de christelijke kerk geleerd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is?
Ten derde: Belooft u dat u dit kind, waarvan u de vader en de moeder bent, bij het opgroeien in deze leer naar vermogen zult onderwijzen en laten onderwijzen?
Wat is hierop uw antwoord?
(antwoord:) Ja.
Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
(Dankgebed) Barmhartige Vader, Wij danken U en prijzen Uw naam nu U ons en onze kinderen door het bloed van Christus onze zonden vergeven hebt en ons door uw Geest in Christus hebt geadopteerd tot uw kinderen. We danken U ervoor dat U ons dit met de heilige doop bezegelt en bekrachtigt. Wij bidden U door uw lieve Zoon of U dit kind door uw Heilige Geest wilt leiden en regeren. Geef de ouders wijsheid, geloof en liefde om hun kind godvrezend op te voeden. Geef dat het in de Here Jezus mag groeien en tot de volle rijpheid komen. Geef dat het uw goedheid, o Vader, mag leren kennen en aannemen en belijden, zodat het de gerechtigheid van het koninkrijk der hemelen zoekt voor al het andere, onder hem, onze enige Leraar, Koning en Hogepriester zelf. En dat het door zijn kracht tegen de zonde, de duivel en zijn rijk mag strijden en overwinnen, om U hemelse Vader en de Here Jezus Christus en de Heilige Geest eeuwig te loven en te prijzen. Amen.

Naschrift
Het hierboven geplaatste doopformulier is van de hand van ds. G. van den Brink, em.-predikant van NGK Rotterdam. Het oude formulier werd na overleg met Ds. Van den Brink op enkele onderdelen aangepast. De tekst van het oude 'formulier' was enige tijd geleden, mede op verzoek van gemeenteleden die bekend waren met het bestaan daarvan, in Opbouw geplaatst.
Voor de goede orde wordt nog vermeld dat de herziene versie van dit doopformulier door de Kerkeraad Algemene Zaken NGK Rotterdam is vastgesteld en wordt gehanteerd bij het bedienen van het sacrament van de H. Doop in beide wijkgemeenten. De (gedrukte) herziene versie kan desgewenst ook worden aangevraagd bij: NGK Rotterdam, postbus 84215, 3009 CE Rotterdam.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief