Onderdelen niet los verkrijgbaar

1995-06-02
  • Jaargang 39
  • nummer 11
Twee carrières op één kussen: kan dat? Op het congres van de Vereniging van Christen Pedagogen en Beroepsopvoeders over dit onderwerp sprak Prof. dr. W. ter Horst, emeritushoogleraar in de orthopedagogiek aan de Rijks Universiteit in Leiden. In 'Opbouw' een samenvatting van datgene wat Ter Horst tijdens dit congres naar voren bracht(1).

Opvoeden kun je niet alleen
Ter Horst begon met een stelling die hij al meerdere malen geponeerd heeft(2).
De positie van christenen in onze samenleving valt te vergelijken met de positie van Friezen in Brabant. Hun kinderen leren niet meer 'vanzelf' Fries te spreken. Geïsoleerde christelijke gezinnen kunnen de opvoeding niet meer aan, of ouders nu buitenshuis werken of niet. Gezinnen moeten daarom met elkaar opvoedingsgemeenschappen vormen; kinderen zouden regelmatig over de vloer moeten komen in andere gezinnen met een gelijkgestemd geestelijk klimaat.

Iets over hebben
Maakt het uit hoe de taken in het gezin verdeeld worden? Ter Horst ontweek deze vraag met het antwoord: ouders moeten iets voor hun kinderen óver hebben, een reserve. Als vader en moeder uitgeblust zijn, is er iets mis. Ouders moeten levenskracht en interesse óver hebben om iets aan hun kinderen over te kunnen dragen.
Een moeder is de zaal reageerde naar aanleiding van deze uitspraak van Ter Horst dat het - sinds ze gestopt is met buitenshuis werken - beter gaat met de opvoeding. Ze kon voor en na de lange en intensieve werkdagen steeds slechter tegen het gedrag van haar koppige peuter. Nu voelt ze zich veel meer ontspannen en gaat het met de kinderen in het gezin ook beter. "Maar", vroeg een andere moeder zich af. "kun je je werk ook niet zien als een aanvulling om je heel te voelen. om je talenten beter te kunnen ontplooien?" Ter Horst signaleerde dat het huidige bedrijfsleven de hele mens overal en altijd met totale inzet claimt. "Dit is niet verenigbaar met een goede opvoeding thuis", aldus Ter Horst. Naar aanleiding van de tweede opmerking zei hij dat een moeder thuis ook vast kan lopen. teveel met zichzelf bezig kan zijn. Zowel binnenshuis als buitenshuis werkende ouders kunnen hun energie in verkeerde dingen stoppen.

Vaders en moeders
Wat is het doel van de opvoeding? Dat ouders zichzelf overbodig maken, aldus Ter Horst. Er zijn echter ouders die hun kinderen vast willen houden, ze zien hun kind als bezit.
Hebben vaders en moeders verschillende rollen? Als vrouwelijke eigenschappen worden wel eens genoemd: het onbevangene, het intieme, het nabij zijn. Als mannelijke eigenschap wordt wel genoemd: het technische, het beheersende, het analyserende, het afstandelijke.
Maar: mannen en vrouwen hebben beiden beide polen nodig. Buitenshuis werkende moeders moeten geen technisch-rationele beheersende moeders worden.
En dan nu de oplossing: buitenshuis of binnenshuis? Nee, daar gaf de spreker opnieuw geen rechtstreeks antwoord op.
"Dat moet iedereen zelf maar uitzoeken, als je maar iets 'over' houdt voor je kinderen", aldus Ter Horst.

Het pedagogisch quintet
Vervolgens ging Ter Horst in op het zogenaamde pedagogische quintet:
- beschermen
- verzorgen
- overdragen
- inleiden, en
- inwijden
Deze onderdelen zijn niet los verkrijgbaar; ze horen bij elkaar. Een illustratie bij het eerste aspect: ieder kind heeft bescherming nodig. Daar zouden de christelijke scholen en de opvangcentral kinderdagverblijven eens goed over na moeten denken. aldus Ter Horst. Een kind dat niet beschermd wordt. sluit zich af. Als specifiek voorbeeld bij het jonge kind noemde Ter Horst het feit dat het beschermd moet worden tegen geurwisselingen.
Een baby kan de moeder daardoor onderscheiden van anderen. Kinderen die voortdurend met andere geuren in aanraking komen. raken daarvan in de war.
Maar maak je dan van een kind geen kasplantje? Ja, dat gebeurt als je het kind alleen maar beschermt. Die bescherming is nodig zodat het kind in de rug gedekt wordt. Tegelijkertijd heeft het kind perspectief nodig: een doel voor eigen ogen ontwikkelen. De opvoeder moet het kind helpen om vooruit te kijken.
Als je alleen doelen stelt, maar geen veiligheid biedt, verzandt het kind in een chaos. Met andere woorden: beschermen en inleiden horen onlosmakelijk bij elkaar.

Aan tafel
Aan een verhaal van Ter Horst ontbreken nooit de pedagogische doordenkers.
"Een vader die nooit heeft gespeeld met zijn zoon mag niet verwachten dat hij later wel een goed gesprek met hem kan voeren."
In zijn referaat voerde Ter Horst een pleidooi voor de gezamenlijke maaltijd.
Niet ten onrechte. In een vraaggesprek met Pieter van Kampen vertelde Os Guinness dat het in de Amerikaanse samenleving inmiddels ongebruikelijk is om gezamenlijk de maaltijd te nuttigen.
"Het is een komen en gaan van ieder. Iedereen heeft zijn of haar eigen prioriteiten"(3). Ter Horst verwees naar de stripboeken van Asterix en van Tom Poes; deze boeken eindigen altijd met een maaltijd. En (uiteraard van een heel andere grootheid): Jezus sprak niet alleen toe. hij ging ook gezamenlijk eten. Ter Horst: "Als er geen gezamenlijke maaltijd gehouden wordt, kun je niet verwachten dat kinderen samen leren bidden met hun ouders." Ter Horst beseft dat die gezamenlijke maaltijd in veel gezinnen vaak lastig is. Maar: als je nu eens in ieder geval de zondag gebruikt om uitgebreid samen te gaan eten? En daarnaast liefst nog een paar keer door de week.

Samen de tijd nemen
Maar hoe zit het nu toch met dat binnenshuis of buitenshuis? Natuurlijk nemen op den duur andere opvoeders stukken van de opvoeding over. Maar: als ouders hun kind weinig zien, als ze alles aan andere opvoeders overlaten, zal het nooit lukken om het kind de waarden van de ouders over te laten nemen. Het kind kent je dan onvoldoende.
Opvoeden houdt ook in dat je samen leert spelen, samen gaat eten, samen leert vertrouwen. Daar is gezamenlijke tijd voor nodig. Je moet je als ouders niet beperken tot preken tegen je kinderen. Een moeder houdt geen toespraak, maar ze neemt het kind in de armen. En het leven eindigt ook weer met het beetpakken van de hand. Daar moeten zo weinig mogelijk buitenstaanders bij betrokken worden.
Samenvattend: opvoeden doe je samen, in gemeenschap met anderen. Ouders moeten er zorg voor dragen dat ze zelf tijd en energie over houden. Ze blijven de eerstverantwoordelijken; je kunt niet gedeelten van de opvoeding volledig aan anderen overlaten. De onderdelen van het pedagogisch contact zijn immers niet los verkrijgbaar(4).

Noten:
1 De lezingen tijdens het congres worden gebundeld in het verenigingsbulletin 'Traject'. Voor de lezing van Prof.dr. W. ter Horst wordt verwezen naar zijn nieuwe boek (zie voetnoot 4).
2 W. ter Horst: Christelijke Geloofsopvoeding (Kok/Voorhoeve. 1989)
3 Pieter van Kampen: Wit begint, zwart wint? (Buijten & Schipperheijn. 1993)
4 Over dit onderwerp verschijnt binnenkort van de hand van Prof.dr. W. ter Horst: Wijs me de weg! Mogelijkheden voor een christelijke opvoeding in een post-christelijke samenleving' (Kok/Voorhoeve. 1995)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief