De grenzen van de verdraagzaamheid
1995-06-30
Ter gelegenheid van het opnieuw in gebruik nemen van haar kerkgebouw (waarvan wij de medegebruikers zijn) organiseerde de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap N(ederlandse) P(rotenstanten) B(ond) in Zeist een Forumdiskussie over de vraag naar de grenzen van de verdraagzaamheid, waarvoor een verscheidenheid van deelnemers met zeer verschillende achtergrond was uitgenodigd: een humanist, een rabbijn, een vertegenwoordiger van de moslimgemeenschap in ons land, een katholiek, een vrijzinnige en een gereformeerde predikant. Elk van de deelnemers hield een inleidend praatje vooraf dat de tijdslimiet van vijf minuten niet mocht overschrijden. Het mijne geef ik hier aan de lezers door.- Jaargang 39
- nummer 13
Kerk en staat
'Laat ik beginnen me voor te stellen. Ik ben predikant bij de Nederl. Geref.Kerk van Zeist, de denominatie die in ditzelfde gebouw haar kerkdiensten houdt. Wat stelt het Nederlands Gereformeerde voor? In het eerste konvokaat staat dat ik predikant ben bij de Gereformeerde Gemeente van Zeist.
Dat is onjuist. Nederlands Gereformeerd moet u meer zoeken in de richting van de Vrijgemaakten. Vrijgemaakt gereformeerd, dat is die vorm van gereformeerdzijn die in de lijn van Abraham Kuyper en van K. Schilder aan de plaats van de kerk in de samenleving gestalte wil geven.
Nederlands gereformeerd is van dat vrijgemaakte een afsplitsing (om redenen die hier nu niet ter zake doen). De korrektie die ik aanbreng is niet zonder belang.
Ware ik van de Gereformeerde gemeente, dan zou ik mijn uitgangspunt nemen in het onverkorte artikel 36 van de Ned. Geloofsbelijdenis, dat onomwonden de theokratische gedachte verwoordt. (Theokratie = de Godsregering over een volk waarbij de kerk als verkondigster van Gods Woord, zij het ook op de achtergrond, een hoofdrol speelt.) Onder invloed echter van Kuyper zijn de gereformeerden aan het begin van deze eeuw in dat artikel gaan snoeien waardoor een wat verwazigd theokratisch beeld is ontstaan. Maar er staat nog altijd in dat het het ambt van de overheid is 'niet alleen zorg te dragen voor de openbare orde en daarover te waken, maar ook de heilige dienst van de kerk te beschermen en te bevorderen dat het Koninkrijk van Jezus Christus komt en het Woord van het Evangelie overal gepredikt wordt, zodat God door ieder geëerd en gediend wordt, zoals Hij in zijn Woord gebiedt'.
Zonder dat dit nog officiëel ergens gezegd is, wordt echter in onze kringen algemeen afstand genomen van deze theokratische gedachte. Ze stamt uit de tijd dat ons volk nog in meerderheid op de zondag in de kerk zat. In plaats van de theokratie is nu de scheiding tussen kerk en staat gekomen. Dit scheidingsdenken heeft een einde gemaakt aan de gedachte dat de overheid een verlengstuk van de kerk is.
Toch zou ik dat artikel 36 in een bepaald opzicht niet willen schrappen.
Het verwoordt een ideaal dat inherent is aan het christelijk geloof. Wij zijn namelijk van de vaste overtuiging dat wat wij geloven goed is voor allen.
Daar kunnen wij niet over zwijgen, ook in het politieke leven niet. Alleen zien wij nu in dat het overheidsgezag dat noodzakelijk met dwangmiddelen werkt, niet het geschikte instrument is om het geloof te bevorderen en te verbreiden.
Met uiterlijk gezag kan nooit een innerlijke overtuiging overgedragen worden. In het naar buiten treden als kerk en als christenen proberen wij dus zo tolerant mogelijk te zijn, al gaat ons dat gezien de universele waarden die wij zeggen voor te staan, niet gemakkelijk af. Tolerantie is voor iemand van een sterke religieuze overtuiging niet gemakkelijk, maar met behulp van de scheiding tussen kerk en staat of godsdienst en politiek moet ze toch beproefd worden. Geestelijk gesproken laten we dus niemand vrij, maar werelds gesproken staan we voor die opgave. Dat hier een spanningsveld ligt wil ik niet verhelen.
Tolerantie en onverschilligheid
Maar het huidige tolerantiedenken zoals dat nu onze samenleving beheerst, heeft ook iets onbevredigends.
Nu de waarden waarop de samenleving gestoeld is, van hun geestelijke wortels zijn losgemaakten dat is een kwalijk gevolg van de scheiding tussen kerk en staat! - , is de verdraagzaamheid bezig in onverschilligheid te ontaarden, is ze in principe onbegrensd geworden en moet ze op de duur leiden tot onbestuurbaarheid van het gemenebest. Verdraagzaamheid moet ieders vrijheid beschermen, maar wat nu als wij nalaten die vrijheid te normeren? Dan kan in principe toch behalve de mens met een aanvaardbaar gedrag ook de mens met een onaanvaardbaar gedrag met gelijke rechten die beschermende verdraagzaamheid opeisen? Of denken we misschien dat het algemeen belang daar de norm en de grens voor aangeeft? Daarvoor is het algemeen belang te zwevend. Wat denkt u: Als in het Duitsland van 1933 naar het algemeen belang gevraagd was, zou Hitier dan niet aan de macht gekomen zijn? De meerderheid vond toen toch dat dat juist vanwege het algemeen belang moest gebeuren? Zo zie ik het enthousiast aangehangen tolerantiedenken vandaag in de krisis gebracht. Wat kan de kerk, wat kan de christen, in zo'n situatie, nu de samenleving met haar tolerantie in de impasse terecht gekomen is, anders doen dan met de profeet Jesaja zeggen: 'Tot de wet en tot de getuigenis!
Zo ze niet spreken naar dit woord, het zal zijn dat zij geen dageraad zien zullen' (Jes. 8 : 20)1'
Tot zover het gesprokene dat duidelijk in twee delen uiteenvalt. Ik hechtte eraan, alvorens het moderne tolerantiedenken te kritiseren, eerst met mijn eigen verlegenheid terzake van de tolerantie op de proppen te komen, om niet de indruk te wekken dat ik vanaf een hoge oever mijn medeburgers in nood toesprak. Ik geloof te kunnen zeggen dat dat werkte. Samen met met name de humanist (Mr Glastra van Loon) deelden we de zorg over de huidige ontaarding van de tolerantie in onverschilligheid, al zochten we daar verschillende remedies voor.
Wat artikel 36 van de NGB betreft, de lezer zal zich misschien nog herinneren dat ik daar eerder uitvoerig over geschreven heb in ons blad. Ik had daar nu gemak van, in die zin dat ik me niet geroepen voelde dat artikel door dik en dun te verdedigen. Ik pleit er al langer voor dat we op dit punt eens wat eerlijker worden tegenover onze belijdenis. Maar iedereen loopt om dat hete punt heen. Op het Paaskongres van de vrijgemaakte studenten hoorde ik een uitstekende lezing van de heer Van Middelkoop van het GPV, maar ook daarvan zeg ik dat wat hij zei van geen kant te verenigen valt met de gereformeerde belijdenis op dit punt. Is men bang om het nederlands gereformeerde gelijk te geven in z'n minder rigoureuze binding aan de Drie Formulieren ven Enigheid?