Georgië, waar leven kostbaar is
1995-06-30
Bij mijn reizen door Oos-Europa heb ik net iets teveel gezien en gehoord om me heel gerust te laten zijn op de invloed van Westerlingen in die regio. Met andere woorden, de vraag moet steeds opnieuw worden gesteld: hoeveel goed doen wij daar als buitenlanders eigenlijk? Wie op dit gevoelige punt niet met toch wel kritische overdenkingen wil worden geconfronteerd – het is immers fantastisch wat wij gelovigen er allemaal mogen doen – wordt het advies gegeven om dit stuk over te slaan. Het zal ons in dat geval waarschijnlijk maar nodeloos verdrieten!- Jaargang 39
- nummer 13
Wat harde noten
Ik denk dat ik, nu ook weer aan de hand van mijn ervaringen in Tbilisi, maar eens een paar harde noten moet zien te kraken aangaande de hulp die Christenen in het voormalige Sowjetblok vaak geven. Ik hoop daarbij voor onheusheid te worden behoed, maar ik moet toegeven dat ik me een aantal keren buitengewoon gestoord heb aan dingen die ik daar waarnam.
Ik doe dat aan de hand van een serie ervaringen die ik daar heb gehad met een groep Amerikanen die er evangelisatiewerk bedreven, dat wil zeggen die er een week lang 'n groot theater in Tbilisi hadden afgehuurd en vervolgens weer vertrokken. Dat het om Amerikanen ging is een historisch feit dat niet te veranderen valt. Dat onze Amerikaanse broeders en zusters gehandicapt worden door een monumentaal gebrek aan cultureel inzicht en dito gevoeligheid is een conclusie die ik zelf op basis van een aantal ervaringen onontkoombaar acht. Desondanks heeft het volgende verhaal verdere reikwijdte dan hun optreden alleen; het zegt ook wat over ons, vrees ik!
Om nog wat meer te nuanceren, ik bewonder Amerikaanse broeders en zusters vaak om hun onbekrompen getuigenis van wie Christus voor hen is; in vrijmoedigheid aangaande hun geloof zijn ze ons vaak ten voorbeeld.
Ook heb ik bij hen vaak grote gulheid in het delen van geld en goed ervaren, niet zelden, opnieuw, tot onze beschaming.
Sinds ik drie jaar geleden in Chicago een week bij de Jesus People verbleven heb, heb ik een huizenhoge bewondering voor die leefgemeenschap van 600 mensen en heb ik hen collectief in mijn hart gesloten. Het is onvoorstelbaar wat die voor hun medemensen in een noodlijdende woonwijk van de miljoenenstad overhebben!
Zeg mij geen kwaad over de Jesus People van Chicago, ondanks hun wel heel andere christelijke cultuur!
Met die voorbeelden geef ik al aan hoe we ons moeten hoeden voor enige generalisatie over de Verenigde Staten en haar bevolking: die zijn zo divers dat er grote kans is mis te schieten, als je uitspraken erover doet.
Maar toch: waarom zo stom?
En toch moet me ook het volgende van het hart: waarom doen ze continu nu zo stom in Oost-Europa? Een paar voorbeelden die me hartzeer geven, die niet opbouwen ook, maar die toch maar eens verteld moeten worden.
Zeker niet tot vermaak, maar wellicht wel ter lering. En zo misschien toch tot opbouw van ons allen.
Toen ik, vlak na de Wende, enige tijd in Roemenië doorbracht (wie van de lezers is daar sinds die tijd niet geweest, vraag je je wel eens af) hoorde ik het volgende wrange verhaal.
Op een specifieke zondagmorgen in de zomer van 1990 meldden zich bij een specifieke predikant in een specifieke kerk in een stad in Roemenië 47 (!) buitenlandse predikanten die allemaal van Godswege het op hun hart hadden gekregen om die ochtend het woord tot die specifieke roemeense gemeente te richten! Naar ik vernam, getuigde de geest van die specifieke predikant niet met hun geest dat deze dingen zo moesten zijn en kwam er geen van hen op de kansel!
Naar ik begreep, is de predikant in kwestie later voor een jaar studieverlof naar een van onze gerenommeerde theologische instituten in het Westen gereisd, maar in feite was hij overspannen.
Hij had, met Gods genade, de druk van Ceaucescu's genadeloze regime verdragen, maar het nimmer aflatende religieuze toerisme uit het Westen was hem teveel geworden ...
Eerlijk is eerlijk, het ging daarbij niet uitsluitend om Amerikaanse predikanten, maar die waren er wel in groten getale bij, vaak van een grote groep gemeenteleden vergezeld. Zo heb ik althans begrepen.
Ik heb het in Boedapest meegemaakt dat een vriend die IFES-stafwerker was (hij deed dus christelijk studentenwerk) ons bij een wandeling door de stad voorstelde samen even bij de pas geopende MacDonald's langs te gaan.
Hij ging daar vaak even kijken, vertelde hij, om pastorale redenen. Kort na hun Wende had ook een groep toegewijd gelovige Amerikaanse tieners besloten om een klein jaar naar Hongarije te gaan. Ze wisten dat er in dat land, net als overal in Oost-Europa trouwens, jonge mensen Engels wilden leren; niemand wilde meer Russisch in het pakket, overal was het Engels. Wel, leeftijdgenoten zouden zij Engels gaan leren en als basistekst daarbij vooral het Nieuwe Testament gebruiken. 'n Prima plan dat helaas niet zo prima uitwerkte! Die kinderen kregen namelijk in de kortste tijd hevige heimwee, wat ik heel goed kan begrijpen en hun geenszins kwalijk neem. Je begrijpt van het Hongaars helemaal niets en de Hongaarse samenleving is bepaaldelijk anders dan de Amerikaanse. Om toch een vleug van thuis te hebben ging een aantal dagelijks mismoedig de kaken zetten in een "Big Mac" of een ander stuk vlees van Amerikaanse herkomst.
Mijn toch al uiterst druk bezette hongaarse vriend had zo een aanzienlijke taakverzwaring om die (naar ik meen dertig) lieve jongelui uit de States enige pastorale zorg te bieden ...
Een derde voorbeeld - en dan houd ik op met mijn akelige en narrige verhalen - betreft Bulgarije. Daar ben ik vrij vaak geweest en elke keer hoorde ik van nieuwe gemeenten die ten prooi dreigden te vallen aan de zgn. "Prosperity teaching". Dat is de leer, die in bepaalde "extreme Pinksterkring" in de VS en ook in Europa, m.n. Zweden, voorkomt, dat een mens van God alle gezondheid en goed ontvangt dat maar nodig is, mits hij of zij voldoende geloof heeft! "We hebben immers een rijke God die zegt: 'Van mij is het zilver en van mij is het goud'! Wel, dat zgn."Health and Wealth-Gospel" heeft heel wat schade in Oost-Europa veroorzaakt.
Anderhalf jaar geleden hoorde ik bij een bezoek aan Sofia van een Pinkstergemeente waar ik een jaar tevoren uitgenodigd was om lezingen over sekten te geven en waar ik ook op de zondag gepreekt had, een gemeente van ongeveer 200 leden, een heel aktieve gemeente.
Kort tevoren was er echter rampspoed gekomen in de vorm van "evangelisten" die met mooie woorden en een boel westers geld kans hadden gezien binnen een maand die gemeente in drie stukken uiteen te laten vallen. Het getuigenis naar buiten was enorm verzwakt en de dominee was inmiddels mismoedig naar Amerika gegaan waar hij was gaan studeren. Als ik dat soort verhalen hoor, (en, zoals gezegd, die heb ik nog wel eens gehoord) voel ik me in opperste staat van razernij en bestaat er de stellig af te keuren, maar desondanks hevige neiging om zulke evangelisten naar de buitenste duisternis te verwijzen. A plague on their house!
Een grootse campagne
Met dit soort voorvallen in gedachten was ik op zijn minst afwachtend wat de Amerikaanse "zendelingen" uit North en South Carolina voor ons in petto hadden. Ze hadden een week lang een groot theater in Tbilisi gehuurd om er evangelisatiemeetings te houden. De zaal is te vinden aan het einde van de elegante Rustavelli Boulevard, twee jaar geleden nog toneel van hevige gevechten tussen aanhangers van de wettig gekozen president en maniak Sviad Gamsachurdia en zijn tegenstanders. In de gevels van een aantal belangrijke gebouwen op 3 minuten lopen afstand van het theater zijn nog de sporen van mitrailleursalvo's te zien; een paar destijds uitgebrande gebouwen staan sinds kort in de steigers.
Het forse theater, waar naar schatting zeker 500 mensen kunnen zitten, is de eerste avond bepaald niet vol. De organisatoren van een of andere "Russia mission" die voor de tweede keer in successie de Georgische hoofdstad als reisbestemming gekozen hebben kijken ietwat mismoedig, als ze de ongeveer 150 mensen zien zitten. Op het podium zitten de Amerikaanse gastheren en een vertegenwoordiging van de (grotendeels Duits of Russisch sprekende) Lutheranen en de Baptisten, zowel de geregistreerde als de niet-geregistreerde variëteit. (Nu de communistische druk is weggevallen is dit onderscheid nauwelijks nog relevant en men werkt ook op grote schaal samen.) Ook zit er een man van het Leger des Heiis, waarvan ik de aanwezigheid in Georgië vorig jaar niet had opgemerkt. Dat klopt ook, blijkt later; ze zijn sinds kort in Tbilisi aktief.
Dan begint de bijeenkomst en ik krijg het tegelijk een beetje benauwd. Zonder nadere aankondiging beginnen vier broeders uit de States 'n paar liederen te zingen in "close harmony"
stijl; ook mijn ondeskundig oor krijgt de indruk dat dit een stijl is die in de VS in de jaren '60 al lichtelijk archaïsch genoemd zou zijn. Erger, een goede georgische vriend vertrouwt me later toe dat deze rr.uziek voor de Georgiërs niet alleen heel ongewoon is, maar ook meer dan een beetje komisch! Nog erger, er kan vermoedelijk niet meer dan een tiental Georgiërs in de zaal de (verder voortreffelijke) tekst verstaan. Er wordt niet vertaald. Dan komt de eerste spreker die begint met de eigen teamgenoten te complimenteren met hun offerbereidheid om op eigen kosten hier te zijn! AI gauw zegt hij:"Let's bow our heads in prayer" en voordat de uitstekende vertaler dat heeft kunnen weergeven, is hij al halverwege zijn gebed.
Zonder een seconde tussentijd wordt er gebeden! De Georgiërs zijn echter al sinds decennia (of eeuwen) gewend om bij het gebed te gaan staan. En zo gaat de hele menigte staan, als de "preacher" al bijna aan het eind is van zijn gebed om Gods zegen! Net zo erg vind ik het dat de man van het Leger des Heiis, die later bij zijn verhaal ook een Amerikaan blijkt te zijn, als enige bij het gebed blijft zitten, en nog wel op het podium. Het hele team buitenlanders is langzamerhand ook in de benen gekomen, maar hij niet! Nog erger, zo mogelijk, is het gegeven dat hij zijn eigen korte boodschap begint met "Slavo na Boga". Dat is een waarlijk voortreffelijke christelijke groet, mits je in Rusland bent, of eventueel in Bulgarije. De Georgiërs zijn echter geen Russen! Ze hebben eeuwen tegen de machtige buur in het Noorden gevochten. Hun taal en cultuur vertoont ook niet de minste verwantschap met de Russische. Hen aanspreken in het Russisch is dus ongeveer net zo gevoelig als het aanspreken van een Nederlandstalig gehoor in het Duits! (Waarbij naar ik meen, de Georgiërs heel wat meer acute reden tot zorg om het gedrag van de Russi sche beer hebben dan wij ten opzichte van onze Oosterburen.) Desondanks komen na deze culturele "oneffenheden" zeker 35 mannen, vrouwen, tieners en kinderen naar voren, als de vraag wordt gesteld wie bij Jezus Christus wil horen ... En dan ben ik daar, ondanks opkomende skepsis aangaande de organisatie en het gebeuren, toch wel danig van onder de indruk. Je kunt van de methode denken wat je wilt, als zo'n groot aantal mensen te kennen geeft, in een voor hen vreemde culturele context, dat ze Christus willen volgen en dat ze nader onderricht willen ontvangen, dan ervaar ik dat toch als een moment van wijding.
De volgende avond om 18.00 uur zitten er meer mensen in de zaal dan de avond tevoren. Mijn vrienden hebben erop gestaan dat ik ook wat mag zeggen en dat doe ik dus ook, met vreugde; diep in m'n hart voel ik me toch altijd een beetje evangelist. Dan bestaat 'een van de teamleden het echter om de toespraak die uitmondt in de oproep om naar voren te komen te houden met een Russisch sprekende tolk. Inderdaad, bijna het hele volk van Georgië verstaat die taal, maar het is niet hun eigen taal! Wonderlijk dat er ook dan een aantal mensen naar voren komen. Dat ervaar ik, zonder cynisme, als een werk van . Gods Geest. Maar hoe je nu zo stom kan zijn dat je je boodschap niet in de taal van 95% van de aanwezigen doet is iets dat me in elk opzicht ontgaat!
Kwalijk
Ronduit boos word ik twee dagen later, als we uitgenodigd zijn voor een samenkomst van een Joods-Armeense huisgemeente. We zijn bijeengekomen in een aardig ingericht huis in de tragisch vervallen wijk in de oude (vanouds schilderachtige) binnenstad van Tbilisi, vlakbij de gehavende synagoge die op instorten staat.
De vijfentwintig aanwezigen, onder wie opmerkelijk veel jongeren, zingen liederen in het Ivriet, maar ook Russische en Armeense liederen worden gezongen .'t Is snel duidelijk dat de kern van de gemeenschap uit Messias-
belijdende Joden bestaat. De muzikale begeleiding is bijzonder goed; een jonge Joodse vrouw die voortreffelijk piano speelt en twee meisjes van rond de twaalf jaar zingen de sterren van de hemel! Als we al even bezig zijn, horen we gestommel op de trap en komen acht keurig in pak gestoken Amerikaanse heren als Mormonen in ganzepas de kleine ruimte binnen. En wat is het eerste dat we zien? (Ik sta vlak bij de deur dus ik zie het op een meter afstand.) Het eerste dat we zien is een draaiende videorecorder. De eerste in de rij wil kennelijk graag authentieke plaatjes voor thuis meenemen en dus zien we, ongelogen waar, eerst een zoemende camera voordat we iets meer van de broeders ontwaren. Daardoor ben iku raadt het al - behoorlijk gepikeerd, maar het wordt nog erger bij de preek.
Om daar iets van toe te lichten moet ik even een omweg maken. De afgelopen winter is in Tbilisi bitter geleden.
Er was bijna geen olie of gas of electriciteit en de winters daar zijn kenmerkend voor een landklimaat. Er is dus echt kou geleden. Nieuw en zonder precedent was het feit dat zelfs de Universiteit drie maanden gesloten geweest is. De reden was simpel: De studenten bleven massaal thuis! Deze studenten krijgen maandelijks ongeveer 30 cent studietoelage; dat is, naar elke denkbare berekening, niet veel! Ze kunnen daardoor alleen de allergoedkoopste vorm van transport kiezen en dat is de ondergrondse.
Door de electriciteitsschaarste en de beperkte olievoorraad werkte de Metro echter niet en dus werden de colleges, waar men altijd al vanwege de kou de jas aanhield, helemaal gemeden. Tbilisi telt een mijoen inwoners en het is een zeer langgerekte stad langs de rivier; mensen konden gewoon niet komen! Dat moet je weten als achtergrond bij de preek, die een proeve was van contextualisatie. Na een aanloop over het heil in Christus werd breed uitgeweid over 't hemelse Jeruzalem.
Er werd uitvoerig gerept van de paarlen poorten en de gouden straten.
Vervolgens zegt dan de aardige amerikaanse gastspreker die een en ander dichtbij zijn gehoor wil brengen:"En daar zullen we geen financiële problemen meer hebben. En geen energieschaarste of tekort aan electriciteit, want Jezus zal ons Licht zijn!" Ik sta werkelijk perplex! Ik geef toe dat ik de eeuwigheid nog zelden heb bezien vanuit het standpunt van de (dan overwonnen) energieschaarste, maar toch lijken me er bepaalde vragen in te brengen tegen deze exegese. En meer nog tegen de toepassing!
En toch ...
U merkt het. In twee weken hernieuwd verblijf in Tbilisi en andere plaatsen heb ik me soms stevig geërgerd. En toch is dat het enige niet. Elke avond komen meer mensen het theater in; na drie avonden zit hij echt vol. En er gebeuren dingen! Op de derde avond komen er minstens vijftig naar voren.
Opnieuw veel tieners, zowel jongens als meisjes, maar ook veel mensen van middelbare leeftijd, moeders met hun soms kleine kinderen. En ouderen; ik zie diverse zestigers of mensen in de zeventig, onder andere een man met een imponerende witte baard.
Een vrouw die vlakbij me op het podium in de groep staat, slaat fervent kruisjes, als de vraag wordt gesteld of ze Christus volgen wil en of ze Hem wil gehoorzamen, maar dan steekt ze wel haar hand op. Mijn goede vriend Malkhaz Songulashvili, nu president van de Unie van Baptisten in Georgië en voorganger van de grote Baptistengemeente van de hoofdstad, pastor Harri Asikov van de Lutheranen en nog een aantal anderen staan er bij, als men naam en adres invult op kaartjes die in dossier gehouden worden; die krijgen christelijk materiaal toegezonden en komen op een lijst van mensen die bezocht zullen worden.
Iedereen krijgt een christelijk boek mee; sommigen koesteren dat zichtbaar, als ze van het podium naar beneden komen.
Elke avond komen er meer mensen naar voren. Wat dat in de praktijk van hun leven betekent weet ik niet, maar het feit als zodanig kan je niet loochenen.
En na die week gaan al die waarde Amerikaanse broeders weer naar huis, naar vrouwen kinders in Charlotte of Charleston of Baton Rouge, want er kwam er ook een uit Louisiana. Wat blijft er van hun werk hangen? Was het uitsluitend vreemde culturele import die niets heeft voorgesteld? Of zijn er in Tblilisi werkelijk "zielen gewonnen voor de eeuwigheid" die mogelijk niet gewonnen zijn zonder hun aanwezigheid? Gelukkig hoef ik op dat soort vragen geen antwoord te geven. "Of iemand staat of valt gaat alleen zijn Heer aan", zegt Paulus. Zij gaan na een week Georgië weer naar . huis. En ik? Ik ook. Bij mij waren het bijna twee weken, maar ook voor mij geldt: ik ga weer naar huis. Met enige spijt, want ondanks verlangen om eigen vrouwen gezin weer te zien, zijn deze mensen me opnieuw weer lief geworden, meer nog dan de vorige keer. Ook voor mij geldt dat de beoordeling van het werk en het verlenen van de zegen aan dat werk alleen toekomt aan de Heer van de Oogst.